ColumnHans Goslinga

Het verval begint zelden bij het volk

De vader van de moderne democratie, de Franse denker Montesquieu, schreef: “Het Romeinse volk was een fatsoenlijk volk. Dit fatsoen was zo krachtig dat de wetgever kon volstaan met het wijzen van de goede weg. Het volk leek geen opdrachten nodig te hebben, alleen adviezen.”

Zonder twijfel tot zijn teleurstelling heeft premier Rutte ondervonden dat het Nederlandse volk, en zelfs de koning, nog niet zover is. In het begin van de coronapandemie rekende hij sterk op de vaardigheid van de Romeinse geest. Wat hier niet werkt, zei hij eind maart, is een regering die zegt: je mot zus en je moet zo. In een volwassen democratie als Nederland doe je het met z’n allen.

Deze lijn is te optimistisch gebleken, de trots die Rutte eraan verbond voorbarig. Als je volstaat met het geven van adviezen, is de minimale voorwaarde dat je je er zelf aan houdt. Montesquieu verschafte ook hier een beslissend inzicht: “Beschikt het volk eenmaal over goede stelregels, dan blijft het daar langer aan vasthouden dan de zogeheten achtenswaardige lieden. Zelden begint het verval bij het volk”.

In dat opzicht waren het kardinale fouten dat minister van justitie Grapperhaus aanbleef na overtreding van de regel afstand te houden en de koning met zijn gezin op vakantie naar Griekenland ging. Dat was vloeken met het beginsel dat in een democratie iedereen gelijk is voor de wet, de bestuurders net zozeer als de bestuurden. Dat onderscheidt de democratie van autocratische stelsels en bepaalt tegelijk de moeilijkheidsgraad.

Een zekere soberheid waaraan ook de koning zich niet kan onttrekken

Volgens Montesquieu kan een despoot met ‘zijn constant geheven arm alles regelen en bedwingen’. Er is niet veel rechtschapenheid nodig om zo’n bewind in stand te houden. “Maar in een democratie is een extra drijfveer nodig, en wel de deugd.” Hij beschreef die deugd, niet zozeer in morele als wel in politieke zin, als ‘liefde voor gelijkheid’, niet alleen gelijkheid voor de wet, maar ook een zekere soberheid, waaraan ondanks zijn bijzondere positie ook de koning zich als hoofd van de natie niet kan onttrekken. Moeten Rutte, Grapperhaus en de koning, in Den Haag gekroond met de nieuwe bijnaam Joe Speedboat, nu nog een boodschap hebben aan denkbeelden die drie eeuwen geleden in een studeerkamer zijn ontwikkeld?

Ja, want Montesquieu baseerde zijn noties, zoals hij schreef, op de aard der dingen, die hun eigen wetmatigheden voortbrengen. Zo raakt volgens hem de democratie in verval als de geest van gelijkheid verloren gaat of in het extreme wordt doorgevoerd. Dat laatste is het geval als het volk het respect voor zijn bestuurders verliest en hun gezag niet langer duldt. Je ziet in de westerse wereld beide bewegingen, opgepookt door politieke opportunisten. Het luistert dus nauw, het evenwicht is altijd precair; de democratie vergt van beide kanten oog voor de publieke zaak, zeker in een crisis, wanneer het algemeen belang, meer dan normaal, op de voorgrond treedt. Voor iemand met een optimistisch mensbeeld als Rutte is het wellicht moeilijk gedrag af te dwingen.

Zijn partijgenoot Luuk van Middelaar, voormalig adviseur van de VVD-voorlieden Bolkestein en Van Aartsen, vond het deze week in zijn NRC-column nodig de premier vanwege de agressie in de openbare ruimte aan de zwaardmacht van de staat te herinneren. Volgens Van Middelaar is de binnenlandse vrede geen gegeven. De Engelse filosoof Hobbes aanroepend schreef hij: ‘We hebben een Staat nodig opdat wij elkaar niet de kop inslaan’. Dwars door alle vrijheden en inspraak mag een regering dat niet vergeten: ‘Als de staat de zwaardmacht verzaakt, komen ontwrichtende krachten los’.

Bolkestein liet zich kennen als een atypische liberaal

Bolkestein zou er wel oren naar hebben gehad. Hij hield er een pessimistisch mensbeeld op na, dat aansloot bij de protestantse Heidelbergse catechismus dat ‘de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’. Bolkestein liet zich hiermee kennen als een atypische liberaal en als een politicus die de luxe behield louter op eigen stee te leunen.

Rutte heeft, als premier opererend in een gefragmenteerd krachtenveld, geleerd bestuurskracht vanuit het midden te ontwikkelen. Bolkestein verfoeide het polderen als sta-in-de-weg van de vrije markt, Rutte heeft het Rijnlandse model omarmd, omdat dit het publieke belang boven de winst van aandeelhouders plaatst en het overleg beschouwt als weg naar resultaten.

In de heksenketel van bestuurlijke urgenties, belangen, hartstochten, politieke en ambtelijke krachten die de coronacrisis meebrengt, dwingt de middenpositie onvermijdelijk tot geschipper. In zo’n situatie is een beroep op de verantwoordelijkheid van de burgers geen zwaktebod, maar een kracht waarvan je juist in een democratie gebruik moet maken. In de Romeinse republiek was de zwaarste straf voor overtreding van regels een slechte naam.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden