ColumnHans Goslinga

Een grote natie zet fouten uit het verleden recht

We hebben de geschiedenis niet uitgewist, we worden deel van de geschiedenis van de stad door recht te zetten wat verkeerd was. Aldus sprak drie jaar geleden de toenmalige burgemeester van New Orleans, Mitch Landrieu, bij de verwijdering van vier standbeelden van Zuidelijke helden in de Burgeroorlog, waaronder dat van generaal Robert Lee op een van hoogste punten van de stad.

Met zijn speech beroerde Landrieu snaren en riep hij verwachtingen op als misschien wel de ideale presidentskandidaat van de Democraten. Begin vorig jaar, na de beëindiging van zijn burgemeesterschap, liet hij echter weten dat hij niet aan de race naar het Witte Huis zou meedoen. Hij blijft dus de man van de speech die alles in zich heeft van een sleutelrede in de strijd over discutabele standbeelden. Deze strijd is na de gewelddadige dood van George Floyd opnieuw, veel breder dan voorheen, opgelaaid in de Verenigde Staten en Europa.

De (blanke) Landrieu bekende dat hij de monumenten lange tijd gedachteloos voorbij was gelopen. Pas nadat de (zwarte), ook in New Orleans geboren jazztrompettist Wynton Marsalis, hem bewust had gemaakt van de schaduw die zij over de stad wierpen, ­begon hij er over na te denken. In zijn speech verplaatste hij zich in de schoenen van een Afro-Amerikaanse moeder of vader: ‘Wat moeten zij hun twaalfjarige dochter vertellen over Lee, die zo hoog boven de stad uittorent? Moet dat verhaal haar inspireren en hoopvol stemmen?’

Een leugen door weglating

Landrieu maakte een verschil tussen herinneren en vereren. Als het om het eerste ging, waarom stonden er dan in de stad geen slavernijmonumenten of merkstenen van de duizenden lynchpartijen en verkrachtingen. De havenstad New Orleans was voor de Burgeroorlog een van de grootste slavenmarkten. De beelden in de stad vertelden nu ‘een leugen door weglating’ van al de gruwelijkheden. Daarentegen vereerden zij mannen die met hun zaak, de verdediging van slavernij als de natuurlijke orde, aan de verkeerde kant van de geschiedenis en de menselijkheid stonden.

Landrieu wilde zijn rede niet politiek maken, maar recht doen aan het credo van de republiek ‘E pluribus unum’ – eenheid in verscheidenheid. Hij citeerde Barack Obama, doch ook diens voorganger George Bush, die in 2016 bij de opening van museum van Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis en cultuur in Washington had gezegd dat ‘een grote natie haar tekortkomingen onder ogen ziet en recht zet’. Dat is sneller gezegd dan gedaan.

De verwerking van de koloniale geschiedenis en haar gevolgen is in de westerse wereld een van de grootste politieke kwesties van deze tijd. Ook een die laat zien hoe dwingend verleden en heden aan elkaar zijn gekoppeld en hoe lastig het is af te dalen in de historische diepten zonder te ­beschuldigen of de aandrift tot vergelding te voelen. In dit opzicht was de toespraak van Landrieu een wonder van evenwicht tussen rede, hartstocht en empathie. Geen klaroenstoot voor een beeldenstorm, maar een weloverwogen ontmanteling.

Luisteren naar burgers

De politiek in dit mijnenveld buiten de deur houden is uiteraard een ­illusie. In het Zuiden van de Verenigde Staten is de verloren Burgeroorlog voedingsbodem voor het politiseren van blanke suprematie. Het lijkt op een achterhoedegevecht in een land waar de blanken binnen afzienbare tijd een minderheid zullen vormen. Maar de spanningen kunnen ernstig uitpakken, nu dit sentiment en de vrees voor machtsverlies tot in het Witte Huis reiken, waar een president zit die zich steeds driester gedraagt. Zozeer dat nogal wat commentatoren zich afvragen of een vreedzame overdracht van de macht, mocht de stembus daartoe nopen, er wel in zit.

De coronacrisis kan, nu de economische gevolgen zich sterker laten voelen, de spanningen nog vergroten. De politieke onderzoeker Francis ­Fukuyama constateert in het zomernummer van het blad Foreign Affairs dat landen met sterke instituties en een slagvaardig leiderschap, dat zich verantwoordt tegenover de burgers en naar hen luistert, het goed doen.

De landen die het in de ogen van Fukuyama slecht doen, zijn Brazilië en zijn eigen Verenigde Staten: een niet goed functionerende staat, een gepolariseerde samenleving en pover leiderschap, dat er niet op uit is de ­natie te verenigen maar daarentegen met bluf en leugens zijn best doet de tegenstellingen te vergroten. In Amerika wordt de sociale kloof nog altijd sterk bepaald door de ‘kleurlijn’, wat de conflictstof onder deze omstandigheden alleen maar explosiever maakt.

Het goede nieuws is dat Fukuyama Duitsland bij uitstek het land vindt dat het goed doet. Nu de democratie in Amerika onder druk staat, zou dat voor Nederland een extra aansporing moeten zijn bondskanselier Merkel te volgen in haar streven de Europese Unie te versterken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden