Toeslagenaffaire

Het was medio 2019 oorlog tussen Financiën en eigen Belastingdienst

Jaap Uijlenbroek, directeur-generaal Belastingdienst 2017-2020, wordt gehoord door de parlementaire enquêtecommissie-Kinderopvangtoeslag.Beeld ANP

Op het ministerie van financiën brak medio vorig jaar een strijd los tussen de hoogste baas van de Belastingdienst en de leiding van het ministerie vanwege de toeslagenaffaire.

Vorig jaar werd duidelijk hoezeer de Belastingdienst had misgekleund en dat de gedupeerde toeslagouders al die jaren volledig gelijk hadden gehad. De toeslagenaffaire trof zelfs nog veel meer ouders dan gedacht. Het departement zette directeur-generaal Jaap Uijlenbroek van de Belastingdienst opzij, en stelde een crisisteam in zonder hem. Toch duurde het nog tot ruim in 2020 voordat tot compensatie werd overgegaan. Dit bleek vrijdagochtend tijdens het verhoor van Uijlenbroek voor de parlementaire ondervragingscommissie-Kinderopvangtoeslag. 

Hij verhaalde over een voor hem memorabele dag, 4 juni vorig jaar, toen bleek dat de stopzetting van kinderopvangtoeslag van ruim driehonderd ouders in 2014 gebaseerd was op verouderd bewijs.  

Het departement was daarover zeer verrast, aangezien de zaak al jaren sleepte. Toch had de Nationale Ombudsman al in 2017 een vernietigend oordeel geveld over het optreden van de Belastingdienst. En sindsdien stelde de Tweede Kamer steeds vragen naar deze zaak, vooral Kamerleden Renske Leijten (SP) en Pieter Omtzigt (CDA) waren vasthoudend.

‘We zitten in een crisis’

Maar volgens Uijlenbroek werd hem op die dag pas duidelijk dat de ouders al die jaren volledig gelijk hadden gehad, en dat de dienst fout zat. De ouders hadden volledig recht op compensatie. Een ambtenaar had inmiddels onderzocht hoe het bij de andere zaken van het fraudeteam was verlopen. Volgens de ambtenaar bleek dat dezelfde hardvochtige werkwijze structureel en jarenlang was toegepast bij Toeslagen, en dus over veel meer ouders zou moeten gaan dan steeds werd gedacht. “We zitten in een crisis”, had Uijlenbroek toen gezegd en hij heeft direct de staatssecretaris hierover ingelicht.

Eerdere signalen over de omvang van het probleem hadden hem echter nooit bereikt, vertelde Uijlenbroek aan de commissie. Er was te lang vastgehouden aan het idee dat de harde aanpak van de ouders volgde uit de wet, aldus Uijlenbroek. Hij gaf aan dat de Belastingdienst de houding aannam om vooral uit te leggen waarom het logisch is hoe zij opereert en zich niet verplaatst in het perspectief van burgers.

Acceptatie en berusting

Uijlenbroek ontkende ook kennis te hebben gehad van de explosieve memo uit 2017 van de afdeling Toeslagen. Daarin stelde de belangrijkste juridisch adviseur al dat de ouders gelijk hadden en gecompenseerd moesten worden. Hoewel die memo ook op die bewuste 4 juni met Uijlenbroek is besproken, bleef hij bij de commissie volhouden dat hij er pas van hoorde toen deze alsnog openbaar werd gemaakt.

Uijlenbroek werd door de leiding van Financiën in januari 2020 uit zijn functie ontheven. Hij kon niet vertellen waarom niet al in 2017 werd besloten om de driehonderd ouders te compenseren. Bovendien bleven bij alle andere ouders die een vergelijkbare behandeling hadden gehad de invorderingen – van loonbeslagen tot huisuitzettingen – gewoon doorlopen. “De omvang van het probleem drong heel langzaam bij ons door”, zegt Uijlenbroek hierover. Er heerste volgens hem ‘acceptatie en berusting’ bij de dienst dat dit niet anders kon, want het vloeide voort uit de wet.

Dat er in 2009 al geadviseerd werd door de landsadvocaat dat de dienst ook veel minder hard had mogen optreden, noemde Uijlenbroek ‘een van de vele zekeringen die hebben gefaald’. “Dat leidde allemaal tot deze ramp in slow motion. Telkens zijn er momenten geweest waarop we anders hadden kunnen beslissen en handelen, zodat deze trein niet zo gruwelijk van de rails was gelopen. Dat geldt voor iedereen, niet alleen de Belastingdienst, ook de regering, de Tweede Kamer en de Raad van State.”

Verbolgen over zijn gedwongen vertrek

In de veelbesproken CAF11-zaak, waarin het gastouderbureau Dadim uit Eindhoven centraal staat, was volgens Uijlenbroek een ‘signaal’ de aanleiding om onderzoek te doen. Dat daarbij verouderd bewijs werd gebruikt, dat al gecorrigeerd was, noemde hij vrijdag niet. En dat hem in juni 2019 al duidelijk werd gemaakt dat het onderzoeksdossier niet deugde, liet hij ook weg. Sterker nog, hij herhaalde opnieuw dat er sprake zou zijn van ‘grote administratieve onvolkomenheden’ die aanleiding gaven om toeslagen bij de ouders stop te zetten.

Uijlenbroek vertelde de commissie in het najaar van 2019 de bewindspersonen geadviseerd te hebben om een parlementair onderzoek in te stellen naar de toeslagenaffaire om de onderste steen boven te krijgen. Tegelijkertijd toonde hij zich verbolgen over zijn eigen gedwongen vertrek, en van andere directeuren bij de Belastingdienst als ook de aangifte in mei dit jaar tegen de dienst. Uit eigen onderzoek was hem gebleken dat er geen sprake was van verwijtbaar handelen door individuele ambtenaren van de Belastingdienst. Maar dat zag de leiding van Financiën anders. “De Belastingdienst wordt hiermee stukgemaakt. We zijn weer terug bij af”, concludeerde Uijlenbroek.

Lees ook:

Het dossier van de Toeslagenaffaire en een reconstructie: wie wist er wat van? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden