Democratie

Een politieke partij als Forum verbieden? Het is eerder gebeurd

 Thierry Baudet, leider van Forum voor Democratie. De mogelijkheden om de partij te verbieden zijn in Nederland beperkt. Beeld ANP / Peter Hilz
Thierry Baudet, leider van Forum voor Democratie. De mogelijkheden om de partij te verbieden zijn in Nederland beperkt.Beeld ANP / Peter Hilz

Forum voor Democratie demonstreert telkens weer dat het geen morele ondergrens kent. Moet de rechter de democratie beschermen door partijen als Forum te verbieden?

Marco Visser

‘Vijanden van het volk’. Zo spreken politici van Forum voor Democratie en de PVV over de regering, wetenschappers, journalisten en anderen die de denkbeelden van deze partijen niet delen. De laatste proeve van intimidatie dateert van afgelopen zondag, toen FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren op Youtube een filmpje plaatste waarin hij een journalist van SBS onverhoeds overvalt met een draaiende camera, nadat zij hem eerder kritische vragen had gesteld.

Vanuit de Tweede Kamer liet Van Meijeren al eens weten dat hij trots is dat zijn aanhang Kamerlid Nilüfer Gündogan bestookt met haatmails. Een ander Forum-Kamerlid, Pepijn van Houwelingen, baarde opzien met het dreigement “uw tijd komt nog wel, er komen tribunalen” aan het adres van D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

Complotdenkers

Columnisten, juristen en rechtsstaatdeskundigen vroegen zich toen al af of het geen tijd was voor een verbod op de partij. Want dit soort intimidatie is geen incident, maar hoort structureel bij FvD. Een jaar na het tribunalendreigement is Forum bovendien nog verder geradicaliseerd, met in haar kielzog de PVV, die ook meer en meer put uit het idioom van complotdenkers.

Opnieuw klinkt de roep om een verbod. Onder anderen van Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. De ministers kunnen volgens hem met ‘een druk op de knop’ een verbod op politieke partijen dichterbij brengen.

“Sinds 1 oktober is de wet om verenigingen te verbieden uitgebreid”, legt Voermans uit. “Het wetsartikel stelde voorheen dat een vereniging verboden kon worden ‘als het doel of de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde’. Dat is lastig te bewijzen, want wanneer is er sprake van strijd met de openbare orde?”

Uitbreiding wet

Het wetsartikel waar Voermans over spreekt, is artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek. Dat gebruikt justitie vooral om motorclubs te verbieden, maar dat bleek in de rechtbank toch lastiger dan politici wensen. Daarom is de wet sinds 1 oktober uitgebreid met twee nieuwe onderdelen: lid 2 en 3. Het eerste lid verandert niet, en noemt nog steeds ‘in strijd zijn met de openbare orde’ als reden voor een verbod. Lid 2 en 3 omschrijven wannéér er sprake is van ‘in strijd met de openbare orde’.

Volgens lid 2 is dat het geval als een vereniging of partij zorgt voor een bedreiging van de nationale veiligheid, internationale rechtsorde, ontwrichting van de democratische rechtstaat of het openbaar gezag.

Het derde lid stelt dat ontbinding mogelijk is als het doel of effect van een rechtspersoon dreigt te leiden tot aantasting van de menselijke waardigheid, geweld, of het aanzetten tot haat of discriminatie. Dat lijkt de weg vrij te maken voor een verbod van zowel Forum voor Democratie als de PVV.

Politieke partij als uitzondering

Maar er zit een addertje onder het gras. De wet is uitgebreid zodat het Openbaar Ministerie (OM) motorclubs en (salafistische) bewegingen makkelijker kan aanpakken. Maar er is expliciet een uitzondering gemaakt voor politieke partijen. Dat is volgens Voermans gedaan om een meerderheid te krijgen in de Tweede en Eerste Kamer.

Die uitzondering zou tijdelijk zijn, zo was het idee. De bedoeling was dat Nederland net als andere landen een Partijwet krijgt om de democratie weerbaarder te maken. Dat staat in het advies dat een commissie onder leiding van Johan Remkes in 2018 uitbracht. “Net als in Duitsland”, zegt Voermans. Daar is het bestrijden van ondemocratische partijen zelfs een opdracht vanuit de Grondwet – een gevolg van het Hitlerregime.

De Partijwet moet volgens de commissie in Nederland onder meer duidelijk maken wanneer een politieke partij verboden kan worden, namelijk als die ‘een ernstige bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat’.

De fractieleider van Volt, Laurens Dassen, wil dat zo’n wet er snel komt, zei hij maandag in het tv-programma Op1. Het wetsvoorstel is nog in de maak en moet nog door beide Kamers heen. “Maar”, zegt Voermans, “dat proces is inmiddels helemaal verzand. Politieke partijen willen het niet”. Hij wil daarom dat de uitzonderingsbepaling in de huidige wet verdwijnt. “Schrap die bepaling, dan kun je de ergste uitwassen bestrijden. Het gaat niet om politici die iets lelijks zeggen. Het gaat om systematisch misbruik, om systematisch koersen op ontwrichting van de democratische rechtsstaat en ondermijning van de nationale veiligheid.”

‘Geen taboe op geweld’

Voermans zag daar een voorbeeld van toen Forum-Kamerlid Van Meijeren opriep tot geweld tegen het openbaar gezag tijdens de boerenprotesten. Hij zei eerder dit jaar dat “het niet altijd gezond is als er in een democratie een taboe rust op het gebruik van geweld. De staat gebruikt namelijk wel geweld, en fors geweld.” Voermans: “Dat soort uitspraken kun je eigenlijk niet toestaan. Het OM had hier op moeten treden. Dat staat los van de mogelijkheid tot ontbinding.”

De uitzonderingsbepaling voor politieke partijen is eenvoudig op te heffen. De ministers Yesilgöz (justitie) en Weerwind (rechtsbescherming) kunnen dat snel doen. “Met een druk op de knop”, aldus Voermans. De ministers kunnen dat regelen via een Koninklijk Besluit, een besluit van de regering zonder medewerking van de Tweede en Eerste Kamer. Voermans: “Het is dus een kwestie van politieke wil.”

Een Nederlandse rechter die een politieke partij verbiedt, is niet uniek. Het gebeurde nog in 1998. Toen maakte de rechter op grond van artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek een einde aan de extreemrechtse politieke partij CP’86.

‘Het debat is sterk veranderd’

De vraag of Forum voor Democratie was verboden als de partij er in 1998 al geweest was, is volgens Michiel van Emmerik onmogelijk te beantwoorden. Hij is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. “Zelfs in 1998 was die uitspraak uitzonderlijk. Sindsdien is het debat sterk veranderd. Als in jaren zeventig en tachtig werd gesproken over ‘vol is vol’, dan was Nederland te klein. Nu dragen meer partijen die boodschap uit.”

De drempel om te verbieden is in Nederland sowieso hoog, hoger dan in Duitsland met zijn verleden, denkt Van Emmerik. “Hier vertrouwen we op het vrije debat en het zelfreinigende vermogen van de democratie. Dat is een gevaar, want wanneer ben je te laat? Tegenstanders van een verbod zeggen: die denkbeelden zijn er. Die verdwijnen niet bij een verbod. Dan gaan zij ondergronds en verlies je het zicht. Ik vind het een dilemma. Als een partij stelselmatig aanzet tot haat of belediging, dan kun je je als laatste redmiddel wel iets voorstellen bij een verbod. Maar daarbij geldt te allen tijde dat een verbod slechts kan worden uitgevaardigd door de onafhankelijke rechter, en niet door de politiek zelf.”

Het opportuniteitscriterium

Als de uitspraak van de rechter uit 1998 op FvD en de PVV wordt toegepast, dan is er voldoende grond voor een verbod. “Nu is artikel 2:20 sinds 1998 niet veranderd, maar de opvatting over hoe je dat artikel inzet wel”, zegt Gert Jan Geertjes, universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.

Dat heeft te maken met het opportuniteitscriterium, dat sindsdien is gaan gelden. Oftewel: dreigt er echt gevaar, of is dat vooral theoretisch? CP’86 was een kleine partij zonder invloed. Een verbod van die partij maakte niet veel verschil voor de democratie of rechtsstaat. Had het opportuniteitscriterium in 1998 al gegolden, dan had de rechter CP’86 niet verboden, omdat de partij te klein was om de democratie serieus te bedreigen.

Dat opportuniteitscriterium heeft Nederland indirect te danken aan de Turkse Welvaartspartij. In het jaar dat CP’86 in Nederland werd verboden, kreeg die islamistische partij in eigen land met hetzelfde te maken. De partij, die in de jaren negentig sterk in opkomst was, wilde af van het secularisme. Dat was in strijd met bepalingen in de Turkse grondwet, bepaalde de Turkse rechter, die daarop een verbod uitvaardigde.

De Welvaartspartij stapte daarop naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waar Turkije bij aangesloten is, maar ook daar oordeelden de rechters dat de partij de seculiere samenleving wilde afschaffen, in strijd met de grondwet. Daarmee was aan het openbare-orde-criterium voldaan.

Maar een partij verbieden waar zo’n groot deel van de bevolking op stemt, dat is nogal wat. De Welvaartspartij had de meerderheid in het parlement en leek bij de volgende verkiezingen weer de grootste te worden. Maar juist daarom oordeelde het EHRM dat een verbod wel gerechtvaardigd was. De dreiging voor de openbare orde was niet denkbeeldig, maar zeer reëel. Opportuun dus.

Juist een grote partij verbieden

Bij de Turkse Welvaartspartij was het gevaar evident, bij de Nederlandse CP’86 was het klein. Ergens tussen de Welvaartspartij en CP’86 ligt de grens waar opportuniteit wel of niet geldt. “Bij zowel PVV als Forum is het op dit moment ondenkbaar dat een partij de absolute meerderheid behaalt en in haar eentje het beleid kan vormen en doelstellingen kan realiseren”, zegt Geertjes. “Dat is een factor die zorgt voor terughoudendheid, los van de gevoeligheid, om een partij te verbieden.”

Een meerderheid is, gezien het Nederlandse parlementaire stelsel, inderdaad praktisch onmogelijk. Een kabinet zal altijd bestaan uit een coalitie. Gelijn Molier, universitair hoofddocent encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden, schreef in 2016 in het Nederlands Juristenblad al over de mogelijkheden van partijverboden. Hij noemde in dat artikel ook de relatie tussen opportuniteit en het coalitiestelsel.

Volgens Molier ligt het niet voor de hand dat partijen alleen verboden kunnen worden als ze een meerderheid in het parlement halen. ‘Dit zou er in de praktijk immers op neerkomen dat geen enkele politieke partij in Nederland verboden zou kunnen worden, omdat geen enkele partij onder de huidige politieke verhoudingen (ooit) een absolute meerderheid zal (kunnen) halen’, schreef hij.

Ook Geertjes ziet een paradox. “Je kunt een partij relatief eenvoudig verbieden als die nog niet zo groot is. Tegelijkertijd kun je een partijverbod volgens het opportuniteitscriterium pas doorvoeren als er daadwerkelijk een concreet gevaar dreigt. Als een partij klein is, kan dat dus niet. Er zit een ingewikkelde knoop die onontwarbaar is.

Op dit moment heeft de PVV zeventien zetels in de Tweede Kamer, en vijf in de Eerste. Forum heeft vijf zetels in de Tweede en één in de Eerste Kamer. Een coalitie PVV en Forum zal geen meerderheid halen.

Bindend referendum

Toch kunnen partijen ook zonder meerderheid in het parlement de democratie en rechtsstaat in gevaar brengen, namelijk als Nederland een correctief bindend referendum krijgt. De commissie-Remkes is daar voor. De PVV en Forum voor Democratie ook. Forum is zelfs voortgekomen uit een referendum; dat over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. In het referendum stemden Nederlanders in meerderheid tegen de samenwerkingsovereenkomst.

Volgens Molier bestaat het gevaar dat een partij het bindend referendum gebruikt om anti-rechtsstatelijke voorstellen door te voeren. ‘Op deze wijze wordt het referendum ingezet als politiek machtsinstrument om de rechtsstaat af te schaffen’, schrijft Molier.

De Zaak Wilders

Geert Wilders vroeg tijdens een partijbijeenkomst in 2014 het publiek of zij meer of minder Marokkanen wilden? “Minder, minder”, scandeerde het publiek. “Dan gaan we dat regelen”, zei hij. Voor die uitspraak moest hij zich voor de rechter verantwoorden. Het ging niet om een verbod op de partij, die vraag is nooit aan de orde geweest. Een verbod kan ook alleen via het civielrecht. Wilders stond terecht in een strafzaak, en werd uiteindelijk schuldig bevonden aan groepsbelediging.

Lees ook:

Wat te doen met partijen die erop uit zijn de democratische rechtsorde opzij te schuiven?

De urgentie staat in Den Haag al zeven jaar buiten kijf, maar de molens draaien traag en de materie is lastig. Misschien is er op een dieper niveau zelfs een zekere weerstand iets te doen dat ingaat tegen het wezen van onze democratie, schrijft Hans Goslinga.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden