Arbeidsmarkt

Het advies van Borstlap wordt voer voor de formatie

Minister Wouter Koolmees (sociale zaken), Hans Borstlap en staatssecretaris Tamara van Ark (sociale zaken) tijdens de presentatie van het advies.Beeld ANP

Politieke partijen pikken uit het advies van Borstlap wat hun bevalt. Als zij volgend jaar mee willen doen aan een nieuw kabinet moeten zij compromissen sluiten.

Het was gisteren al te merken: het advies van de commissie-Borstlap gaat een grote rol spelen bij de formatie van een nieuw kabinet. In hun eerste reactie benoemen de meeste politieke partijen alleen de elementen waar ze het volledig mee eens zijn. Die komen later dit jaar vast ook terug in hun verkiezingsprogramma’s. Lastiger wordt het over een jaar: dan moeten partijen meningsverschillen overbruggen voor een nieuw regeerakkoord.

Compromissen sluiten wordt niet makkelijk. De politieke verschillen zijn groot. Maar Hans Borstlap, voorzitter van de adviescommissie, wijst er steeds op dat de voorstellen die hij samen met een aantal andere deskundigen heeft bedacht, een samenhangend pakket vormen: “Het bevat lief en leed.”

Borstlap benadrukt dat werkgevers andere mogelijkheden moeten krijgen om snel te kunnen veranderen als het gebruik van flexibele contracten wordt beperkt. Daarom stelt hij voor om deeltijdontslag bij bedrijfseconomische problemen, verplicht minder werken tegen een lager salaris, makkelijker te maken. Ook moeten de regels voor ontslag wegens disfunctioneren worden versoepeld. Vooral deze plannen zijn omstreden in politiek Den Haag.

Bij de linkse oppositie valt versoepeling van de ontslagregels slecht. De PvdA meent dat de werkgever een werknemer niet eenzijdig moet kunnen dwingen om minder te werken. Zo maak je iedereen onzeker, oordelen de sociaal-democraten.

GroenLinks vindt het ‘een mythe’ dat meer zekerheden voor flexkrachten hand in hand moeten gaan met beperking van de rechten van vaste werknemers. Voor de VVD en D66 is versoepeling van de ontslagregels juist zeer welkom.

De commissie-Borstlap in vijf adviezen

1. Doorbetaling bij ziekte

Het is al jaren een doorn in het oog van werkgevers: de loondoorbetaling bij ziekte. Wie plots langdurig ziek wordt of om een andere reden uitvalt, ontvangt de eerste twee jaar van zijn ziekbed nog altijd salaris. Die fikse kosten maken dat werkgevers niet graag vast personeel aannemen. En ze liggen aanzienlijk hoger dan in veel andere landen. In Italië hoeven werkgevers maar zes maanden loon door te betalen, in Oostenrijk slechts twaalf weken. Verkort het termijn, is dan ook het advies van de commissie. Van twee naar één jaar.

2. Persoonlijk ontwikkel­budget voor iedereen

Ligt het aan de commissie-Borstlap, dan krijgt elke Nederlander bij geboorte een persoonlijk ontwikkelbudget mee. Zie het als een pot geld waaruit alle opleidingen betaald moeten worden – de mbo-studie of universitaire opleiding, maar ook de omscholingscursus op latere leeftijd. Of het budget ook de wijze verandert waarop nu het basis- en voortgezet onderwijs worden bekostigd, kan voorzitter Hans Borstlap nog niet zeggen. Wel zegt de commissie dat het potje op latere leeftijd door de werkgever kan worden bijgevuld. Ontslagen? Dan verdwijnt de te ontvangen transitievergoeding er ook in. Wie er qua omscholingsmogelijkheden niet helemaal uitkomt, kan terecht bij de loopbaanwinkel. Hetzelfde geldt voor mensen die er maar niet in slagen een baan te vinden.

3. Maak flexwerk duurder

Flexibele arbeid is te goedkoop, concludeert de commissie-Borstlap. Het gevolg: slecht beschermde werknemers met een tijdelijke baan lopen meer risico op armoede op het moment dat ze ziek, werkloos of ­arbeidsongeschikt raken. Veel vaker doen ze dan ook beroep op sociale voorzieningen zoals een WW-uitkering. Waarmee ze dus hun risico’s deels afwentelen op de maatschappij, meent de commissie. De oplossing: maak flexibel werk duurder. Bijvoorbeeld door werkgevers hogere sociale premies te laten betalen voor hun flexkrachten. Krik ook hun inkomen op door hun een apart en hoger minimumloon te geven, stelt de commissie voor. Of voer een zogeheten flextoeslag in. Ook niet onbelangrijk: uitzendkrachten, oproepkrachten, mensen met een tijdelijk contract. Allemaal moeten ze recht krijgen op dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van vast personeel. Winstdeling, vakantiedagen, verlofmogelijkheden; het moet voor alle werknemers hetzelfde.

4. Geef werknemers minder bescherming

Al die flexibele contracten zorgen ervoor dat het Nederlandse verdienvermogen in het geding komt. Tegelijkertijd boeten werkgevers in op innovatie en concurrentiekracht omdat hun vaste personeel niet wendbaar genoeg is.

Zorg er dus voor dat ook het vaste personeelsbestand buigzamer wordt, stelt de commissie voor. Dat kan bijvoorbeeld door het ontslagrecht te versoepelen. Nu is het nog zo dat een slecht functionerende werknemer altijd naar de kantonrechter kan stappen om zijn ontslag te voorkomen. Zie daar van af, adviseert de commissie. Zorg ervoor dat een werkgever zo’n werknemer die de kantjes ervan afloopt altijd kan ontslaan. Behalve in situaties waarin de wet dat niet toestaat. Zoals tijdens een zwangerschap.

Inspelen op de fluctuerende vraag van klanten kan ook beter als het vaste personeel flexibeler is. Gaat het een tijdje minder goed met het bedrijf, dan moet de werkgever de kans hebben een arbeidsovereenkomst eenzijdig aan te passen. Hij kan dan aan zijn werknemer vragen of die tijdelijk minder werkt. Die kan alleen werken als daar zwaarwegende redenen voor zijn.

5. Weg met de nepzelfstandige

Met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie deed het kabinet al een poging de ‘echte’ zelfstandige van de ‘neppe’ te onderscheiden. Een lijst met criteria moest helderheid geven, maar zorgde juist voor chaos in zelfstandig ondernemend Nederland.

De commissie-Borstlap hanteert een veel eenvoudigere methode: je bent werknemer, tenzij jij of jouw opdrachtgever anders kunnen bewijzen. De commissie komt ook met een nieuwe invulling van het begrip werkgeversgezag. “Ben je volledig ingebed in een organisatie en doe je precies wat je opdrachtgever wil, dan ben je waarschijnlijk werknemer. Klaar”, aldus Hans Borstlap.

Meer bescherming voor zelfstandig ondernemers, zzp’ers, en voor mensen met tijdelijke contracten – een tweede belangrijk onderwerp dat Borstlap aansnijdt – is veel urgenter dan aanpassing van het ontslagrecht, vinden de linkse partijen.

De VVD ziet dat probleem niet. Die vindt de huidige situatie van zzp’ers prima. D66 liet weten dat het aantal zzp’ers niet omlaag hoeft en dat deze groep ondernemers er niet op achteruit hoeft te gaan, terwijl Borstlap juist aangeeft dat veel mensen zzp’er worden met verkeerde motieven: om financiële redenen.

Borstlap meent dat de fiscale voordelen sneller moeten worden afgebouwd en dat ze zich verplicht moeten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Zo wordt het verschil met gewone werknemers kleiner. Het CDA zit ook op die lijn.

De verschillen tussen zzp’ers en gewone werknemers worden al iets kleiner door de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering waarover in het pensioenakkoord al afspraken zijn gemaakt. Vakbonden en werkgevers praten momenteel over hoe die eruit moet zien en daarmee wordt al een begin gemaakt met de verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden, zoals die Borstlap voor ogen staat.

Politiek praat al decennia over ‘een leven lang leren’

Over een derde onderwerp wordt de politiek het waarschijnlijk sneller eens: meer scholing voor werknemers en voor mensen met een uitkering. De politiek praat al decennia over ‘een leven lang leren’. Door meer scholing zouden werknemers hun kennis en arbeidsproductiviteit op peil moeten houden. Tot nu toe komt hier weinig van terecht. Werknemers en werkgevers kijken nu te vaak naar de korte termijn en zien daarom het belang niet. Borstlap denkt dat meer begeleiding nodig is, onder meer via ‘loopbaanwinkels’. Dat kost geld en daarover moet politiek overeenstemming komen.

De commissie-Borstlap beschouwt het advies als een plan voor de lange termijn. De vraag is wat het huidige kabinet al kan doen op korte termijn. Minister Koolmees van sociale zaken, opdrachtgever van de commissie, heeft een wet klaar liggen om een minimumtarief in te voeren voor zzp’ers. Maar de commissie oordeelt daar vernietigend over. Daarmee ligt die wet al bijna in de prullenbak.

Koolmees gaat nu nadenken over hoe het verder moet met zijn zzp-wet. Hij vindt het advies van de commissie ‘evenwichtig en urgent’. Over een paar maanden komt hij met een uitgebreidere reactie op de voorstellen.

Lees ook: 

Advies aan kabinet: Minimumtarief voor zzp’ers lost niks op

Een minimumtarief voor zzp’ers, zoals het kabinet wil, lost niks op, concludeert de commissie-Borstlap. Haar rapport over hervorming van de arbeidsmarkt verschijnt donderdag.

‘De situatie van zelfstandigen en werknemers moet naar elkaar toe groeien’

Een flexibele arbeidsmarkt, en meer bescherming voor zzp’ers. Dat adviseert de commissie-Borstlap. ‘In ons advies zit zoet en zuur, lief en leed.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden