Esther Ouwehand: ‘Ik voel me geen roepende in de woestijn, maar een aanjager van het debat.’

InterviewEsther Ouwehand

Esther Ouwehand: ‘We leven op een tikkende tijdbom, de andere partijen willen dat niet erkennen’

Esther Ouwehand: ‘Ik voel me geen roepende in de woestijn, maar een aanjager van het debat.’Beeld Inge van Mill

De leider van de Partij voor de Dieren heeft geen vrolijk verhaal te vertellen. Na de coronacrisis zal de volgende pandemie volgen, schrijft Esther Ouwehand in haar nieuwe boek. Het grote probleem is onze omgang met dier en natuur.

Esther Ouwehand kan het zich nog herinneren als de dag van gisteren, het eerste grote coronadebat in de Tweede Kamer. Het was 18 maart 2020. Twee dagen eerder had Mark Rutte het land ernstig toegesproken vanuit het Torentje. De premier bracht ‘geen gemakkelijke boodschap’. Want het virus ‘is onder ons en zal voorlopig ook onder ons blijven’. Daarom ging Nederland deels op slot. En nu moest de Kamer daarover oordelen.

Het was het debat waarin Geert Wilders, die nu strijd voor zoveel mogelijk versoepelingen, namens de PVV pleitte voor een ‘totale lockdown’. Het was ook het debat waarin Ouwehand als eerste het woord ‘zoönose’ liet vallen: een infectieziekte die van dier op mens overspringt. Corona is zo’n zoönose. De fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren waarschuwde haar collega’s. Sars, Mexicaanse griep, Q-koorts: er is een geschiedenis van gevaarlijke en zelfs dodelijke zoönosen. En wetenschappers waarschuwen dat het wachten is op de volgende epidemie uit de veehouderij.

Ouwehand kijkt er met een glimlach op terug. “Ik kreeg geen applaus, haha.” CDA-fractieleider Pieter Heerma ontweek de discussie met haar en zei dat er ‘veel plekken en momenten zijn om debatten te voeren over de toekomst van de veehouderij’. VVD-Kamerlid Hayke Veldman verwees ook naar ‘toekomstige debatten’. Ouwehand moest zich maar melden bij de collega’s die het woord voeren over landbouw en vooral niet hier, in de plenaire zaal, bij het grote coronadebat met de partijleiders.

Ze wil niets afdoen aan de ernst van de huidige crisis, benadrukt Ouwehand, maar ze stoort zich aan het blindstaren op de korte termijn. “Ja, we moeten dit coronavirus bestrijden, daar is geen twijfel over. Wat de andere partijen niet willen erkennen, is dat we op een tikkende tijdbom leven. We nemen willens en wetens het risico dat er een nieuwe pandemie komt. Onze omgang met dieren en natuur is echt een probleem. We kunnen hopen dat de volgende infectieziekte pas toeslaat als de huidige is bestreden. Maar er is geen enkele reden om daar vanuit te gaan. Het is niet dat pandemieën braaf op hun beurt wachten.”

Het afgelopen jaar werkte Ouwehand aan haar eerste boek, dat deze woensdag is gepresenteerd. Ze heeft geen vrolijk verhaal te vertellen. In Dieren kunnen de pest krijgen. En dan? wijst Ouwehand op de oorzaak van de huidige coronacrisis en legt ze uit hoe toekomstige pandemieën kunnen worden voorkomen. De oplossingen zijn niet ingewikkeld, vindt ze, maar vragen wel om politieke moed.

Waar begint die oplossing?

“Door allereerst te onderkennen dat we lijden aan kortetermijndenken. We roepen een ontzettend groot probleem over onszelf af als we niet verder vooruit durven te kijken. Er zijn genoeg deskundigen die hard aan de bel trekken.” Ze verwijst naar de inmiddels bekende viroloog Marion Koopmans, die eind vorig jaar van deze krant de vraag kreeg wanneer ‘we’ weer terug kunnen naar het normale leven. “Die fout moeten we niet maken”, antwoordde Koopmans. “Ik hoop dat het besef blijft hangen dat we moeten nadenken over onze eigen rol in het ontstaan van pandemieën. Door klimaatverandering, door ontbossing en door onze manier van leven springen virussen steeds vaker over.”

Wat zou landbouwminister Ouwehand nu als eerste doen?

“Dat is eigenlijk een schot voor open doel. De stikstofcrisis heeft ons al geleerd dat de veehouderij in Nederland veel te groot en intensief is. Dit in combinatie met het uitbreken van de coronacrisis zou direct hebben moeten leiden tot een radicale krimp van het aantal gefokte dieren. Daar wil de echte landbouwminister Carola Schouten niets van weten. Sterker: ze was druk met het belobbyen van China, om te zorgen dat ons varkensvlees daar weer welkom was. Dat land had een importstop afgekondigd vanwege corona-uitbraken in onze slachthuizen. En toen Rusland geen Nederlandse broedeieren meer wilde vanwege de gezondheidsrisico’s, zette het ministerie alles op alles om de export weer op gang te krijgen. Dat vind ik onbegrijpelijk.”

Het kabinet wordt overvallen door zo’n heftige crisis. Is het heel gek dat ze druk is met scholen, verpleeghuizen en ic-bedden, en zich niet direct op de lange termijn stort?

“Nee, absoluut niet. Ik snap dat. Tijdens de coronadebatten probeer ik altijd twee boodschappen te brengen. Ik reageer op de huidige situatie, de maatregelen. Kunnen we die steunen? Zijn ze proportioneel? Maar daarna maak ik een knip en kijk ik naar de langere termijn. En dan spreek ik specifiek de ministeries van landbouw en buitenlandse handel aan, die niet belast zijn met het bestrijden van de gezondheidscrisis. Ik vind het mijn taak als fractievoorzitter om ook daarop te wijzen. En ik merk dat het effect heeft. Ondanks de aanvankelijke weerstand kreeg ik na een paar maanden de Kamer mee: die spreekt nu ook uit dat de veehouderij expliciet een rol heeft in het ontstaan van pandemieën. Het kabinet moet nu met een actieplan komen om deze risico’s te verminderen. Dat is in al die jaren ervoor niet gebeurd. Zo zie ik mijn rol. De anderen wakker schudden.”

Toch krijgt u niet voor elkaar dat de slachthuizen in Nederland dicht gaan, ondanks alle besmettingen daar.

“Slachthuizen zijn aantoonbaar brandhaarden van corona. De sector zei zelf dat de RIVM-richtlijnen daar niet worden opgevolgd. Mensen staan er zij aan zij te werken, zonder tussenschotten, want er moet direct kunnen worden ingegrepen als er tijdens het productieproces iets misgaat. Echt heel zorgelijk. We hebben te kampen met zeer heftige maatregelen. We moeten afstand houden, we kunnen onze eigen ouders niet omhelzen, scholen zijn dicht. Het grijpt allemaal diep in onze persoonlijke vrijheid in. Dit gaat ook om het rechtvaardigheidsgevoel. Wij laten van alles om onze dierbaren niet te besmetten. Dan mag je van de overheid verwachten dat ze de coronaregels over de gehele breedte van de samenleving toepassen. Dus ook op Schiphol bijvoorbeeld. En in de slachthuizen. Het is toch merkwaardig dat de export van varkensoren naar China belangrijker is dan de volksgezondheid.”

Voelt u zich een roepende in de woestijn?

“Nee, meer een aanjager. Toen ik in de Kamer kwam, in 2006, wist ik al dat er op rechts een groot machtsblok zit, met daarachter een sterke agrarische lobby. Bij het aantreden van dit kabinet waren de boeren verheugd, want ‘ze’ hadden weer eigen ministerie. LTO riep: we hebben het regeerakkoord gewonnen. Het is volstrekt vanzelfsprekend dat de landbouwlobby buitensporig veel invloed heeft op het beleid. Dat is de reden dat onze partij is opgericht. Zoiets veranderen kost tijd, zeker, maar we zijn op de goede weg. Tijdens deze kabinetsperiode riep collega Tjeerd de Groot van D66, een regeringspartij nota bene, dat de veestapel wel gehalveerd kan worden. Dat hadden we niet eerder gehoord.”

Is dat een verdienste van de Partij voor de Dieren, vindt u?

“We hebben in ieder geval een grote rol gespeeld in het beslechten van een taboe. Wij halen de kastanjes uit het vuur, zodat het voor andere partijen makkelijker wordt om die positie in te nemen. Dat is vooruitgang.”

Esther Ouwehand is inmiddels een routinier in de Kamer. In de herfst van 2019 nam ze het fractievoorzitterschap over van partij-oprichter Marianne Thieme, die het Binnenhof verliet. Even was de vraag of de leiderschapswissel ook een inhoudelijke koerswijziging van de partij zou betekenen, naar een breder profiel. Het antwoord was ‘nee’: Ouwehand liet daar geen twijfel over bestaan. De koers is de koers. “Wij namen vanaf dag één afstand van het ‘menscentraal denken’. De mens is onderdeel van de natuur, geen alleenheerser.” Die overtuiging is niet veranderd.

Eind vorig jaar zette Ouwehand in een interview met NRC plotseling de deur open naar regeringsdeelname. De Partij voor de Dieren ziet zichzelf wel onderdeel zijn van een ‘groener en progressiever kabinet’.

Een opmerkelijke uitspraak. De Partij voor de Dieren was altijd wars van het compromisme.

“Dat zijn we nog steeds!”

Dan wordt een coalitie vormen toch een lastig verhaal.

“De vraag was of wij openstaan voor regeren. Ja, dat staan we. Dan moet het volgende kabinet wel drastisch de koers verleggen. De coronacrisis heeft de noodzaak wel aangetoond, lijkt me. Ik zie een kanteling. De VVD krijgt nu ook door dat het kille neoliberalisme slechts een paar mensen in de samenleving helpt, de multinationals en de aandeelhouders. Anderen blijven in de kou staan. Het is hoopgevend dat de VVD dit begint in te zien. Voor ons staat voorop dat we geen compromissen sluiten over de leefbaarheid van de aarde.”

Gezien jullie lange geschiedenis van aanvaringen met VVD en in het bijzonder CDA lijkt samenwerking onmogelijk.

“Zij moeten van ver komen, ja.”

De Partij voor de Dieren ook.

“Nou, officieel hebben die partijen ook het klimaatakkoord van Parijs omarmd, waardoor ze zich committeren aan maximale inspanning om onder die 1,5 graad opwarming te blijven. En dan red je het niet met wat gerommel in de marge.”

Hoeveel zetels heb je nodig om in beeld te komen voor een volgend kabinet?

“Ik denk dat we acht zetels gaan halen, dat is een mooie positie.”

PvdA en GroenLinks willen samen optrekken tijdens de formatie, wellicht ook met de SP. Jesse Klaver noemt u expliciet ook als mogelijke partner. Doet de Partij voor de Dieren mee met zo’n links blok?

“Nee. We zien wat GroenLinks en PvdA aan het doen zijn en het is heel goed om daarover na te denken, dat je tijdens de formatie niet tegen elkaar wordt uitgespeeld. Zij kunnen ons partijprogramma lezen om te zien wat we kunnen steunen en wat niet. De Partij voor de Dieren is klaar om te regeren. De vraag is of anderen klaar zijn om te regeren met ons.”

Esther Ouwehand
Dieren kunnen de pest krijgen. En dan?
M.L. Thieme Uitgeverij;
127 blz. € 9,95

Lees ook:

PvdD-fractieleider Esther Ouwehand: De koers is de koers, die verandert niet

“Marianne en ik zijn daar de afgelopen dertien jaar heel consistent is geweest. Wij namen vanaf dag één afstand van het ‘menscentraal denken’. De mens is onderdeel van de natuur, geen alleenheerser. Niet iedereen begrijpt dat, zeg ik heel voorzichtig. Maar dit is wat wij doen, dit is onze missie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden