Ewout Irrgang, lid van de Algemene Rekenkamer.

InterviewToeslagenaffaire

Hoe de wens om snelheid de zorgvuldigheid hindert: ‘Wij zien dat de positie van de Tweede Kamer onder druk staat’

Ewout Irrgang, lid van de Algemene Rekenkamer.Beeld Werry Crone

De Algemene Rekenkamer oordeelt zeer kritisch over het afhandelen van de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. ‘In plaats van te vergaderen over de missie, stakeholdermanagement en teambuildingsessies, is het beter om alle energie te richten op het oplossen van problemen voor ouders.’

De Algemene Rekenkamer is waarschijnlijk het enige zogeheten Hoog College van Staat zonder een vermelding in het eindrapport van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag. De Raad van State, de Nationale Ombudsman, de Eerste en de Tweede Kamer – allemaal worden ze gewezen op hun rol in het ontstaan van de toeslagenaffaire.

Maar dat ontslaat de Rekenkamer niet van de plicht óók kritisch naar het eigen handelen te kijken, zegt Ewout Irrgang, lid van het college van de Algemene Rekenkamer. “De afgelopen maanden hebben wij teruggekeken op onze eigen rol. In de beginperiode van de toeslagen, van grofweg 2005 tot 2010, was er vanuit de politiek grote druk om mensen zo snel mogelijk die toeslagen te laten krijgen. De Rekenkamer waarschuwde toen al: als je met voorschotten werkt, krijg je daarna een ingewikkeld terugvorderingsproces, waarbij met name kwetsbare groepen in de knel kunnen komen. We hebben toen ook gewaarschuwd dat je ook je controle op orde moet hebben: hebben mensen wel recht op die toeslag?

“Na 2010 veranderde dat. Vanuit regering en parlement kwam veel meer nadruk op controle, en veel minder op dienstverlening. In die periode hadden wij meer aandacht kunnen en ook moeten hebben voor het feit dat burgers op een onrechtvaardige wijze behandeld werden door de Belastingdienst.”

In 2015 onderzocht de Rekenkamer de fraudeaanpak van de afdeling Toeslagen, en bestempelde die als ‘best practice’.

“Dat vind ik pijnlijk om terug te lezen. Ik zeg er wel bij dat in dat onderzoek ook werd gewezen op het belang van preventie. Dus het voorkomen van fouten zodat mensen niet achteraf hoeven terugbetalen. Dat is ook een vorm van het voorkomen van misbruik of oneigenlijk gebruik. Maar als ik die passage nu teruglees, wetende wat er allemaal gebeurd is, is dat pijnlijk.

“Ik vind dat we daar als Rekenkamer van moeten leren, door terug te kijken op je eigen rol. Dus: hebben wij bijvoorbeeld onze strategie aangepast, met meer aandacht op het burgerperspectief? Krijgen burgers nu eigenlijk waar voor hun geld?

“In onze onderzoeksprogrammering willen we daar meer aandacht voor hebben. Dat zie je al terug, bijvoorbeeld in het verzoek van de Tweede Kamer om te kijken naar hoe het gaat met de hersteloperatie van de toeslagenaffaire. Daar hebben we ja tegen gezegd, daar rapporteren we dit keer ook over. Maar ook de hersteloperatie in Groningen hebben we onderzocht, en de wederopbouw van Sint-Maarten.”

Waarom was die aandacht er in het verleden dan niet, of onvoldoende?

“Dat is een hele wezenlijke vraag. In de eerste plaats ben ik daar zelf voor verantwoordelijk. Als het over de toeslagen gaat dan is dat mijn verantwoordelijkheid als lid van het college van de Rekenkamer. Ik had daar zelf vanaf 2017 toen ik aantrad, meer aandacht voor kunnen hebben.

“Wij hebben in 2018, na het verschijnen van het rapport van de Nationale Ombudsman, ons afgevraagd of wij ook naar deze zaak onderzoek zouden moeten doen. Het rapport van de Ombudsman keek naar 300 ouders bij één gastouderbureau, inmiddels weten we dat het er tienduizenden zijn. We vroegen ons toen af of dat niet breder speelde.

“Maar omdat de Ombudsman er al mee bezig was, en ook de Tweede Kamer er toen al bovenop zat, hebben wij de afweging gemaakt dat niet te doen. Deze twee Hoge Colleges van Staat zijn er al mee bezig, we moeten ook oppassen dat we geen kluitjesvoetbal gaan spelen. Dus hebben we toen besloten het hele toeslagenstelsel onder de loep te nemen. De waanzin van het hele systeem in beeld brengen: al die verschillende toeslagen en de vele terugvorderingen.

“Dat heeft ook een heel mooi rapport opgeleverd, waarin we lieten zien dat 7 miljoen huishoudens in vijf jaar tijd te maken hadden met 23 miljoen terugvorderingen. Het was een heel mooi onderzoek, maar ondertussen was het probleem van die ouders niet opgelost.”

U heeft onderzoek gedaan naar de hersteloperatie bij toeslagen. Wat trof u aan?

“Wat we zien is dat de Uitvoerings- en Herstelorganisatie Toeslagen (UHT) is ingericht als een klassieke lijnorganisatie, een onderdeel van de Belastingdienst. En te weinig als een crisisorganisatie die gericht is op zo snel mogelijk kijken welke burgers recht hebben op compensatie. Daar komt bij dat een zorgvuldige beoordeling tijd kost, terwijl er vanuit bewindspersonen en de Tweede Kamer een voortdurend verzoek om snelheid is.

“Snelheid en zorgvuldigheid gaan niet heel goed samen, en zeker niet als het hele ingewikkelde regelingen zijn. Dat leidt ertoe dat eind 2020 uiteindelijk slechts zo’n 500 mensen zijn gecompenseerd. Vervolgens is eind december geprobeerd een soort versnelling te organiseren door de 30.000 euro-regeling.”

De Rekenkamer is erg kritisch op die regeling.

“Ja, dat klopt. En dan gaat het niet om de vraag of je die 30.000 euro-regeling nou wenselijk vindt of niet. Zowel de Tweede Kamer als bewindspersonen wilden ouders sneller compenseren.

“Maar wij zien, bijvoorbeeld ook in de aanpak van de coronacrisis, dat de positie van de Tweede Kamer onder druk staat. En de hoeksteen van de parlementaire democratie is nog altijd het budgetrecht. Publiek geld mag alleen worden uitgegeven niet alleen nadat de Kamer daarover is geïnformeerd, maar ook pas nadat de Kamer het heeft geautoriseerd. Daarvoor hebben we begrotingen, en de behandeling daarvan in de Kamer.

“Er bestaat een uitzondering in het geval dat er dwingende redenen voor de staat zijn. Dan mag de regering vast beginnen met het starten van nieuw beleid, op voorwaarde dat de regering het parlement informeert. Wat we hier zien, is dat gelijktijdig met het informeren van de Kamer per brief – dus al via de uitzonderingsregel – via sociale media en websites is aangekondigd dat mensen 30.000 euro kregen. Als je die berichten terugluistert, wordt er gewoon gezegd: u krijgt voor 1 mei 30.000 euro. Daarmee ontstond een situatie dat de Kamer niet meer in de positie was om te zeggen: dat gaan we toch niet doen. Daarmee is de Kamer voor een voldongen feit gesteld, omdat richting de ouders een gerechtvaardigde verwachting was gewekt dat dit zou gaan gebeuren.

“Nu heeft de Kamer daar achteraf mee ingestemd, maar dat kon ook eigenlijk niet anders meer. Dat bestempelen wij dus als onrechtmatig. Op zijn minst had de Kamer in staat gesteld moeten worden om aan de noodrem te trekken en het toch anders in te richten. Dat is hier niet gebeurd. De Kamer kon alleen nog maar ja zeggen.”

Was er wel sprake van een dwingende reden voor de staat? Het leek vooral een uitweg uit de politieke problemen voor de regering na het harde rapport van de ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag.

“Nou, het ging wel om een gezamenlijke wens van de Tweede Kamer en de regering om de hersteloperatie te versnellen. Die druk was heel hoog. Er was echt de wens om recht te doen aan de ouders. Maar dat vervolgens de Kamer voor een voldongen feit werd gesteld, maakt dat wij oordelen dat het onrechtmatig is.

“Ook hier zie je weer dat de wens voor meer snelheid de zorgvuldigheid hindert. Uiteindelijk kost deze hersteloperatie gewoon tijd. Terwijl daar weinig begrip voor is. We vragen, en dat geldt breder voor de Belastingdienst, begrip van de regering en het parlement dat uitvoering tijd kost.”

Is dit wel een taak voor de Belastingdienst? Ouders willen zelf helemaal niet beoordeeld worden door de instantie waar zij jarenlang tegen gestreden hebben.

“Die vraag hebben wij ons ook gesteld. Ongetwijfeld heeft het een rol gespeeld dat de regering zo snel mogelijk iets wilde opstellen, een organisatie die ook toegang heeft tot de systemen.”

Is dat een valide argument?

“Eigenlijk niet. Maar de regering en het parlement zullen zich wel moeten afvragen: als je het nu allemaal anders wilt gaan doen, hoeveel tijd kost dat? Hoeveel vertraging gaat dat weer opleveren?

“Tegelijkertijd krijg je niet het gevoel dat de ouders voldoende centraal staan in de hersteloperatie. Dat zie je bijvoorbeeld aan de brieven die worden verstuurd, die in technisch jargon zijn geformuleerd. Maar ook dat ouders ons vertellen: ik weet niet waar ik aan toe ben, ik weet niet waar ik sta. Ze voelen zich niet gehoord. En als je jarenlang als fraudeur bent weggezet, en de overheid concludeert dat er geen enkel bewijs is dat je dat bent, dan kan ik me goed voorstellen dat je van de Belastingdienst wilt horen: u bent geen fraudeur. Die vorm van empathische communicatie die zien we onvoldoende.

“Wat ons opvalt is dat er wel heel veel tijd wordt besteed aan vergaderingen over de missie van de organisatie, stakeholdermanagement...”

En die stakeholders, dat zijn de ouders.

Lachend: “Ik hoop het. Zo zou het moeten zijn. Maar ik vrees dat het iets breder is. In plaats van te vergaderen over de missie, stakeholdermanagement en teambuildingsessies, is het beter om alle energie te richten op het oplossen van problemen voor ouders. Ervoor zorgen dat de ouders meer centraal staan. Daar hoort ook bij hoe je communiceert en omgaat met de ouders, maar uiteindelijk is dat een uitkomst van hoe je je hebt ingericht. Als je organisatie goed is ingericht, verstuur je waarschijnlijk ook een ander soort brieven.”

Samenvattend: het is nu niet goed ingericht, maar als je het nu omgooit levert dat zoveel vertraging op dat het er niet beter van wordt. Dat lijkt me een wrange en moeilijk te accepteren conclusie.

“Ja. Maar als ik een vergelijking mag maken met de hersteloperatie in Groningen: daar is ook heel veel gewijzigd. Ook daar zien we dat Groningers niet goed weten waar ze nu aan toe zijn, en toch is onze aanbeveling niet om nu weer alles om te gaan gooien. Omdat dat waarschijnlijk alleen maar meer onduidelijkheid en vertraging veroorzaakt. Ik kan me voorstellen dat dat frustrerend kan overkomen, maar het is toch beter om dan door te gaan op de ingeslagen weg. En te accepteren dat uitvoering tijd kost. Niet elk uitvoeringsprobleem moet je willen oplossen door de structuur en organisatie om te gooien. Zelfs als je achteraf concludeert: dat hadden we beter anders kunnen aanpakken.”

Lees ook:

Hoe het herstel van de toeslagenaffaire verzandt, en Fatima daarvan de dupe blijft

‘Mevrouw, het is crisis hier. Er moet hier nog zoveel gebeuren, mensen zitten met de handen in het haar.” Fatima weet niet wat ze hoort als ze belt met de Belastingdienst.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden