Mark Rutte komt op de fiets aan bij het Catshuis voor overleg over de coronacrisis.

ProfielRutte als crisisleider

Een staatsman in crisistijd. Wat doet dat met het leiderschap van Mark Rutte?

Mark Rutte komt op de fiets aan bij het Catshuis voor overleg over de coronacrisis.Beeld ANP

Mark Rutte weet niet wat hij meemaakt. Ineens is hij premier in een ongekende crisis. Wat zegt dit over het leiderschap van Rutte? Wordt hij er een andere leider door, of wacht hem na het virus een ander land? Het wordt in ieder geval loodzwaar.

Dit is een crisis van een ongekende omvang; ik heb hem in mijn negen jaar in deze baan in deze heftigheid niet eerder meegemaakt.” Het zou een mooie voor de citatenpuzzel zijn. Wie zei dit en wanneer? U trapt er vast niet in: dit is Rutte uit de tijd vóór corona. Om precies te zijn op 13 november vorig jaar, toen hij de noodmaatregelen in de stikstofcrisis aankondigde.

Achteraf gezien is het iets waar de VVD-premier zich wellicht een beetje voor schaamt: het drama waarmee hij toen de verlaging van de maximumsnelheid aankondigde, in een poging begrip te kweken voor de ‘harde’ maatregel. Nu zijn de wegen halfleeg, en hebben we heimwee naar de tijd dat we met z’n allen in de file stonden op weg naar het werk.

Ook premiers zijn maar mensen, hoe lang ze ook in het Torentje zitten. Rutte had net als de meeste Nederlanders niet voorzien in welke omstandigheden hij dit voorjaar zijn werk moet doen. Bij zijn door miljoenen bekeken tv-toespraak half maart kneep hij zich als het ware in zijn arm: “Je vraagt je af: gebeurt dit echt? Want de maatregelen die hier en elders worden getroffen zijn ongekend voor landen in vredestijd.”

Noord-Koreaanse hoogte

Nu is hij staatsman in crisistijd. De historicus Rutte weet echter ook: in een crisis schaart het volk zich meestal achter de leider, vooral als de dreiging van ‘buitenaf’ komt. De meest recente peilingen laten het zien: de waarderingscijfers voor het kabinet stonden eind maart op Noord-Koreaanse hoogten. De Kamerzetels voor de premierspartij VVD zijn virtueel bijna verdubbeld. In andere Europese landen is dit effect er ook, zie de herwonnen populariteit van Ruttes grote inspirator Angela Merkel.

Of die waardering in de derde week van april nog zo hoog is? Waarschijnlijk wel, al neemt het ongeduld in de samenleving toe. Rutte weet dat als geen ander, zo liet hij dinsdagavond merken. “Ik heb geworsteld”, zei hij, en hij maakte de bijna acht miljoen toekijkende Nederlanders deelgenoot van zijn ‘duivelse dilemma’s’. Hoelang moeten we de beperkingen nog verdragen? De verslaggever van de NOS die deze vraag in iets andere vorm stelde (‘Nu hebben we ons wekenlang zo goed gedragen, maar wat krijgen we er voor terug?’) kreeg de hoon van de sociale media van over zich heen vanwege de veronderstelde verongelijkte toon. Rutte daarentegen beantwoordde de vraag serieus. Hij maakte haast verontschuldigend zijn eigen rol in de duur van de beperkingen klein: “Het ligt niet aan mij, het is het virus”.

Deze rol van crisismanager boven de partijen lijkt Rutte op het lijf geschreven. Zijn kabinet hamert er voortdurend op dat het handelt op basis van beschikbare feiten. Een strategie die dinsdagavond nog eens onderstreept werd door de aanwezigheid en bijdrage van de nu bekendste wetenschapper van Nederland, RIVM-voorman Jaap van Dissel.

Premier Mark Rutte en Jaap van Dissel (RIVM) voor aanvang van de persconferentie afgelopen dinsdagavond. Beeld ANP

Toch politiek

Maar bestaat er zoiets als politiek neutraal crisisbeleid? Wie om zich heen kijkt naar andere Europese landen, of over de oceaan, moet haast wel concluderen van niet. Daarvoor zijn de verschillen in aanpak te groot. Terwijl iedere leider toch te maken heeft met hetzelfde virus, al zijn er verschillen in de hevigheid van de uitbraak, de staat van de gezondheidszorg of het welvaartsniveau van burgers. Zoals Monika Sie Dhian Ho, directeur van Clingendael onlangs in een essay in NRC schreef: “Coronabeleid is cultureel bepaald en betreft wezenlijke politieke keuzes”. Natuurlijk is virologische en epidemiologische kennis cruciaal, aldus Sie, maar bij beleidsreacties spelen altijd politieke overwegingen. Zo lopen politieke culturen uiteen in de mate waarin burgers bereid zijn onzekerheden accepteren, waarin er nadruk ligt op de nationale gemeenschap versus internationale samenwerking, of waarin men waarde hecht aan individualisme afgezet tegen het verdedigen van het algemeen belang.

Het beeld van Rutte als crisisleider verheven boven partijpolitiek behoeft dus enige inkleuring. Bij nader inzien is de kern van Ruttes handelen niet anders dan die van de premier van vóór corona. “De vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander”, zei Rutte dinsdagavond, daarmee niet toevallig John Stuart Mill citerend. Deze filosoof en econoom was een van de grondleggers van het politiek liberalisme, van het humanistisch wereldbeeld waar Rutte zich zo goed in kan vinden. Daarbij is de overheid er om de vrijheid van de burgers te waarborgen, maar komt het individu een zo groot mogelijke vrijheid toe. Alles mag, zolang je daarmee een ander geen (fysieke) schade berokkent, zoals Mill zijn schadeprincipe formuleerde.

De liberaal Rutte hecht grote waarde aan deze eigen verantwoordelijkheid van burgers. Dat is in coronatijd juist goed te merken. De premier gelooft, anders dan zijn zuidelijke collega’s (of zijn sociaal-democratische Deense collega), niet in strenge verboden en harde grensblokkades. Natuurlijk is er handhaving nodig, maar u moet het zelf doen, houdt hij de burger voor. Het vertrouwen in de zelfredzaamheid van de burger kenmerkte alle kabinetten van Rutte, drama’s als de doorgeschoten fraudebestrijding door de Belastingdienst ten spijt. Eigenlijk was het kabinet Rutte III net begonnen aan een correctie op dit al te grote vertrouwen, daartoe onder meer aangespoord door adviseurs als de Ombudsman, de Raad van State en het Sociaal Cultureel Planbureau. Die stellen dat grote groepen burgers niet vanzelf meer meekomen en dat bijvoorbeeld flexwerkers te kwetsbaar werden.

Een sterke staat

Hoe zit het dan met de bekering van Rutte, die velen meenden te zien tijdens een van de coronadebatten? Op 1 april zegt Rutte op een vraag van SP-leider Lilian Marijnissen: “We zijn natuurlijk een land dat in de kern diep socialistisch is”. Als Rutte doorpraat, blijkt hij te doelen op de Angelsaksische definitie van socialisme, in ieder geval niet die van de SP: “We hebben een eindeloze overdracht van geld van de ene groep naar de andere groep. Dat begrijp ik ook. We hebben een overheidsbegroting die op dit moment ongeveer 45 procent van het nationaal inkomen beslaat. In die zin is dit een diep Scandinavisch land, een diep Rijnlands model-land.” Ook in dit debat is Mill niet ver weg, als Rutte het heeft over zijn geloof in een sterke staat. “Zo’n staat kan als schild voor de zwakken optreden”, zegt hij, en “in een pandemie besluitvaardig optreden”.

Tegelijkertijd zegt Rutte binnen zo’n sterke overheid te hechten aan “vrije ondernemingsgewijze productie om ervoor te zorgen dat de belastingpot gevuld blijft worden. Ik vind ook dat er fatsoenlijk betaald moet worden.” En wat een fatsoenlijk niveau is – Rutte is in het debat met de SP-voorvrouw de eerste om het toe te geven – “dat is een politieke vraag”.

Geen nieuwe Rutte dus, maar de oude, die – alsof hij een toekomstig Malieveld toespreekt – vindt dat Nederland niet te weinig uitgeeft aan gezondheidszorg, en dat er al waardering ís voor de publieke sector. Hogere lonen straks? Rutte lijkt het antwoord alvast te geven: “In algemene zin vind ik overigens dat we daar de laatste paar jaar vreselijk hard aan werken met elkaar, dankzij het feit dat we sterker uit de crisis (van 2008, red.) zijn gekomen”.

En er zijn meer tekenen dat de oude Rutte nog gewoon in het Torentje zit. Met zijn focus op het bedrijfsleven, van KLM tot de bioscoopeigenaar, op werkgelegenheid, een premier die de aanpak van de klimaatcrisis pas echt volledig omarmde toen de economie begon te haperen door stikstof en pfas, en de rechter zijn kabinet dwong tot actie. Het zit ook in kleine details. Het schrappen van de schadevergoedingen voor asielzoekers die te lang moeten wachten, een van de weinige ‘overige’ besluiten tussen alle coronamaatregelen door. De pragmatische, nuchtere botheid in Europa. Was het vóór corona de Chopinbiografie die Rutte meenam naar de top over de Europese begroting, nu was het zijn minister en rechterhand Hoekstra die deze harde opstelling ook namens hem etaleerde.

Geen debat

De crisis heeft dus van de premier geen andere politicus gemaakt, en ook geen ‘partijloze’ staatsman. Wat wel grondig veranderd is, zijn de omstandigheden. Dat zit hem allereerst in de afwezigheid van echt debat, en het gebruikelijke wheelen en dealen in de coalitie dat vrijwel stilligt. Rutte is een leider die floreert bij debat, die coalities bij elkaar houdt door menselijke interactie. Die politieke weerstand uit de weg kan praten, maar ook nodig heeft om hem bij de les te houden. In de noodzaak de rijen te sluiten in crisistijd, schuilt het gevaar dat politieke oppositie straks gefrustreerd, maar ook extra gewapend zich weer kan roeren. Want natuurlijk hadden de premier en zijn kabinet zaken anders kunnen doen, beter, sneller of grondiger. Maar de gebruikelijke democratische controlemechanismes zijn verstoord of op z’n best vertraagd. “Wie duurzame legitimiteit van het beleid verlangt moet de kernwaarden en politieke keuzes verdedigen. Immers, de prijs van te vér doorgevoerde depolitisering (‘there is no alternative’ voor onze koers ‘gebaseerd op de feiten’) is populisme”, waarschuwt politicologe Monika Sie in haar essay.

Misschien denkt Rutte er nog helemaal niet aan, of gruwt hij van de historische vergelijking, maar niet iedere crisisleider wacht een beloning na afloop. De Britse oorlogspremier Winston Churchill leed een daverend verlies in 1945. Ruttes grote voorbeeld, de vorige liberale premier Cort van der Linden (1913-1918), loodste het neutrale Nederland door de Eerste Wereldoorlog, maar verloor bij de eerste verkiezingen na de invoering van het algemeen kiesrecht waarvoor hij zelf zo hard gestreden had. 

Mark Rutte voor een replica van het schilderij van het kabinet van Cort van der Linden.Beeld ANP

Vroeg of laat is daar dus die Gallische deurpost, waardoor de op het schild gehesen leider Abraracourcix in het stof bijt, terwijl de dragers doorlopen. Misschien is Rutte er zelfs nog niet uit of hij nog een keer de kar wil trekken. Officieel heeft de VVD-leider de knoop nog niet doorgehakt. In een interview met Trouw rond de jaarwisseling zei hij: “Als ik vandaag moet besluiten, ga ik door. Maar ik moet dat een half jaar voor de verkiezingen doen. Dan heb je een overzichtelijke periode voordat we naar de stembus mogen. Nu heb ik geen seconde twijfel, maar de VVD moet het ook nog leuk vinden, hè.”

Van een ‘overzichtelijke periode’ tot de parlementsverkiezingen in maart 2021 is door het virus echter geen sprake meer. Niet alleen de VVD beraadt zich nu op een heel andere voorbereiding. In de meest optimistische voorspellingen is de premier nog maandenlang crisismanager. Hoe onwaarschijnlijk ook dat Rutte er halverwege deze crisis het bijltje bij neergooit, hij had zich de aanloop naar een eventuele vierde regeerperiode vast heel anders voorgesteld. Daar komt bij: door het virus zijn die andere grote problemen zoals de klimaat- en stikstofcrisis en de pensioenhervorming niet ineens weg, al zijn ze tijdelijk uit de aandacht. De reserves van het kabinet – zorgvuldig opgebouwd in de afgelopen jaren – worden wel fors aangesproken. En dan moet de voorspelde economische depressie die een volgende premier van Nederland wacht, nog beginnen.

Heeft Rutte genoeg energie over om opnieuw een kabinet te willen leiden dat harde ingrepen moet plegen? En gunt de kiezer hem dat? Over de vorige financiële crisis tijdens zijn eerste kabinet zei Rutte in Trouw: “Het was een mooi kabinet, maar maatschappelijk waren het verschrikkelijke jaren. Echt verschrikkelijk, met de werkloosheid, de enorme financiële crisis, (…) de wereld die steeds instabieler werd.” Wat in ieder geval onverminderd is, is het optimisme van Rutte, dat hem als leider zo vaak van pas kwam. In zijn eigen woorden: “Degenen die denken dat de wereld van voor corona terugkeert, precies zoals die toen was, leven in een illusie. Deze crisis biedt ook kansen om opnieuw met elkaar na te denken over hoe de wereld er hierna uitziet.”

Lees ook: 

Nederland zet een eerste stapje op de lange weg uit de lockdown

Het kan maanden, een jaar of zelfs langer duren voor Nederland terug kan naar normaal. Versoepeling gaat in kleine stapjes; zo gaan de basisscholen weer open.

Rutte blikt terug op negen jaar premierschap: ‘Laat anderen maar over mij oordelen’

De jaren tien waren de jaren van Mark Rutte. Zijn pragmatische stijl van politiek bedrijven is vaak verguisd als handigheidje, kritiek die Rutte niet onberoerd laat. ‘Je moet je als premier realiseren: je oren zijn groter dan je mond.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden