Bram van Ojik (1954) met een foto van zichzelf toen hij net in de Tweede Kamer zat. ‘Er is nu veel meer contact tussen oppositie en coalitiepartijen.’

Interview Kamerveteraan Bram van Ojik

‘Het gaat om de grote lijn’, houdt Kamerveteraan Bram van Ojik zijn collega's voor, ‘niet om de details’

Bram van Ojik (1954) met een foto van zichzelf toen hij net in de Tweede Kamer zat. ‘Er is nu veel meer contact tussen oppositie en coalitiepartijen.’ Beeld Judith Jockel

De Tweede Kamer lijkt soms een duiventil, waar politici maar korte tijd zitten. Deze zomer praten vijf Kamerveteranen over hun werk en persoonlijke ontwikkeling. Toen Bram van Ojik (GroenLinks) voor het eerst in de Kamer kwam, was Ruud Lubbers premier en hadden coalities zulke grote meerderheden dat ze de oppositie konden negeren. 

De enorme stapel papierwerk is een van de eerste herinneringen van Bram van Ojik (1954) als hij terugblikt op zijn eerste periode in de Tweede Kamer. “De bureaus groeiden bij iedereen helemaal dicht. Nu ziet mijn kamer er een stuk netter uit, met een paar dossiers. Destijds kreeg je iedere dag een pakket kabinetsbrieven en wetten binnen. Met een prullenbak ernaast werkte je alles door. Als je het niet bijhield, kon je nauwelijks nog langs alle stapels op de vloer door je werkkamer lopen.”

Van Ojik is een Kamerveteraan. Niet omdat hij bijzonder veel zittingsdagen heeft meegemaakt, maar vanwege de verschillende periodes waarin hij namens GroenLinks in het parlement zat. De eerste keer was in 1993, toen hij een tussentijds vertrekkende partijgenote tot aan de verkiezingen van 1994 opvolgde.

De manier van politiek bedrijven rond het Binnenhof van toen is onvergelijkbaar met die van nu, zegt Van Ojik. “Het kabinet Lubbers-Kok leunde op een meerderheid van 103 zetels en had ook een meerderheid in de Eerste Kamer. Regeringspartijen hoefden zich weinig aan de oppositie gelegen te laten liggen. Ik geloof niet dat Lubbers mij groette als ik hem op de roltrap tegenkwam. Ik denk eerlijk gezegd dat hij echt niet wist wie ik was.”

Voor de nieuwkomer was die overmacht van de coalitie soms lastig. Als beleidsmedewerker bij Novib had hij allerlei ideeën over ontwikkelingssamenwerking, een van de onderwerpen waarover hij in de Kamer het woord mocht voeren. “Jan Pronk kende ik al van buiten de Kamer, dus hij vond het nog wel interessant om met mij te debatteren. Maar echt niet omdat hij nou politiek rekening ging houden met wat ik vond. Waarom zou hij zijn plannen aanpassen aan de wensen van een partij met zes zetels? Dat frustreerde me. Ik dacht met redelijke voorstellen te komen en er werd nauwelijks serieus naar gekeken.”

Nu is dat volgens Van Ojik anders. “Toevallig zijn er op de laatste Kamerdag acht moties van mij aangenomen. Nou kun je zeggen dat Kamerleden tegenwoordig te veel moties indienen, maar het laat ook zien dat er veel meer contact is tussen oppositie en coalitiepartijen. Elke stem kan tenslotte beslissend zijn, is het niet bij de volgende stemming, dan wel over een jaar of in de Eerste Kamer. We klagen altijd over de politieke versplintering, maar er zitten gewoon positieve kanten aan. Er is meer dualisme gekomen.”

Beeld Judith Jockel

Tot in de details

Na de verkiezingen van 1994 zei Van Ojik de Kamer vaarwel en werd hij woordvoerder van minister Pronk. Hij zou tot 2012 op het ministerie van buitenlandse zaken werken, onder meer als ambassadeur in Benin en directeur van de afdeling beleidsevaluatie. Op het ministerie observeerde Van Ojik het Kamerwerk van een andere kant.

“De langetermijnontwikkeling is dat de Kamer zich tot in de details is gaan bemoeien met beleid. Het controleren op hoofdlijnen is ingeruild voor de ambitie om alles te controleren. We moeten er bovenop zitten om elke uitgegeven euro te verantwoorden, zo is de gedachte.

“Daarmee stijgt de hoeveelheid Kamervragen en debatten. Veel ambtenaren klaagden dat ze niet meer aan hun eigenlijke werk toekwamen. Ik had zelf in de Kamer gezeten, dus ik zei dan dat verantwoording afleggen aan het parlement juist tot hun werk behoort.

“Voor de ministers was het ook lastig. Zij moesten in de Kamer op hun best zijn, terwijl hun ambtenaren dachten: oh nee, daar gaan we weer. Weer schriftelijke vragen, weer naar het vragenuurtje.

“Veel debatten waren niet bepaald koersverleggend. Soms heeft een minister er wel drie op een dag. Ambtenaren zijn weken bezig met een dossier om de minister voor te bereiden. Na het debat gaat de hele discussie dan als een nachtkaars uit. Dan zeggen die ambtenaren: ‘Hebben we hier nou al ons werk voor gedaan? Ik had liever een hulpprogramma in Burkina Faso opgezet’. Dat is wel een begrijpelijk sentiment, maar de Kamer gaat over haar eigen agenda. De Kamer controleert het kabinet en bepaalt zelf hoe ze dat doet.”

Debatten over weglakken

Van Ojik ziet in die aandacht voor details wel een nadeel sinds hij in 2012 terugkeerde. “Ergens stuit je op een grens. Het risico is dat de aandacht voor details ten koste gaat van het bredere debat.” Als voorbeeld noemt hij de onthullingen van Trouw en ‘Nieuwsuur’ over de Nederlandse steun aan Syrische rebellen. Het ministerie van buitenlandse zaken vergat tot twee keer toe geheimen weg te lakken in documenten die het na een WOB-verzoek moest vrijgeven.

“Debatten over Syrië gingen het afgelopen jaar veel over het weglakken en weinig over de veranderende geopolitieke werkelijkheid in de regio. We spreken ook niet meer over het vredesproces in het Midden-Oosten. Dat doen we waarschijnlijk pas weer na een bombardement op Gaza. Dan gaan we roepen om een onafhankelijk onderzoek. Ik spreek ook mezelf toe, het is niet bedoeld als verwijt aan anderen. Er is een zekere neiging om van incident naar incident te hollen.”

De wisselwerking tussen media en politiek voedt die neiging. “Ik kan me voorstellen dat het voor journalisten lastig is. Traditionele media hebben veel meer concurrentie en met internet gaat het nieuws 24 uur per dag door. Dat geeft wellicht extra druk om te scoren en primeurs te brengen.”

Kamerleden doen daar volop aan mee, zo ervaart Van Ojik. “Er ontstaat een focus op incidenten en kwantiteit. Veel vragen stellen, overal bovenop zitten.”

Drie tips voor beginnende politici

1. Wees pragmatisch

“Ik wil een beetje uitkijken met tips, want de jonge generatie politici doet het erg goed. Mensen als Jetten, Klaver, Dijkhoff, Heerma en Marijnissen zijn pragmatisch en zoeken elkaar op, bijvoorbeeld rond het klimaat. Buma ging veel meer in een ideologische groef zitten. Als Dijkhoff bereid is over rekeningrijden na te denken, hoef ik hem als oude man geen tips te geven.”

2. Houd de grote lijn in het oog

“Een Kamerlid heeft dossierkennis nodig om mensen te overtuigen, maar staar je niet dusdanig blind op kennis dat het ten koste gaat van politieke ideeën. Ik hoop gezien te worden als een generalist, en niet als iemand die veel weet van zijn portefeuille omdat ik bij Buitenlandse Zaken heb gewerkt. Dan zou het beste Kamerlid een ambtenaar zijn die gedetacheerd is bij een fractie. Durf als Kamerlid na te denken over waar het op de grote lijn heen moet met Nederland en de wereld. Het vorige kabinet bezuinigde sterk op de jeugdzorg. Ik heb me nooit uitvoerig in de zorg gespecialiseerd, maar kan ook wel bedenken dat zoiets een aantal jaren later problemen oplevert.”

3. Slecht taboes in je eigen beweging

“Als je de grote problemen van deze tijd wilt aanpakken – en dat zijn de klimaatcrisis, ongelijkheid en misschien ook migratie – dan moet je bereid zijn je eigen opvattingen te relativeren. We gaan waarschijnlijk niet meer terug naar de tijd dat een coalitie 103 zetels heeft en alles op eigen houtje bepaalt. Of GroenLinks eigen taboes rond migratie in de afgelopen kabinetsformatie niet wilde slechten? Soms moet je ook aan bepaalde principes vasthouden, zoals het recht om in Europa asiel aan te vragen.”

Hier een balans in vinden is niet eenvoudig. “Mensen in de achterban willen ook dat Kamerleden zichtbaar zijn. Anders vragen ze of je niet meedeed aan een debat. Het komt nog weleens voor dat ze vragen waarom ze ons zo weinig horen over Syrië, Soedan of Sea-Watch. Terwijl ik dan zelf vind dat we al het mogelijke doen. Dat steekt soms wel een beetje.”

Toch wil Van Ojik niet klagen over de druk om zichtbaar te zijn. “Dat hoort bij het vak. Ik kan wel beweren dat ik inhoudelijk heel interessante dingen zeg, maar als dat voor de buitenwereld geheim blijft, doe ik iets niet goed. Ik ben geen ambtenaar op het ministerie meer. Toen moest ik juist uit de publiciteit blijven.”

Onlinediscussies

Toen Van Ojik in 2015 de Kamer verliet, kondigde hij dat aan via zijn twitteraccount. Dat was meteen zijn eerste bericht in maanden. Na zijn terugkeer in 2017 mengt hij zich juist regelmatig in onlinediscussies. “Ik merk dat ik toch zaken doe waarvan ik in eerste instantie dacht: sorry, daar ga ik echt niet meer aan beginnen. Dat vind ik ook terecht. Het hoort bij mijn vak om actief te communiceren.”

“Het is wel een dilemma. Gisteravond kwam ik tegen twaalf uur thuis. Dan wil ik eigenlijk nog een boek uitlezen én ik wil nog even op Twitter kijken. Dan kies ik toch voor Twitter, terwijl ik ook mijn boek had kunnen uitlezen. Het is een makkelijke manier om snel verschillende indrukken te krijgen. Een soort fastfood.”

Toch is het voor een Kamerlid belangrijk afstand te nemen van incidenten en details, denkt Van Ojik. Hij heeft weinig op met de soms gehoorde klacht dat Kamerleden te weinig ondersteunende medewerkers hebben om de grote ministeries te controleren.

“Kamerleden moeten daar niet over klagen. Hun rol zit in inhoudelijke discussies over de grotere lijnen. Stef Blok heeft op Buitenlandse Zaken ondersteuning van misschien wel duizend ambtenaren. Als ik extra medewerkers wil om nog meer projecten onder de loep te nemen, zit ik op de foute weg. Ik moet zélf ideeën hebben over onze relatie met China, of de minister vragen wat hij eigenlijk met Syrië wil.

“China vind ik een goed voorbeeld. Jesse Klaver en ik zijn daarheen geweest, hebben onze ogen en oren goed opengehouden en bij terugkomst onze gedachten op papier gezet. Zo hebben we bijgedragen aan een goed debat over een strategisch antwoord op de groeiende macht en invloed van China.

“Een Kamerlid kan zelf een boek lezen en nadenken over buitenlands beleid. GroenLinks is bijvoorbeeld tegen Nord Stream II. Ik heb echt geen dertig medewerkers nodig om te snappen dat die aardgaspijpleiding tussen Rusland en Duitsland ons in Europa meer afhankelijk maakt van Poetin.”

Koffie met Wilders

Hoewel er aan het Kamerwerk veel is veranderd, is één ding volgens Van Ojik hetzelfde gebleven: de collegiale sfeer. “Het viel mij direct op hoe aardig mensen van andere partijen met elkaar omgaan. Je eigen fractiegenoten zijn heel druk met hun eigen onderwerpen, maar woordvoerders van andere partijen met dezelfde portefeuille nemen de tijd om een nieuwkomer wegwijs te maken.

“Ik moest bij GroenLinks als nieuwkomer landbouw doen omdat niemand anders dat wilde. Ik wist er echt niets van. De landbouwwoordvoerders van andere partijen waren boeren en gingen mij allemaal helpen. Dat ik van GroenLinks was en er in hun ogen idiote opvattingen op nahield over inkrimping van de veestapel, verhinderde hen niet om heel aardig te doen. Die sfeer is eigenlijk altijd gebleven.

“Vrienden buiten de politiek snappen dat vaak niet goed. Die vragen dan vol verbazing of ik ook koffie drink met Wilders. Ik vind het een zegen dat we een politieke cultuur hebben waarbij mensen dwars door allerlei tegenstellingen heen elkaar met respect behandelen. Er zijn wel uitzonderingen, als Denk weer eens een filmpje maakt, maar daar spreken we dan ook met 147 Kamerleden schande van.”

Lees ook: 
GroenLinks telt mee, maar er knaagt wel iets

GroenLinks viert dit weekend haar  dertigste verjaardag. Er is reden genoeg voor een feestje, maar de doorbraak naar regeringsmacht blijft nog altijd uit.

Humor op het Binnenhof: pitspoezen kijken, met een glas chablis in de hand

Vaak is politiek een serieuze aangelegenheid. Gelukkig valt er ook regelmatig wat te lachen op en rond het Binnenhof. Bij het einde van het parlementaire jaar besteedde de redactie van Plein 2 aandacht aan politici die hun ideeën op een geestige manier presenteerden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden