InterviewArno Visser

Het parlement maakt steeds dezelfde fouten, vindt de president van de Algemene Rekenkamer

Arno Visser Beeld Phil Nijhuis
Arno VisserBeeld Phil Nijhuis

Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, vindt dat het parlement onvoldoende tijd neemt om voorstellen te beoordelen. Dat leidt tot problemen, zoals de toeslagenaffaire. ‘Het zicht op wie waarvoor verantwoordelijk is, raakt kwijt.’

Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, haalt Memento aan, een film uit 2001. “De hoofdpersoon heeft een geheugenprobleem en als je naar de film kijkt, kom je er na twintig minuten achter dat het verhaal niet naar voren in de tijd loopt, maar naar achteren. Dat is heel verwarrend. Als je de tweede keer naar de film kijkt, kan je alles veel beter plaatsen en dat is ook hoe de Kamer te werk zou moeten gaan. Als er problemen zijn bij overheidsorganisaties moet je terugkijken. Dan wordt vaak duidelijk waar de fout zit. Daar moet de politiek vaker de tijd voor nemen.”

Rekenkamer: Parlement maakt steeds dezelfde fouten

De Tweede Kamer neemt onvoldoende de tijd om wetten en besluiten van tevoren goed te beoordelen. Dat geldt ook voor de Eerste Kamer. Reflectie achteraf ontbreekt, behalve als er een parlementaironderzoek wordt gedaan”, zegt Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer.

Hij reageert op de kinderopvangtoeslagaffaire en het onderzoek waar de Tweede Kamer nog mee bezig is naar problemen bij uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst, uitkeringsorganisatie UWV en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Naar verwachting verschijnt het rapport over uitvoeringsorganisaties eind februari. 

Visser, die het hoogste controleorgaan van de regering leidt, vindt dat de Tweede Kamer vaker eigen onderzoek moet doen. Ook zou het parlement de lessen uit het verleden terharte moeten nemen, want in de conclusies van eerdere onderzoeken zit een patroon. 

De Tweede Kamer sprak deze week over hoe de uitvoering van de kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst in de soep liep. Het gaat vaker fout bij de overheid. Daarover verschijnt binnenkort een rapport van een commissie onder leiding van VVD-Kamerlid André Bosman. Dit onderzoek richt zich op de Belastingdienst maar ook op uitkeringsorganisatie UWV en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

De Algemene Rekenkamer waarschuwde de afgelopen jaren regelmatig voor problemen bij de uitvoering. Een van de taken van de organisatie is nagaan wat er terechtkomt van plannen van het kabinet. Daarnaast controleert de Rekenkamer de inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid. “De organisatie en financiering van de overheid is heel ingewikkeld geworden”, signaleert Visser. “Waar kan iemand terecht met vragen over bijvoorbeeld de bijstand of de jeugdzorg? Bij wie klop je aan als je denkt dat je niet goed wordt behandeld? Regels worden in Den Haag gemaakt en de uitvoering daarvan is in dit geval uitbesteed aan gemeenten. Op deze manier kan niemand zijn werk goed doen.”

Is er sprake van een vertrouwenscrisis tussen burger en overheid?

“Er gaat ook veel goed. Het probleem dat ik schets is wel groter geworden en is voor een belangrijk deel de oorzaak van het afgenomen vertrouwen in de overheid.”

Hoe ontstaat deze crisis?

“Dit land wordt al dertig jaar continu gereorganiseerd. Als er een probleem is, wordt dat opgelost via een reorganisatie van taken en bevoegdheden en een andere verdeling van het geld. Het betekent dat anderen het werk gaan doen. Dat zou effectief zijn. Maar vaak zijn die onervaren in die taak. Ondertussen raak je ook stukje bij beetje het zicht kwijt op wie waarvoor verantwoordelijk is.

“De Tweede Kamer neemt onvoldoende de tijd om wetten en besluiten van tevoren goed te beoordelen. Dat geldt ook voor de Eerste Kamer. Reflectie achteraf ontbreekt eveneens, behalve als er een parlementair onderzoek wordt gedaan. Die commissie-Bosman doet heel goed werk. Dat zou de Kamer veel meer moeten doen. Jammer is wel dat Kamerleden niet zo lang in Den Haag rondlopen, zodat zij er zelf niet bij waren toen bepaalde wetten werden opgesteld. Het is belangrijk om te weten wat vijftien of twintig jaar geleden het plan was en wat daar in de loop der tijd aan is toegevoegd. Als je een probleem wil oplossen, moet je het spoor terug volgen, terug naar de bron.”

Leert de Kamer voldoende van die parlementaire onderzoeken?

“Nee. Als je alle onderzoeken en enquêtes op een rij zet, zie je een terugkerend patroon. De informatievoorziening aan de Kamer is niet op orde, er is onvoldoende kennis van zaken over de uitvoering van wetten en er wordt halsoverkop gereorganiseerd. Het parlement moet er dus op letten deze fouten niet meer te maken, maar het gebeurt wel.

“Zelf was ik als toenmalig Kamerlid voorzitter van een commissie die onderzoek deed naar tbs, terbeschikkingstelling. De Kamer reageerde namelijk regelmatig op incidenten die in de media verschenen. Uit ons onderzoek bleek dat de sector goed op orde was en dat het aantal incidenten met tbs’ers daalde. Maar omdat de media er vaker over schreven, ontstond het beeld dat het de spuigaten uit liep. De Kamer was het erover eens dat we anders moeten reageren op berichten in de media. Maar een paar jaar later was er toch weer een hoop commotie, met nieuwe Kamerleden.”

Zijn er andere voorbeelden?

“Weet de Kamer hoe de Nederlandse infrastructuur ervoor staat? Die piept en die kraakt. Een paar jaar geleden werden net op tijd mankementen aan de Merwedebrug bij Gorinchem ontdekt. De Nederlandse politiek heeft te weinig aandacht voor onderhoud. Het is een saai onderwerp, maar wel belangrijk. Als je geen of te weinig onderhoud pleegt en er ontstaan problemen, dan zijn de maatschappelijke kosten hoog en er ontstaat ergernis bij de burger. Die ergernis stapelt zich op en uit zich ook op andere terreinen.

“Ander voorbeeld: een paar jaar geleden is er bezuinigd op uitkeringsorganisatie UWV. Er kwam digitaal cliëntencontact. Wij hebben gezien dat mensen soms anderhalf jaar niemand van het UWV in levenden lijve spraken. Alles moest efficiënt, lean en mean, je kent die frases wel. Er is te hard bezuinigd. Je moet weten wat effecten zijn van je voorstellen.”

“Wij hebben gewaarschuwd voor de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015. Gemeenten wilden die taak graag op zich nemen en hebben er geld voor gekregen. Het Rijk zei: het wordt dichter bij de burger georganiseerd en tegelijk is er bezuinigd. Nu zeggen de gemeenten: het is over de heg gekieperd en er is te weinig geld.”

Kan het anders?

“Eerst over de jeugdzorg. Er is geen manier om te beoordelen wat te veel, genoeg of te weinig geld is. Nu hoor je aan alle kanten dat gemeenten geen sluitende begroting meer hebben. Dat is een groot probleem. Kluif dat eens af. Geld overmaken is niet de oplossing. De Kamer moet fundamenteel kijken naar wat er nodig is en hoe dat wordt georganiseerd.

“In het algemeen geldt: let op de uitvoering. Zorg voor een heldere organisatie, goed opgeleid personeel en moderne computersystemen. Daarvoor moet de politiek de scheiding tussen beleid en uitvoering ter discussie stellen. Als je beleid en uitvoering samenbrengt, weet je beter wat er gaande is. Nu is het nog zo dat Sociale Zaken het beleid bepaalt en de Belastingdienst en het UWV dat uitvoeren. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een plan en de gemeenten moeten ermee werken, Infrastructuur en Waterstaat heeft het geld en Rijkswaterstaat moet ermee aan de slag.

null Beeld Phil Nijhuis
Beeld Phil Nijhuis

“Een ander punt betreft bekostigingssystemen en prikkels. Er wordt vaak van uitgegaan dat regels tot een bepaald gedrag leiden. Maar is dat ook zo? De Kamer moet het antwoord willen weten. Als Rekenkamer hebben wij in de jaren negentig onderzocht of het ministerie van Financiën weet of belastingmaatregelen tot het gewenste gedrag leiden. Het antwoord was nee en er werd beterschap beloofd. In 2017 hebben wij het opnieuw onderzocht. Het is nog steeds niet bekend.”

Bij de invoering van nieuwe wetten wordt al vaak een ‘uitvoeringstoets’ gedaan.

“Dat gebeurt te weinig of te laat. Of de wet wordt nog veranderd nadat de uitvoeringstoets is gedaan.”

In de Kamer werd dinsdag voorgesteld om één dag per week te besteden aan actuele kwesties en de rest van de week aan parlementaire onderzoeken en de beoordeling van wetten. Is dat nuttig?

“Het zou een bepaalde mate van nuchterheid en verdieping tot stand kunnen brengen. Einstein wordt vaak geciteerd. Die zei: als ik een uur de tijd heb voordat de wereld vergaat, besteed ik 55 minuten aan de analyse en 5 aan de uitvoering.

“Ik heb het veel over anderen, maar wij moeten ook veranderen. De Rekenkamer heeft een nieuwe strategie. Wij willen sneller onderzoek doen nadat wetten zijn ingevoerd. Onze studies waren analyserend en beschrijvend. Wij gaan duiden en duidelijker en specifieker oordelen. Dat verhoogt het vertrouwen in de rechtsstaat en de democratie. Daar zijn we voor. Mensen vinden het denk ik fijn om te weten dat er een onafhankelijke Algemene Rekenkamer is die beoordeelt wat goed gaat en wat beter kan. Wij hoeven niet met grote letters in de krant te komen, als de manier waarop de overheid werkt maar beter wordt.”

U studeerde literatuurwetenschappen. ­Interessant voor een rekenmeester.

“Mijn buitenlandse collega’s vinden dat heel merkwaardig, een letterkundige die zich met cijfers bezighoudt. Ik ben eigenlijk een bèta. Mijn studie was vooral filosofisch en analytisch. De Rekenkamer is niet bezig met optellen en aftrekken van getallen, maar analyseert op een wetenschappelijke manier systemen en paradigma’s.

“Vroeger maakten we rapporten van 200 pagina’s en die werden gelezen. Dat gebeurt niet meer. Nu is het korter, sneller geschreven en cijfers worden verwerkt in grafieken. Wat ik er zelf aan toevoeg zijn onderdelen van boeken en films, die gebruik ik als metafoor. Ik probeer daarmee de kern van onze analyse over te brengen. Dan kom ik uit bij bijvoorbeeld Madame Bovary van Flaubert. Veel mensen kennen dat en dan kan een beeld dat ik wil overbrengen zich vastzetten. In het boek stapt madame Bovary met een man in een koets. De gordijnen gaan dicht. Er volgt een witte bladzijde en er begint een nieuw hoofdstuk. Dat boek is aangeklaagd. Het zou scabreus zijn en verboden moeten worden. Maar er komt geen onvertogen woord in voor. Alles wat er gebeurt, zit in het hoofd en de fantasie van de lezer. Met andere woorden: niet vertellen wat er aan de hand is, is mooi voor de literatuur, maar verbeelding is niet goed voor de politiek. Dan gaan mensen zelf invullen en dat voedt wantrouwen. Wees dus transparant.” Open de gordijntjes van die koets.”

Lees ook:

Ook de Tweede Kamer zelf zat fout bij de toeslagenaffaire

De Tweede Kamer praat dinsdag over de toeslagenaffaire. De vraag is of de eigen rol van het parlement daarbij voldoende over het voetlicht komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden