Lid van de Sultan Murad Brigade, een van de Syrische groeperingen die steun kreeg van Nederland.

Syrische strijdgroepen

Hoe Buitenlandse Zaken probeerde extern onderzoek naar de hulp aan Syrische opstandelingen te voorkomen

Lid van de Sultan Murad Brigade, een van de Syrische groeperingen die steun kreeg van Nederland.Beeld Getty Images

Wob-documenten opgevraagd door Trouw en Nieuwsuur laten zien dat het ministerie van buitenlandse zaken een extern onderzoek naar omstreden hulp aan Syrische opstandelingen wilde voorkomen. ‘Heb je afgehecht dat we dat niet moeten willen?’

Ghassan Dahhan en Milena Holdert

Het ministerie van buitenlandse zaken heeft geprobeerd een extern onafhankelijk onderzoek naar het zogeheten NLA-programma tegen te houden. Via dat programma kregen Syrische strijdgroepen tussen 2015 en begin 2018 steun van Nederland in hun strijd tegen het regime van Assad, zoals pick-uptrucks, kleding en communicatieapparatuur. In september 2018 onthulden Nieuwsuur en Trouw dat dergelijke steungoederen ook terecht waren gekomen bij groepen die Nederland als terroristisch kwalificeert. Naar het NLA-programma loopt momenteel in opdracht van de Tweede Kamer een onderzoek door een commissie onder leiding van oud generaal-majoor Patrick Cammaert.

Uit nieuwe vrijgegeven documenten op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) wordt nu duidelijk dat het kabinet druk uitoefende op coalitiepartijen om te voorkomen dat dit onderzoek er kwam. Het kabinet wilde dat Kamerleden tegen een motie zouden stemmen die pleitte voor een onafhankelijk onderzoek. Uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur was in november 2020 al gebleken dat premier Mark Rutte hierbij betrokken was.

Naar buiten toe zeiden premier Rutte en toenmalig minister van buitenlandse zaken Stef Blok dat zij geen extern onderzoek naar het NLA-programma wilden omdat ‘bondgenoten’ – de bevriende landen die net als Nederland bepaalde steun leverden aan Syrische opstandelingen – dat onwenselijk vonden. Maar dit gebruikte argument komt in de interne stukken van het ministerie vrijwel niet aan de orde.

Het NLA-programma

In september 2019 onthulden Nieuwsuur en Trouw dat Nederland logistiek materieel aan Syrische strijdgroepen had geleverd die mensenrechten schonden en samenwerkten met terroristen. De Nederlandse regering wist daarvan, en zette het steunprogramma toch door. Het zogeheten ‘non letale’ programma (NLA) startte in 2015 en werd in de loop van 2018 stopgezet. De Kamer wist al die tijd niets: het programma was namelijk ‘staatsgeheim’ verklaard. In totaal steunde Nederland 22 groeperingen.

Wel had het kabinet de Kamer vantevoren, en ook terwijl het programma liep beloofd dat Nederland alleen ‘civiel’ of zogeheten ‘non-letaal’ materiaal aan groeperingen zou leveren: het zou bijvoorbeeld gaan om voedsel en medische hulp, niet bedoeld voor de gewapende strijd. Maar dat bleek niet het geval.

Want in werkelijkheid, zo toonde onderzoek van Trouw en Nieuwsuur, bleek de ‘civiele’ hulp grotendeels te bestaan uit voertuigen, zoals pick-uptrucks, waar strijders mee naar het slagveld reden, wapens op monteerden, en beschietingen mee uitvoerden. Ook had Nederland satellietapparatuur en ander logistiek materiaal geleverd dat de opstandelingen gebruikten in de strijd.

‘Anders verzinnen we een andere list’, schrijft een ambtenaar

Kort voor een stemming in de Kamer over een extern NLA-onderzoek, schrijft een ambtenaar dat het ministerie een onderzoek niet zit zitten: “Dat betekent daarna weer debat, weer vragen, etc. Vraag of jij met coalitiepartners af hebt gehecht dat we dat niet moeten willen (en of je dat anders nog kan doen). Dat leek XXX (zwartgelakt, red.) de grootste valkuil voor morgen.” In een andere mail, dat als onderwerp ‘overleg vanmiddag over motie NLA’ heeft, staat: “M [Minister, red.] heeft rondje gebeld. Overwegend positief richting meerderheid tegen de motie. Weten we maandag definitief.” Een collega-ambtenaar mailt daarop terug: “Fingers crossed. Mooi als het zo zou aflopen en anders verzinnen we een andere list.”

In eerste instantie slaagt de poging van het ministerie om de instelling van een onafhankelijk onderzoek naar het NLA-programma te voorkomen. Eind 2020 krijgt het blijkbaar al te horen dat GroenLinks tegen de motie van Kamerlid Martijn van Helvert (CDA) zal stemmen, die om zo’n onderzoek vraagt. Ook oppositiepartijen PvdA en SGP zeggen dan al tegen te stemmen, waardoor er geen meerderheid is voor een onderzoek. Een ambtenaar mailt: “GroenLinks stemt tegen. Als iedereen vanmiddag stemt zoals aangegeven haalt de motie het niet (VVD, D66, PvdA, GL en SGP is 77 zetels en dus een meerderheid).”

De situatie verandert wanneer het kabinet op 15 januari 2021 valt vanwege de toeslagenaffaire. Het kabinet kan dan niet meer rekenen op een Kamermeerderheid die het onderzoek tegenhoudt. De motie van Van Helvert om alsnog een onafhankelijk onderzoek naar het NLA-programma in te stellen, wordt aangenomen. Daarop mailt een ambtenaar zijn collega’s: “Sinds de fall out van de Toeslagen Affaire stond dit wel zo ongeveer in de sterren geschreven.” Het ministerie moet er nu aan geloven: er komt een onafhankelijk onderzoek naar het NLA-programma.

Strijders van het Vrije Syrische Leger in een pick-uptruck met een Turkse vlag rijden langs kapotte gebouwen in het noord-Syrische al-Rai, in de regio Aleppo. Beeld Reuters
Strijders van het Vrije Syrische Leger in een pick-uptruck met een Turkse vlag rijden langs kapotte gebouwen in het noord-Syrische al-Rai, in de regio Aleppo.Beeld Reuters

Buitenlandse Zaken geeft het opvallende advies geen jurist te benoemen als commissievoorzitter

Toch blijft Buitenlandse Zaken proberen om invloed uit te oefenen op het onafhankelijke onderzoek en de instelling van een externe commissie. In een mail daterend van 26 januari 2021 wordt een opvallend advies gegeven over wie het onderzoek niet moet leiden: “Ik heb afgeraden een jurist als voorzitter te kiezen.” Het is opmerkelijk omdat een belangrijk deel van het onderzoek gaat over juridische vraagstukken, zoals de informatievoorziening van de Tweede Kamer, de ambtelijke besluitvorming en de juridische risico’s van het programma. Bovendien werden eerdere commissies die onderzoek deden naar de Nederlandse rol in buitenlandse conflicten vaak geleid door ervaren juristen. Zo werd het onderzoek naar de Nederlandse politieke steun aan de Amerikaanse invasie in Irak geleid door oud-rechter van de Hoge Raad Willibrord Davids en dat naar het Nederlandse bombardement op Hawija door de ervaren jurist Winnie Sorgdrager.

Het ministerie laat in een reactie weten niet te willen reageren op vragen over de commissie. “Het staat voorop dat de Commissie haar werk op onafhankelijke wijze moet kunnen doen. Zolang de werkzaamheden lopen zullen we dan ook niet ingaan op nadere vragen over de Commissie.”

Huisbankier ING is bezorgd over de transacties naar Syrische strijdgroepen

Uit de Wob-stukken blijkt ook dat ING, de huisbankier van de Nederlandse overheid, zorgen had over de steun van Buitenlandse Zaken aan Syrische opstandelingen. Banken moeten vanwege de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wvwft) strenge controles uitvoeren bij klanten bij verdenkingen van terrorismefinanciering. ING had in 2019 vragen over mogelijk verdachte transacties van Buitenlandse Zaken naar Syrische strijdgroepen en wilde een gesprek met het ministerie.

Een ambtenaar van Buitenlandse Zaken vermoedt waar de vragen van de huisbankier over gaan, zo valt te lezen in een mail aan collega’s: “ING ongetwijfeld bang voor schending van regelgeving over (faciliteren) financiering terrorisme.” In een andere mailwisseling is te lezen: “De lijn die we hebben is dat we benieuwd zijn wat ING van ons wil weten en dat we vanuit BZ geen groeperingen hebben gesteund die op EU- en VN-lijsten terrorisme stonden. De bal ligt voornamelijk bij ING.”

ING lag in 2018 onder vuur toen het met justitie een schikking trof voor 775 miljoen euro vanwege “ernstige nalatigheid” bij de controle op verdachte transacties. Tussen 2010 en 2016 deed ING te weinig om te voorkomen dat bankrekeningen werden gebruikt voor het witwassen van honderden miljoenen euro’s. Het OM verweet de bank “in Nederland jarenlange en structurele overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).” ING beloofde beterschap.

Beelden van de Sultan Murad Brigade, een van de Syrische groeperingen die steun kreeg van Nederland. Beeld
Beelden van de Sultan Murad Brigade, een van de Syrische groeperingen die steun kreeg van Nederland.

Ambtenaren probeerden ING gerust te stellen over de bedrijven die pick-uptrucks stuurden

Op 22 augustus 2019 vindt er een gesprek plaats tussen de bank en Buitenlandse Zaken. Uit het gespreksverslag blijkt dat ING vooral geïnteresseerd was in de betalingen aan de bedrijven (Candor International en Creative Associates) die voor Buitenlandse Zaken onder meer de pick-uptrucks naar de opstandelingen stuurden en op basis waarvan deze bedrijven geselecteerd waren.

De ambtenaren probeerden ING gerust te stellen en zeiden dat er ‘erg strenge monitoring’ op het programma had plaatsgevonden, en dat die monitoring adequaat was. Wel kon het zo zijn dat er goederen terecht waren gekomen bij groeperingen voor wie de goederen níet bedoeld waren, stelde Buitenlandse Zaken. In het gespreksverslag tussen het ministerie en ING staat dat ‘in de toekomst het Ministerie en ING nauwer contact zullen onderhouden, om elkaar te informeren over lopende zaken’.

Opmerkelijk is dat in het verslag ook staat dat ING ‘in bezit’ is van de Wob-stukken over NLA, terwijl deze documenten staatsgeheime informatie bevatten. Onduidelijk is of de bankmedewerkers die de Wobs hebben ingezien een veiligheidsonderzoek hebben ondergaan of welke veiligheidsmaatregelen Buitenlandse Zaken heeft getroffen tegen eventuele verspreiding ervan. Kamerleden mochten de Wobs bijvoorbeeld slechts tijdelijk inzien en alleen na het tekenen van een geheimhoudingsverklaring. Medewerkers van Buitenlandse Zaken, die inzage wilden hebben in de Wob-stukken, moesten eerst een screening ondergaan.

Buitenlandse Zaken wil niet ingaan op vragen van Trouw en Nieuwsuur over ING.

Lees ook:

Nederland steunde ‘terreurbeweging’ in Syrië
De Nederlandse regering heeft een gewapende groepering in Syrië gesteund die door het Openbaar Ministerie als ‘terroristisch’ is bestempeld. Dat bleek in 2018 uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur.

‘Nederland ging te ver in het verlenen van steun aan Syrische groepen’
De extern volkenrechtelijk adviseur van het kabinet, André Nollkaemper, gaf achteraf alsnog een oordeel over het Nederlandse steunprogramma aan Syrische rebellen.

Rutte probeert onderzoek steun Syrische rebellen tegen te houden.
Premier Rutte heeft persoonlijk geprobeerd een onderzoek naar de Nederlandse steun aan Syrische rebellen tegen te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden