Essay

Flaneren voor de revolutie in de protestmars

Beeld Daniel Roozendaal

‘Je moet lopen als je de zaken niet op zijn beloop wilt laten’, zegt filosoof Erno Eskens over het fenomeen protestmars. ‘Laat de zittende macht weten dat je bereid bent je lichaam in te zetten.’

Vanaf het Amsterdamse Westerpark trekken we op een zomerdag met zo’n drieduizend men­sen richting de binnenstad, met slogans als ‘Alle dieren vrij’ en foto’s van mishandelde dieren. Ik voel me niet helemaal op mijn gemak tijdens deze Animal Rights March. Van groepen krijg ik mentale jeuk. Je moet je bij het demonstreren overgeven aan het collectief terwijl je toch een individu wilt zijn. Helaas kan een mens niet krabben onder het schedeldak.

We hebben de openingstoespraak gemist zodat we niet weten waar we naartoe lopen. Een beetje flaneren met een spandoek is leuk, maar ik loop toch liever in een rechte lijn naar het centrum van de macht.

‘Make some noise’, klinkt het uit een megafoon. We joelen.

Om ons heen lopen mensen met fruit op hun kleren, kijk, een koeienpak, en daar een hoed met pluche kippen. De rechterflank van de dierenbeweging, met mensen als FvD-senator Paul Cliteur en programmamaker Jort Kelder, lijkt vandaag afwezig. Maar ja, die zijn ook niet van de straat natuurlijk.

Ik schrik van een vrouw met make-up-snijwonden in haar nek, om omstanders af te brengen van de diabolische daad: vlees eten. Ken­ne­lijk moeten we opvallen. Het is lopen om gezien te worden. We zijn flaneurs van het goede doel.

Halverwege de route besef ik dat we naar ons vertrekpunt teruglopen. Dat ergert me. Hoe kom je vooruit als je teruggaat? De sfeer is me ook een beetje te jolig. Alsof we op schoolreisje zijn. Gelukkig roept een Britse activist ons per megafoon tot de orde: ‘What do we want?’,

‘A vegan revolution!’, schreeuwt de menig­te.

‘Are we willing to fight for it?’

‘Yes!’

Ik aarzel of ik mee zal doen. Is dit geen verkapte oproep tot geweld? Gaan we vechten? Van man tot man? Tot we in het Torentje zijn?

“Je kunt ook met argumenten vechten”, zegt mijn vriendin. Ik zie knuppels noch helmen, dus ze zal wel gelijk hebben.

Ik schraap m’n keel en schreeuw mee. ‘A vegan revolution!’

Langs de weg steekt iemand haar duim op, vast een medestander, maar de meeste toeschouwers kijken verschrikt. Het zijn carnisten die hun bloeddorstige wellust verstoord zien. Daar gaat m’n biefstuk, zie je ze denken.

Bewustwording

Intussen pieker ik nog wat over die vegan revolution. Revolutie associeer ik met vliegende straatklinkers, guillotine en staatsgreep, maar dat wil ik niet. En met mij de meeste demonstranten, ze hopen eerder op een gedrags­revo­lutie, een eetrevolte van burgers die stoppen met vlees en zuivel. 

Daarvoor zijn de die-ins: je gaat voor dood op straat liggen, liefst naakt in een plas nepbloed. De beelden ervan gaan snel viral. Goed voor de awareness, zeggen we dan.

Misschien heeft de vegan revolution dezelfde lading als Extinction Rebellion, de naam van een nieuwe beweging die zich bekommert om klimaat en dierensterfte. ‘Rebellie’ klinkt ook behoorlijk revolutionair, de actievoerders dreigen met opstand – maar willen hem niet. Ze bezetten hooguit, zoals afgelopen week, een kruispunt.

Toch draaien de Rebellion en Revolution niet alleen om bewustwording. Veel spandoeken bevatten boodschappen aan Den Haag en Brussel. De veeteelt moet verdwijnen en het proefdier vrij, stop de langeafstandstransporten en maak een eind aan dat macabere stierenvechten. Maar geen enkel spandoek roept de regering op tot aftreden.

Beeld Daniel Roozendaal

Eigenlijk is het verrassend dat alle protesten zo lief zijn en niemand oproept tot een politie­ke revolutie. Hoewel, Greta Thunberg leek laatst bijna zover, toen ze in de VN zei dat ­we­reldleiders evil zijn als ze niet in actie komen. Ze zei het met tranen in haar ogen. Als leiders ‘het kwaad’ zijn, dan moet je ze bestrijden. Ze leek er zelf van te schrikken en zei er snel achteraan: ‘maar dat weiger ik te geloven’. Mijn indruk is dat velen dat wel geloven: de slapende staatshoofden en overheden zijn een kwaad. Dat inzicht, juist of niet, is een eerste stap op weg naar een opstand.

Het is gevaarlijk als overheden slapen. Onze regering doet nog weinig met de Urgen­da-uit-spraak over de klimaatcrisis, onze minister-president zoekt naar ‘geitenpaadjes’ in de stik­stofregelgeving. Het is voor politici ook niet zo eenvoudig om in actie te komen, want de groepen staan lijnrecht tegenover elkaar.

De boeren beschouwen klimaat en en dierenactivisten als stadse mensen, met weinig besef van het werkelijke boerenleven, net als linkse politici, de natuur­maffia en wetenschappers met hun veel te har­de feiten. Met hun strenge­re milieu- en welzijnsregels bedreigen ze het voortbestaan van het boerenbedrijf, dat vaak al gene­raties in de familie is. Bovendien: waarom zou je niet eerst de luchtvaart halveren? Waarom zijn de boeren altijd de klos? Dat is ­hypocrisie.

Met dat laatste hebben de boeren een punt. Maar de echte vraag is waarom ze het ‘al zo moeilijk hebben’. Waardoor kunnen boeren niet op een natuur- en diervriendelijke wijze produceren? De oorzaak ligt in hetzelfde doorgeslagen kapitalisme waar ook de gele hesjes op wijzen. Het geld en dus de macht verzamelt zich bij steeds minder mensen en de hardwerkende kleine man mag het betalen. Deze uitbuitingspraktijk zie je vooral in de veehouderij. Banken en vreemd genoeg ook de eigen branchevereniging zetten in op schaalvergroting. Daardoor zijn er steeds minder boeren nodig. De weinige die er zijn kunnen geen eerlijke prijs voor de producten afdwingen, omdat de supermarkten hen uitpersen.

Boeren hebben dan volgens het CBS wel een bovengemiddeld besteedbaar inkomen, maar de markt is grillig, het geld hoopt zich op bij grote boerenbedrijven, en vooral kleine varkensboeren kunnen het hoofd niet boven wa­ter houden.

Demonstraties als onontwarbare kluwen

Lang geleden is besloten dat de belasting­betalers, onder wie de mensen met gele hesjes, moeten bijspringen om armlastige én rijke boeren te ondersteunen. Zij hoesten de miljardensubsidies op die de boeren krijgen van de Europese overheid. Intussen worden zij harder getroffen door de milieumaatregelen dan de hoogopgeleiden die graag hun verheven normen aan hen willen opleggen, terwijl die elite zelf doorgaans luxer leeft en dus meer vervuilt.

En zo vormen alle demonstraties een onontwarbare kluwen: de gele hesjes die Europa en de armoe­de zat zijn, de boeren die van Europa leven en de dier- en klimaatactivisten die de ecologische gevolgen van het systeem aankaarten.

tevoet - De protestmars - Daniel Roozendaal Beeld Daniel Roozendaal

Anders dan het boerenprotest zijn de klimaatmars, de Animal Rights March en demonstraties van gele hesjes internationaal ge­­coör­dineerd. Ze vinden tegelijkertijd plaats in Europese steden, of zelfs op meerdere continenten. Het is een trend – de problemen én het protest ertegen gaan de landsgrenzen over.

De stijl verschilt ­– de dierenrechtenmars was braver dan de brullende trekkers die zich niet lieten tegenhouden door hekken of motoragenten. Maar alle demonstranten hebben één ding gemeen: ze be­­we­ren dat ze niet gehoord worden. Wat maakt dat het aantal demonstraties in de hofstad aanzwelt, van 305 in 2002 naar 1500 in 2017 – elke dag ruim vier, en dat zijn er nadien niet minder geworden.

Terwijl het einde van de dierenrechtenmars in zicht komt, schiet me het ‘overlevings­axio­ma’ van de Leidse wetenschapper Willem Jacob ’s Gravesande uit de zeventiende eeuw te binnen: “Men moet alles voor waar houden waarvan de ontkenning de menselijke samenleving ten gronde zou richten of mensen zou beroven van de mogelijkheid om te leven.”

De veehouderij ontwricht de samen­leving; ze bedreigt uiteindelijk de mogelijkheid om te leven. Als ’s Gravesande gelijk heeft, wat betekent dat dan voor ons landsbestuur?

Nou, als zijn beleid onze ondergang betekent, als het de stem van miljoenen dieren, de meerderheid van in dit land wonende ‘burgers’, negeert, dan is zijn legitimiteit in het geding.

Dat je een regering in zo’n geval mag afzetten, is geen nieuw inzicht. Het is in 1581 vastgelegd in het Plakkaat van Verlatinghe, dat de opstand tegen Spanje rechtvaardigde. Een opstand is toelaatbaar als regeerders niet naar hun burgers luisteren of hen in gevaar brengen.

Natuurlijk zou de Brit John Locke, die dat idee uitwerkte, de regering niet afzetten om het uitsluiten van dieren. Maar het denken over burgerschap heeft zich ontwikkeld. Vrouwen, slaven, kinderen et cetera kregen rechten, en die ontwikkeling is mooi. Nu zijn de dieren aan de beurt: 12 miljoen varkens, 550 miljoen kuikens, ­uitgemergelde koeien die worden uitgemolken en de vissen die aan dek een wrede dood sterven. Zolang zij geen stem krijgen, zolang de Nederlandse Voedsel-en Waren­auto­ri­teit wegkijkt bij overtredingen en zolang we dieren in de natuur massaal laten verkommeren, zolang moet ik wel vraagtekens zetten bij de legitimiteit van deze overheid.

Beeld Daniel Roozendaal

Op naar Den Haag!

We lopen het Westerpark weer in. Park­be­zoekers komen geschrokken overeind nu wij langskomen met ‘Vlees is moord’-spandoeken. Spontaan doven ze hun barbecue. Zo werkt gedragsverandering. Mooi, daar niet van, maar voor mij is het niet voldoende. Ik wil doorlopen naar Den Haag.

We zoeken een plekje naast het podium, waar ik hoor over de deplorabele toestand van de oceaan. Mijn woede is er vandaag niet minder op ge­wor­den. Als je de hele teringzooi overziet... Een miljoen diersoorten, de vervuiling en het leegvissen van de oceanen, de klimaatontregeling, de stikstof­ellende en die concentratiekampen vol lijdende dieren; dat grootschalige bloedbad ter meerdere glorie van een overbodig ingrediënt in het avondeten; de ongekende wreedheid, die via de klimaat­crisis ook nog eens ons eigen leven bedreigt....

Op naar Den Haag!

Toch is het Torentje innemen geen optie. Het zou eigenrichting zijn. En we weten waar dat toe leidt. Tot geweld, verdeeldheid, burgeroorlog en andere ellende. De regering heeft volgens de Kieswet ook gewoon een meerderheid en dus is ze op dit punt weer wel legitiem. We moeten tot het uiterste blijven proberen om de problemen binnen de kaders van de democratie – misschien wel het kostbaarste wat we hebben – oplossen. Want dat het niet kan, dat weiger ik net als Greta Thunberg te geloven. Het kan, het moet en het gaat ook gebeuren. Argumenten worden uiteindelijk gehoord, de noodzaak zal doordringen en politici zullen bewegen. Dat doen ze altijd als het erop aankomt.

Ik ga in het gras liggen met een vegan roll en een glas veganistische wijn. De geur van gebraden burgers is weggetrokken en de zon schijnt. Ik pieker.

Misschien leven we in de best mogelijke van alle werelden; misschien hebben we ondanks alle ellende een soort optimum bereikt. Dat optimum moeten we een beetje vooruit duwen, zodat de best mogelijke wereld van straks leefbaar is voor alle betrokkenen. Om dat te bereiken moeten we de straat op gaan. Het tekenen van een online-petitie is niet voldoende. Je moet lopen als je de zaken niet op zijn beloop wilt laten. De zittende macht moet weten dat je bereid bent je lichaam in te zetten. Alleen zo kun je laten zien dat het ernst is. Terwijl ik wat drink, besef ik dat ik dat ik mijn benen niet voel en nog helemaal niet schor ben. Ik kan nog wel even lopen en roepen. 

Lees ook: 

Wanderlust van Rebecca Solnit: Waarom wandelen goed voor ons is

Rebecca Solnit onderzoekt de betekenis van het wandelen: van Lucy, de allereerste tweevoetige, tot aan de loopband

Raynor Winn: Over de kliffen naar een nieuw leven

Toen Raynor Winn failliet ging, bleek haar man Moth ongeneeslijk ziek te zijn. Ze raakten dakloos en zagen geen andere uitweg dan samen te gaan lopen langs een prachtig kustpad.

Lees meer wandelverhalen in ons dossier van Te voet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden