Klacht van politiechef

Het vuurwerkbeleid is zo versnipperd, dat de politie niet meer weet hoe op te treden

Politieagenten en brandweerlieden oefenen in Alphen aan den Rijn incidenten met vuur en vuurwerk ter voorbereiding op de jaarwisseling. Beeld ANP

Gemeenten kiezen hun eigen vuurwerkregels. Die lopen zo uiteen dat de politie niet meer weet hoe op te treden, klaagt korpschef Akerboom. De Tweede Kamer debatteert woensdag opnieuw over het vuurwerkverbod. 

De vergelijking lijkt iets te makkelijk gemaakt, maar de feiten zijn ernaar. Het vuurwerkbeleid in Nederland is in de handen van dit kabinet ontploft. Overal in het land liggen inmiddels de fragmenten. Bij gebrek aan centrale regelgeving heeft de ene gemeente een vuurwerkvrije zone bij het woonzorgcomplex ingevoerd, en de ander een totaalverbod voor het centrum. In weer andere steden mag álles.

Korpschef Erik Akerboom van de nationale politie heeft aan de vooravond van het Kamerdebat van vandaag over onrust bij de jaarwisselingen een brief aan het parlement gestuurd waarin hij klaagt over ‘de lappendeken’ die juist voor onoverzichtelijke situaties zorgt. “Ik voorzie dat een willekeur aan lokale verboden de handhaving van de openbare orde een stuk complexer maakt”, schrijft Akerboom. Want hoe weten agenten bijvoorbeeld waar de ene zone ophoudt en de ander begint. En hoe weten burgers dat? Het algehele verbod op het zwaarste vuurwerk betreft alleen Chinese rollen. En die zijn nu net veel te zwaar om naar de politie te gooien. Zij wordt vooral bekogeld door het iets lichtere knalvuurwerk.

Volgens hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder (VU) heeft Akerboom weliswaar een punt als hij klaagt dat de versnippering van lokale regelgeving moeilijk is voor een nationaal georganiseerde politie. Maar dit kan volgens hem niet betekenen dat gemeenten maar moeten stoppen met hun maatwerk. Het is hun goed recht. Volgens hem lopen gemeenten juist voorop en blijft het kabinet achter. Volgens Schilder is het alleen zaak dat de politie zich goed voorbereid op de maatregelen ter plaatse, zolang een landelijke aanpak uitblijft.

Akerboom staat onder grote druk door het uitblijven van centraal beleid

Het is overigens zeldzaam dat een korpschef een brief stuurt naar het parlement. Hij is namelijk uitvoerder van de wet- en regelgeving die door de Kamer wordt gemaakt. Maar Akerboom staat onder grote druk door het uitblijven van centraal vuurwerkbeleid. Dat leek er wel te komen na het verschijnen van een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Die concludeerde eind 2017 dat Oud en Nieuw op veel plaatsen het onveiligste feest van het jaar is. De raad adviseerde een verbod op gevaarlijk knalvuurwerk en bepleit georganiseerde vuurwerkshows.

Even leek het alsof het kabinet die lijn zou volgen toen in maart 2018 plannen uitlekten van minister Ferd Grapperhaus (CDA, justitie en veiligheid) en staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66, infrastructuur en milieu) die de verkoop van rotjes en ander gooiknalvuurwerk wilden verbieden. Maar dat voorstel was na één dag al van tafel omdat alleen coalitiepartij ChristenUnie vóór was. Grapperhaus en Van Veldhoven hadden zelfs niet de steun van hun eigen partijen.

Het kabinet legde de verantwoordelijkheid voor Oudjaar vooral in handen van de gemeenten en heeft alleen op rijksniveau geregeld dat vuurwerkverkopers worden verplicht veiligheidsbrillen en aansteeklonten aan klanten mee te geven. De Inspectie voor de Leefomgeving gaat vuurwerk beter controleren. En wie in de Oudejaarsnacht hulpverleners lastigvalt of hindert, wordt harder aangepakt.

Volgens Grapperhaus komt het kabinet ‘zowel tegemoet aan de adviezen van de OVV als aan de Nederlandse traditie van Oud en Nieuw, dat in ons land ieder jaar volop wordt gevierd’. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid zullen de maatregelen van de minister níet leiden tot een ‘structurele daling van slachtoffers, incidenten en schade’.

Lees ook: 
‘De burger zelf laten strijden tegen vuurwerk heeft geen zin’

Burgemeesters zijn enthousiast over hun vuurwerkvrije zones op vrijwillige basis. Maar werken ze eigenlijk wel? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden