Links de dissidenten Ad Koppejan en Kathleen Ferrier tijdens de stemming, in het midden Camiel Eurlings, die een emotioneel ‘salut’ gaf aan partijleider Maxime Verhagen, en rechts ex-minister Hirsch Ballin, die opriep vooral niet met de PVV in zee te gaan.

40 jaar CDAPartijcongres 2010

Hoe de gedoogconstructie met de PVV een open wond achterliet in het CDA

Links de dissidenten Ad Koppejan en Kathleen Ferrier tijdens de stemming, in het midden Camiel Eurlings, die een emotioneel ‘salut’ gaf aan partijleider Maxime Verhagen, en rechts ex-minister Hirsch Ballin, die opriep vooral niet met de PVV in zee te gaan.Beeld ANP

Het CDA viert op 11 oktober dat het veertig jaar geleden is ontstaan uit een fusie van KVP, ARP en CHU. Trouw beschrijft in een driedelige serie enkele sleutelmomenten. Vandaag het laatste deel: het beruchte CDA-congres in 2010 toen voor de gedoogconstructie met de PVV werd gestemd.

Het CDA-congres in oktober 2010 wordt door vriend en vijand nog steeds gezien als een hoogtepunt van de Nederlandse democratie. Vijfduizend leden mochten oordelen over de deelname van hun CDA aan een minderheidskabinet met de VVD, gedoogd door de PVV.

Niet zonder ironie zagen 1,4 miljoen tv-kijkers wat zich in de Rijnhal in Arnhem afspeelde. Zoals de stemming onder leiding van de dagvoorzitter, Jos Houben. “Als u vóór samenwerking bent, stemt u tégen deze resolutie. En als u tégen bent, vóór. Duidelijker kan ik het niet zeggen.” De gekleurde stembiljetten gingen aarzelend de lucht in. De telling ging moeizaam en moest over. De dagvoorzitter vertelde na afloop kleurenblind te zijn. Maar verder viel er weinig te lachen.

Demissionair minister Ernst Hirsch Ballin hield het de congresgangers voor: “Doe het ons land niet aan, doe het de partij niet aan”. Het zou een kabinet worden waarbij ‘rechts zich de vingers zou aflikken’, volgens beoogd premier Mark Rutte. Maar het ging niet (alleen) om links of rechts. “Het ging van meet af aan om de vraag of je samen kon werken met een partij die de islam niet beschouwt als een godsdienst, maar als een politieke ideologie”, zegt Kathleen Ferrier, samen met Ad Koppejan de twee ‘dissidente’ Tweede Kamerleden die zich tegen de gedoogconstructie met de PVV keerden.

Dertig procent van de congresgangers was het met hen eens. Maar de coalitie kwam er toch. En Hirsch Ballin kreeg gelijk: na anderhalf jaar viel het kabinet en na de verkiezingen van 2012 was het CDA gedecimeerd tot een partij van 13 zetels. Een historisch dieptepunt.

Waar stond deze partij voor?

Maar de schade die was aangericht ging veel dieper. Het ging ook om het hart van de christendemocratie: waar stond deze partij voor? “Willen we een christelijk-sociale en herkenbaar christendemocratische partij zijn of een seculiere rechts-conservatieve stroming, dat is ook vandaag nog de keus”, zegt Ad Koppejan, die nog steeds actief is in de partij. Met Wilders kon het CDA geen herkenbare christendemocratische koers varen, vond hij, met zijn anti-islamretoriek en zijn afkeer van een ‘verbindende rol’ voor de politiek.

Voor de toenmalige interim-voorzitter, Henk Bleker, was dat van ondergeschikt belang, zegt Bleker nu. Het verschil van mening over de betekenis van de islam hadden de fractievoorzitters geaccepteerd. Belangrijker voor Bleker was dat het regeerakkoord dicht bij het CDA-programma stond en dat dit kabinet de ‘sociaal-conservatieve’ koers die hij met het CDA voorstond, het best kon verwezenlijken. “Vergeet niet dat we net uit een onzalig avontuur met de PvdA kwamen. We waren in de verkiezingen van 2010 bijna gehalveerd. We wilden eigenlijk helemaal niet regeren, maar daarna was dit de beste oplossing.”

Het argument dat de partij zijn verantwoordelijkheid moest nemen en dat het regeerakkoord prima was, werd door de meerderheid van de fractie gedeeld. Op de principiële bezwaren van de ‘bezwaarden’ (door de anderen ‘dissidenten’ genoemd) werd nauwelijks ingegaan. Dat bleek het sterkst in een fractievergadering op 31 augustus. Mede-onderhandelaar Ab Klink had na drie weken gemerkt dat Geert Wilders als gedoger zijn toon niet zou matigen en ‘vol op het orgel’ zou gaan. Daardoor zou het CDA steeds in het defensief worden gedrukt om zijn eigen waarden overeind te houden. Dat was voor hem de druppel om de fractie op te roepen te stoppen met de formatie.

Emotionele fractievergadering

Los van hem hadden Ferrier en Koppejan diezelfde dag ook in een brief aan de fractie hun bedenkingen op een rij gezet. In de emotionele fractievergadering die volgde ging het niet over die bezwaren, maar werd uitsluitend gesproken over hun gebrek aan loyaliteit. “Er vielen harde woorden, men was boos, er werd geschreeuwd, zelfs gehuild”, zegt Kathleen Ferrier, terugkijkend. “Maar over onze argumenten ging het niet.” Fractieleden beschuldigden hen ervan ‘de partij kapot te maken’, het CDA werd ‘onbetrouwbaar’. Een Kamerlid beweerde: “Als we nu niet regeren kunnen we wel ophouden als CDA.” Toenmalig fractievoorzitter Maxime Verhagen wilde beslist niet met Wilders in een kabinet zitten, de gedoogoptie was voor hem het maximaal haalbare. Hij had de drie expliciet gevraagd of hij dat mocht onderzoeken. “Wie a zegt, moet ook b zeggen en de onderhandelingen afwachten. En niet opeens dwars gaan liggen”, zegt Verhagen, nu voorzitter van Bouwend Nederland. Maar volgens Ad Koppejan had hij steeds gezegd dat praten met de PVV niet betekende dat hij met de samenwerking zou instemmen.

De teneur van die emotionele bijeenkomst was dat de ‘bezwaarden’ zich naar de meerderheid van de fractie moesten voegen, anders had dat ‘consequenties’. Ferrier: “Ik hield er op dat moment serieus rekening mee dat we uit de fractie werden gezet en zelfs uit de partij.” Volgens Verhagen was dat niet aan de orde. “Ik ontken dat ik dat voorgesteld heb. Never nooit.” Wel deed hij een beroep op hen zich neer te leggen bij de uitspraak van het komende CDA-congres.

Camiel Eurlings tijdens zijn toespraak op het congres, waarin hij een emotioneel 'salut' zal maken aan partijleider Maxime Verhagen.Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto

Royementsprocedure

De dwarsliggers voelden zich niettemin geïntimideerd. Zeker toen voorzitter Bleker tijdens de vergadering de royementsprocedure uit de partijstatuten ging voorlezen. Hij wilde met ‘Groningse nuchterheid’ de zaak terugbrengen tot iets zakelijks. Bleker: “Er werd tegen ze geroepen ‘ga dan maar weg’ en ik vertelde toen dat het partijbestuur erover gaat wie de naam CDA zou mogen voeren in geval van een splitsing van de fractie. Ik wilde de emoties kanaliseren en tot iets concreets terugbrengen. Dat was mijn inborst als bestuurder.”

De drie ‘dissidenten’ ervoeren dat heel anders. Zeker toen ze moesten verschijnen bij demissionair minister Piet Hein Donner, die was gevraagd te bemiddelen. Op het ministerie van sociale zaken dreigde Donner in de richting van Klink, Koppejan en Ferrier met een royement. Hij wilde dat ze een verklaring zouden ondertekenen waarin stond dat ze zich aan een meerderheidsuitspraak van het CDA-congres zouden binden. De drie weigerden en zochten contact met partijgenoot Rob van de Beeten.

In een kamertje op het departement belden ze met hem. Deze advocaat was vice-voorzitter van de partij geweest en was op dat moment lid van de Eerste Kamer. Als jurist vond hij dat dit gewoon niet door de beugel kon. Hij stelde ze gerust: volksvertegenwoordigers mogen op basis van artikel 67 van de Grondwet geen ‘last’ aannemen. Ook artikel 14 van het Program van Uitgangspunten van het CDA verbood dat ze zich door anderen lieten sturen.

Van de Beeten was verbijsterd en is dat eigenlijk nog steeds. “Het is staatsrechtelijk uitzonderlijk en mijns inziens onjuist dat een zittend lid van de regering tegen drie gekozen volksvertegenwoordigers zegt dat ze zich neer moeten leggen bij een besluit van een partijcongres en dat ze anders de fractie en partij uitgezet worden. Dat kan helemaal niet. Ongehoord. Afkeuringswaardig.”

‘Hij is voor mij toen definitief van zijn voetstuk gevallen’

Na uren van overleg kwamen de drie met een eigen verklaring waarin ze beloofden dat ze de mening van het congres ‘zwaar zouden laten meewegen’. Verder wilden ze niet gaan. “Dat een gezaghebbend CDA’er als Donner zoiets voorstelde schokte ons enorm”, zegt Koppejan. “Hij is voor mij toen definitief van zijn voetstuk gevallen.”

Donner, de latere vice-voorzitter van de Raad van State, herinnert het zich ‘in concreto’ niet, maar ontkent tegelijkertijd dat het zo is gegaan. Per mail reageert hij: ‘Ik weet ook dat mijn gesprekspartners er om hen moverende redenen altijd een weergave van hebben gegeven die ik niet herken. Maar juist daarom lijkt het mij niet verstandig daar nu weer op terug te komen.’

Wel gaf hij eerder toe voorstander te zijn geweest van de gedoogrol van de PVV. In een gesprek met Christen Democratische Verkenningen vertelde hij dat ‘regerings- of bestuurlijke deelname vaak een doeltreffend instrument is om de opkomst van populistische partijen te remmen’. De LPF heeft zich immers nooit meer van regeringsdeelname hersteld en de PVV verloor na de gedoogsteun drie verkiezingen op rij. Dat het CDA een nog groter verlies leed en nu zelfs kleiner is dan de PVV, zegt hij er niet bij.

Overigens vroeg Geert Wilders enkele dagen later tijdens de hervatte informatiebesprekingen ook om een verklaring van de drie CDA’ers dat ze zich neer zouden leggen bij een congresuitspraak. Dat werd toen door Verhagen van de hand gewezen, omdat het staatsrechtelijk niet kon.

Hoewel in de beeldvorming Ferrier en Koppejan werden afgeschilderd als twee eenzame strijders tegen een kabinet dat ze niet wilden, klopte dat niet. Achter de schermen werden ze gesteund door partijprominenten als Ernst Hirsch Ballin en oud-minister Cees Veerman. Ook Pieter Omtzigt was erbij, het Kamerlid dat vanwege zijn plaats op de lijst in de wachtkamer zat. Zelfs Ruud Lubbers dacht op de achtergrond mee. “Hij hoopte dat door een goede persoonlijke bezetting van kabinet en Kamerfractie Wilders ingekapseld zou kunnen worden”, verduidelijkt Jan Schinkelshoek, ook een kandidaat-Kamerlid in de wachtkamer. “Dat vond ik een te optimistisch scenario.” Dit ‘Javaberaad’ kwam regelmatig samen in zijn huis in de Javastraat in Den Haag om de partij te mobiliseren tegen deelname.

Schinkelshoek zou een vierde ‘bezwaarde’ in de fractie zijn geweest als hij na de formatie was ingestroomd. Maar net als Ab Klink bedankte hij als lid van de fractie. “Dat is het verschil met Ad en Kathleen. Ik vreesde vermalen te worden in de politieke praktijk. Interne oppositie, zoals de loyalisten dat deden onder Van Agt, zag ik niet zitten.”

Na het voor hen onzalige avontuur met de PVV stopte Ferrier als Kamerlid. ‘‘Niet omdat ik teleurgesteld was. Ik zat in de politiek om mijn idealen te verwezenlijken en niet om vrienden te maken. Na tien jaar was het tijd voor iemand anders.” Koppejan hield de eer aan zichzelf toen hij door het partijbestuur op een voor hem te lage plaats op de lijst werd gezet. De karavaan trok verder, om de aartsvader van het CDA, Piet Steenkamp, te citeren.

‘Ik hoop dat De Jonge met een sterk verhaal komt’

Maar waarheen? “Ik zou niet weten waar het CDA tegenwoordig voor staat”, zegt Jan Schinkelshoek. “De kracht van het CDA was altijd dat het een combinatie in zich had van goede ideeën en een aansprekende lijsttrekker, dan gaat de machinerie lopen. Ik hoop dat Hugo de Jonge straks met een sterk verhaal komt.”

Ook Koppejan verwacht veel van de ‘verbindende middenpartij’ die de nieuwe lijsttrekker zegt te willen maken van het CDA. De voormalige ‘dissident’ werkt nu mee aan CDA Midvoor, een netwerk dat politieke vernieuwing centraal stelt. Eerder dit jaar bleek het CDA opnieuw verdeeld over samenwerking met populisten, dit keer met Forum voor Democratie. Koppejan waarschuwde via Twitter: ‘Niet weer!’ De Jonge sluit landelijke samenwerking inmiddels uit.

Wat bleef is een open wond die geen kans kreeg te genezen. Hadden de tegenstanders niet gelijk gekregen? Veel leden van de christelijk-sociale vleugel verlieten de partij. Nauwelijks werd er op deze episode in de partijgeschiedenis teruggekeken.

Rob van de Beeten deed via zijn contacten in de partij nog twee keer een poging om de hoofdrolspelers om de tafel te krijgen voor een verzoenend gesprek. Maar beide keren weigerden Verhagen en Buma. “De algehele sfeer was om nooit meer over het echec te praten, om het in de doofpot te stoppen. Triest, want mensen zijn toch beschadigd. Het zou een mooi gebaar zijn als Hugo de Jonge (die ook voor samenwerking met de PVV was, red.) er bij veertig jaar CDA toch even bij stil zou staan. Het zou vreemd zijn als hij er geen woord aan zou wijden. Hij kan er niet omheen als hij een leider voor de héle partij wil zijn.”

Lees ook: Alles wat er mis kon gaan, ging mis. Hoe 1994 een rampjaar werd voor het CDA

Het CDA viert op 10 oktober dat het veertig jaar geleden is ontstaan uit een fusie van KVP, ARP en CHU. Trouw beschrijft in een driedelige serie enkele sleutelmomenten. Vandaag deel 2: rampjaar 1994.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden