Groeifonds

Er dreigt een politieke strijd te ontstaan over het ‘Wopke-Wiebesfonds’

Ministers Wopke Hoekstra en Eric Wiebes presenteren een nieuw investeringsfonds waarmee het kabinet onder meer geld in vergroening, infrastructuur en onderzoek willen steken.  Beeld ANP
Ministers Wopke Hoekstra en Eric Wiebes presenteren een nieuw investeringsfonds waarmee het kabinet onder meer geld in vergroening, infrastructuur en onderzoek willen steken.Beeld ANP

Een ‘Nationaal groeifonds’ moet de economie er bovenop helpen. Maar over de besteding van het geld dreigt nu al een politiek gevecht.

Met een nieuw ‘Nationaal groeifonds’ wil het kabinet ‘duurzame economische groei’ stimuleren. Maar over hoe dat gestalte krijgt, dreigt een politieke strijd. De ministers Wopke Hoekstra (financiën) en Eric Wiebes (economische zaken) proberen die te vermijden door een onafhankelijke commissie naar de aanvragen voor geld voor projecten te laten kijken. De kans is groot dat politieke partijen toch hun ideeën willen realiseren via de 20 miljard euro die straks klaar liggen voor het investeringsfonds, dat in de Haagse wandelgangen het ‘Wopke-Wiebesfonds’ heet.

Het kabinet hoopt op brede steun in de Tweede en Eerste Kamer, maar de eerste reacties aan linkerzijde van het parlement zijn kritisch. De PvdA vindt het kabinet te traag. Partijleider Lodewijk Asscher: “Het Groeifonds dreigt een Wachtfonds te worden. Maar we moeten nu de werkloosheid bestrijden en investeren in banen, woningbouw, onderwijs en openbaar vervoer.” Ook GroenLinks heeft bezwaren. Er is te weinig aandacht voor investeringen in duurzaamheid, vindt Jesse Klaver, fractievoorzitter in de Tweede Kamer. “We bevinden ons in een klimaatcrisis. Alle inspanningen moeten worden gericht op de omschakeling van de oude naar de nieuwe economie.”

Hoekstra en Wiebes presenteerden het ‘Nationaal Groeifonds’ maandag in het wetenschapsmuseum Nemo in Amsterdam. Bedrijven, universiteiten, gemeenten en provincies kunnen aanvragen indienen voor investeringen in kennis, infrastructuur en onderzoek en innovatie. Het geld dat de rijksoverheid op tafel legt, moet ‘bijdragen aan het verdienvermogen van de Nederlandse economie en aan duurzame groei’ op korte en vooral op langere termijn.

Werknemers in de cleanroom van chipmachinefabrikant ASML. De chipfabrikant werkt samen met de overheid en de Technische Universiteit om kennis te ontwikkelen.  Beeld ANP
Werknemers in de cleanroom van chipmachinefabrikant ASML. De chipfabrikant werkt samen met de overheid en de Technische Universiteit om kennis te ontwikkelen.Beeld ANP

Dijkgraaf, Dijsselbloem en prins Constantijn beslissen mee

De twee ministers memoreerden bij de presentatie dat investeren een breed gedragen wens is van diverse politieke partijen. In de Tweede Kamer heeft het kabinet de helft van de zetels en in de Eerste Kamer een minderheid. Er is daarom ten minste één oppositiepartij nodig om het plan naar de eindstreep te brengen. Klimaatverandering en duurzaamheid zijn criteria bij de beoordeling van investeringen, maar GroenLinks zal er nog een schepje bovenop willen en ook de PvdA zal extra wensen naar voren brengen. Aan de rechterkant kan het kabinet in de Eerste Kamer steun halen bij Forum voor Democratie of de Groep Otten, maar de vraag is dit politiek wenselijk is bij een fonds dat bedoeld is voor de lange termijn.

Het kabinet opperde het idee van een investeringsfonds een jaar geleden al. Toen groeide de economie nog en had het coronavirus nog niet toegeslagen. Het idee was dat vooral de klimaatverandering vraagt om een andere economie en dat de overheid daarin moet sturen. Terwijl de economie verandert, moet de groei op peil blijven om voldoende geld in kas te hebben voor de kosten van publieke voorzieningen zoals de zorg en de AOW. Dat idee blijft overeind, zei Wiebes maandag, maar sinds de coronacrisis is stimuleringbeleid extra gewenst om de economie er weer bovenop te helpen. Wiebes: “We investeren ons de crisis uit.” Projecten die geld krijgen, hoeven dat niet terug te betalen. De investering levert geld op door de toekomstige groei van de economie. Uiteindelijk leidt dat ook weer tot meer belastinginkomsten bij de overheid.

Het kabinet selecteerde nog geen projecten om in te investeren. De commissie met onafhankelijke experts moet volgens Wiebes en Hoekstra de vrije hand hebben om te adviseren welke projecten bijdragen aan het ‘duurzame verdienvermogen’ van Nederland. Daarna beslist het kabinet over de investering. In de commissie zitten onder anderen Robbert Dijkgraaf, wetenschapper in Princeton (VS), Feike Sijbesma, voormalig directeur DSM en prins Constantijn, vanwege zijn kennis van beginnende ondernemingen, en oud-minister Jeroen Dijsselbloem.

Nog deze kabinetsperiode, het komende half jaar, moeten de eerste projecten beginnen. Het kabinet regelt de financiering in de begroting die volgende week, op Prinsjesdag, wordt gepresenteerd. Volgend jaar is er 4 miljard euro beschikbaar. Hoekstra leent dat geld op de kapitaalmarkt tegen een negatieve rente. Aanvankelijk was het kabinet van plan om 100 miljard euro te investeren voor ongeveer dertig jaar. De economische situatie is te onzeker om dergelijke bedragen voor de lange termijn uit te geven, zei Hoekstra maandag. Het bedrag is verlaagd naar 20 miljard voor vijf jaar en het volgende kabinet kan na de verkiezingen van maart 2021 beslissen over nieuwe investeringen. Hoekstra en Wiebes vinden voortzetting van het Nationaal groeifonds, na de eerste termijn van vijf jaar, een goed idee.

Waar gaat het kabinet in investeren?

Kennisontwikkeling

Dit is waarschijnlijk de minst tastbare categorie waarin het nationaal groeifonds wil gaan investeren. En tegelijkertijd wel een belangrijke. Want als het gaat om het verdienvermogen van de economie voor de komende twintig tot dertig jaar, wordt die in toenemende mate onder druk gezet door de vergrijzing. De beroepsbevolking stijgt niet meer zoals de afgelopen decennia nog wel het geval was. En dus zal een relatief kleinere groep de welvaart overeind moeten houden, of liever nog doen groeien.

Om dat te bereiken zal de productiviteit van werknemers omhoog moeten, en dat wordt mede beoogd met investeren in kennisontwikkeling. Minister Hoekstra en minister Wiebes omschrijven dit als investeren in ‘menselijk kapitaal’, dat op verschillende manieren het verdienvermogen moet verhogen. Naast directe effecten van een hogere productiviteit, verwachten zij ook dat beter opgeleid personeel zich sneller kan aanpassen aan veranderende omstandigheden in de economie.

De belangrijkste opgave ligt in het versterken van het primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs. Versterken van het curriculum en inzetten op meer digitale middelen voor onderwijs zijn daarvan voorbeelden. Daarnaast ziet het kabinet mogelijkheden voor het blijven leren gedurende de loopbaan, onder andere door om- en bijscholing.

Het zal nog niet meevallen hiervoor projecten te vinden die voldoen aan de voorwaarden, namelijk dat het moet gaan om eenmalige investeringen en geen reguliere en structurele uitgaven. Het onderwijs vraagt weliswaar al jaren om meer geld, maar dan gaat het juist wel over structurele noden.

Vanuit de vakbonden kwam maandag direct een schot voor de boeg: het geld zou voornamelijk gebruikt moeten worden voor omscholing, nu vanwege de coronacrisis veel sectoren het zwaar hebben en veel mensen hun werk zullen verliezen in bijvoorbeeld de horeca of de culturele sector. Via een grootschalig programma zouden zij omgeschoold kunnen worden voor sectoren waar nog wel vraag is naar personeel.

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Al jaren krijgt Nederland van instanties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de Europese Commissie te horen dat er te weinig wordt geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en innovatie. In 2000 spraken regeringsleiders van de Europese Unie de zogenoemde Lissabon groeistrategie af, waarbij jaarlijks drie procent van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling besteed zou worden. Ook destijds was al de bedoeling om via die weg het verdienvermogen en de jaarlijkse potentiële economische groei te verhogen.

Dat doel is nooit helemaal gehaald, maar duikt nu als kernpunt weer op voor het nationaal groeifonds. Er zijn landen, signaleert het kabinet, die hier veel meer geld voor uittrekken. Bedrijven kiezen voor, of ontstaan in, een omgeving waarin nieuwe kennis wordt ontwikkeld, goed opgeleide onderzoekers aanwezig zijn en mogelijkheden zijn voor samenwerking tussen overheden, bedrijven en wetenschap.

Voorbeelden hiervan kent Nederland al wel. Bijvoorbeeld Brainport Eindhoven, waar de technische universiteit en de overheid samenwerken met heel grote (bijvoorbeeld ASML) en kleine bedrijven om kennis verder te ontwikkelen en te vermarkten. Of in Wageningen, waar is ingezet op landbouw- en voedselinnovatie.

Hoewel de ministers Hoekstra en Wiebes bij de presentatie van het fonds maandag geen specifieke projecten wilden noemen, viel hier toch een voorbeeld: grootschalige ontwikkeling op het terrein van kunstmatige intelligentie. Dat terrein biedt in veel verschillende economische sectoren grote groeikansen. Van zelfrijdende auto’s tot op maat gesneden webshops, en van ‘zelfdenkende’ huishoudelijke apparaten tot het ontwikkelen van computerspellen.

Universiteiten toonden zich maandag zeer tevreden met de aankondiging van het fonds. “Nederland investeert al jaren minder in onderzoek en innovatie dan was afgesproken”, zei voorzitter Pieter Duisenberg van de vereniging van universiteiten VSNU. “Met het nieuwe fonds wordt een forse stap in de goede richting gezet.”

Infrastructuur

Vanaf het moment dat vorig jaar gesuggereerd werd dat er mogelijk een nationaal investeringsfonds zou komen, is minister Hoekstra ‘bestookt met goede ideeën’, zo zei hij gisteren bij de presentatie. Grote kans dat veel van die ideeën juist in de categorie infrastructuur vallen. Want als er ergens veel projecten zijn waarover al jaren, soms decennia gedebatteerd en gesoebat wordt zijn het wel grote infrastructuurprojecten.

Allereerst de reden waarom het kabinet denkt dat investeren in infrastructuur zinvol is om het verdienvermogen van de economie te vergroten. Een goede infrastructuur verlaagt de kosten van transport, zowel van goederen als van mensen. Als bedrijven en personeel sneller en goedkoper van a naar b komen, scheelt dat in de kosten.

Dan zijn er direct projecten te noemen die al jaren op de plank liggen. Zoals de zogenoemde Lelylijn, een snelle treinverbinding van Groningen via Heerenveen en Flevoland naar Amsterdam. Dit plan werd ooit in 2007 afgeschoten toen het nog de Zuiderzeelijn heette, en ook toen was er al twintig jaar discussie over. Onlangs zei staatssecretaris Stientje van Veldhoven nog dat meer onderzoek nodig is om de beoogde baten beter tegen de kosten te kunnen afwegen.

Er zijn nog veel meer projecten waarvan al lang gedroomd wordt in gemeente- en provinciehuizen. Het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol, een brugverbinding tussen Amsterdam en Almere, of diverse vertakkingen en verlengingen van de eerder aangelegde Betuwelijn. Alleen al vanwege de enorme kosten (de Lelylijn werd bekostigd op 3 tot 4 miljard euro) zullen er ondanks het miljardenfonds maar weinig van dit soort grootschalige plannen werkelijkheid kunnen worden.

Maar het gaat om meer dan alleen, zoals het kabinet het noemt, mobiliteitsinfrastructuur. Ook degelijke verbindingen voor energie en digitale infrastructuur vallen binnen de beoogde projecten van het fonds. Dat is mede de les van de coronacrisis: soms is minder mobiliteit juist een oplossing. “Met een goede verbinding thuiswerken moet op termijn overal mogelijk zijn”, schrijft het kabinet.

Jan Kleinnijenhuis

Lees ook:
Kabinet wil investeren in duurzame economie: pleidooi voor een nieuwe groeistrategie

Het kabinet is op zoek naar een nieuwe ‘groeistrategie’. Het doel is om het milieu te sparen en toch geld te verdienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden