Bomaanval

Het verhaal van Alaa Qader: zo krijgt de bomaanval op Hawija een gezicht

Alaa Qader RidhaBeeld Inge Van Mill

Een van de burgerslachtoffers van de Nederlandse F16-aanval op een bommenfabriek in het Iraakse Hawija sprak gisteren voor het eerst met Kamerleden, aan de vooravond van het debat met minister Bijleveld.

Voor de Iraakse Alaa Qader Ridha, zijn vrouw en vijf jonge kinderen is het een gewone avond in Hawija, die 2e juni 2015. De stroom is uitgevallen, ze eten samen. De kinderen mogen opblijven, de volgende dag is er geen school. Tegen middernacht horen ze gedreun van vliegtuigen en gaat de familie de tuin in. Dat doen ze meestal, om de kans op verwondingen bij een eventuele aanval te verkleinen. Hawija is in handen van Islamitische Staat en veel inwoners zijn gevlucht. Er komen vaker vliegtuigen over van het Iraakse leger en van de internationale coalitie die IS bestrijdt. Maar de klap die volgt is ongekend.

“Het leek wel een aardbeving, of een atoombom, je kunt je niet voorstellen hoe dat klonk”, zegt Alaa Qader (37) tegen de vier Kamerleden van de SP, D66, GroenLinks en PvdA die zijn verhaal woensdag aanhoren. “Iedereen viel op de grond. Mijn vrouw kreeg glas in haar rug, mijn zoontje van vijf lag half bedolven onder een deur en bloedde aan zijn oog. Hij is halfblind nu.” Anderhalve kilometer verderop, in de buurt waar Nederlandse F16’s hun lading hebben laten vallen op een explosievenfabriek van IS, wordt zijn winkelpand net als vierhonderd andere woningen volledig verwoest. “In een paar minuten tijd was alles verpest wat ik had opgebouwd.”

Alaa Qader is een van de tenminste 60 Irakezen uit Hawija die compensatie willen van de Nederlandse staat voor hun schade. De Nederlandse advocaat Liesbeth Zegveld staat hem bij, en is ook nu met hem meegekomen. Zegveld heeft het ministerie van Defensie tot deze dag de tijd gegeven om te reageren, voor de procedure wordt gestart. Een reactie bleef uit.

Ook Alaa Qader is nog niet benaderd door Defensie. Dat is opmerkelijk, constateren ook de Kamerleden, omdat de Kamer minister Bijleveld dringend heeft gevraagd om – los van aansprakelijkheid – iets te gaan doen voor de slachtoffers. Dat zijn er minstens zeventig, maar vermoedelijk veel meer, denkt ook Alaa Qader. Hij is de enige getroffene die inmiddels hier woont. Zegveld heeft met behulp van een lokale ngo meerdere families van slachtoffers in Hawija via skype gesproken. “Wat ik kan, kan het ministerie ook.”

Voor compensatie verwees Bijleveld tot voor kort naar Irak. Pas in februari kwam een document naar buiten uit eind 2014, waaruit blijkt Nederland ervan uitgaat dat het zelf aansprakelijk kan worden gesteld voor nevenschade door militaire aanvallen.

Beeld Louman & Friso

Na de bomaanval vertrok Alaa Qader met zijn gezin naar Kirkuk voor medische hulp en vluchtte een half jaar later naar Europa. In Griekenland selecteerde het Internationale Rode Kruis het gezin voor opvang in – puur toeval - Nederland. Hij woont nu bijna vier jaar hier. “Ik werk als pakketbezorger bij PostNL. Ja, dat is druk!”

Pas in de herfst las hij op Facebook dat de bom die ook zijn zoon halfblind maakte, uit Nederlandse F16’s kwam. Toch neemt hij Nederland niets kwalijk. “Ik begrijp dat de strijd uiteindelijk tegen IS werd gevoerd. Als ik het zicht voor mijn zoon terug zou krijgen, zou ik ook verder niets hoeven.”

Lees ook: 

Advocaat Zegveld: Kul! Nederland moet wél schade vergoeden aan slachtoffers Hawija

Anders dan minister Bijleveld van defensie beweert, is Nederland wel degelijk verplicht schadevergoeding te betalen aan de burgerslachtoffers van de F-16-aanval op het Irakese Hawija, zegt advocaat en hoogleraar oorlogsherstelbetalingen Liesbeth Zegveld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden