Beeld Trouw

ColumnHans Goslinga

‘Dit is een tijd om te verdedigen, niet om aan te vallen’

Het vertrek van de Britten uit de Europese Unie past in de ontwikkeling die de Amerikaanse politieke denker Samuel Huntington kort na het einde van de Koude Oorlog voorzag. De kern daarvan was dat het nieuwe wereldtoneel niet zou worden beheerst door ideologische of economische conflicten, maar door culturele en religieuze botsingen.

De economische krachten zijn niet minder invloedrijk dan destijds, maar in het politieke debat is de culturele factor dominant geworden. Op een essentieel punt is de voorspelling van Huntington niet uitgekomen. Zijn leerling Francis Fukuyama legde daar twee jaar terug de vinger op: de conflicten hebben zich niet afgespeeld tussen de christelijke en de islamitische wereld, maar binnen deze beschavingen. Dat heeft ingrijpende gevolgen gehad, die samenlevingen hebben gespleten en de democratie zelf tot een kwetsbaar bezit hebben gemaakt.

Een nieuw vijandbeeld voor de democratische wereld

Huntington voorzag de democratische wereld na de val van de Muur, eenvoudig gezegd, van een nieuw vijandbeeld, dat een scheiding der geesten veroorzaakte die diepe sporen in het politieke krachtenveld heeft getrokken. In ons land: groot terreinverlies voor de sociaal-democraten en christen-democraten en de opkomst van populistische partijen, een voor Nederland naar omvang gemeten nieuw verschijnsel.

De Britse schrijver Julian Barnes omschreef het vertrek van zijn land uit de EU in de vrijdagkrant als ‘verschansing in het verleden’. Dat is een adequate term om de tegenstelling te begrijpen die de politiek is gaan beheersen: verschansing tegen een bedreigende buitenwereld versus een open blik over de grenzen. De voorspelling van Huntington werkte als een soort wetenschappelijke legitimatie voor degenen die ineens de cultuur voorop zetten, zoals in ons land de liberaal Bolkestein en later de sociaal-democraat Paul Scheffer in zijn essay ‘Het multiculturele drama’.

De geschiedenis heeft laten zien dat als angst in de genen van een natie kruipt, een voedingsbodem ontstaat voor het verwerven van macht. Amerika beleefde na de Eerste Wereldoorlog en de communistische machtsovername in Rusland een periode waarin herlevend nationalisme hand in hand ging met een toenemende sociale ongelijkheid. De grenzen werden gesloten voor immigranten, onder invloed van de chauvinistische film ‘The birth of a nation’ groeide de Ku Klux Klan als de uitdrukking van blanke suprematie als kool en bleek de verleiding van totalitaire regimes, zoals in het Italië van de fascist Mussolini, groot.

Het antwoord van Franklin Roose­velt op de ‘Red Scare’, zoals deze periode bekend staat, was een economisch programma, waarmee hij in 1932 de presidentsverkiezingen won en aan de schrille culturele boventonen in het debat een einde maakte. De geschiedenis suggereert een zekere vanzelfsprekendheid in de loop der dingen, maar op beslissende momenten is toch altijd leiderschap vereist.

Het is niet zo vreemd dat de PvdA en het CDA in de afgelopen periode terrein hebben verloren. Zij gedijden in de politieke strijd tussen arbeid en kapitaal die de vorige eeuw beheerste. Bovendien waren zij sterk internationaal georiënteerd en behoorden zij tot de stichters van wat nu de Europese Unie is. Door de verschuiving van economie naar cultuur als kristallisatiepunt in het politieke debat raakten zij gedesoriënteerd en door gebrekkig leiderschap gingen zij zwalken.

Verdedigen of aanvallen?

Deze crisis duurt tot op de dag van vandaag voort met de oude staatsdragende partijen in de rol van verdedigers en de populisten als aanvallers van de democratische beschavingsorde. Maar er zijn lichtpuntjes nu stilaan doordringt dat het kapitalisme, net als in het Amerika van honderd jaar terug, te ver is doorgeschoten ten koste van het publieke belang. Op dit punt kunnen de traditionele stromingen hun rol in het debat herpakken en, net als Paul Scheffer, de fixatie op de culturele factor afschudden.

De democratische rechtsstaat kan wel een stootje hebben, maar een strijdbare houding is geboden als politici de belangrijke pijlers onder deze orde – vrijheid, waarheid en recht – stelselmatig onderuit pogen te halen. De gezaghebbende Amerikaanse journalist Walter Lippmann schreef in de jaren twintig van de vorige eeuw: ‘Het is beter een wending in totalitaire richting te voorkomen dan te reflecteren op de tekortkomingen van de representatieve democratie’.

Tot dan toe had Lippmann zich volgens zijn intellectuele biograaf Francesco Regalzi sceptisch getoond over de democratie. Maar geconfronteerd met de autoritaire alternatieven schoof hij zijn kritiek opzij. In de periode van de Red Scare schreef hij: ‘Dit is een tijd om te verdedigen, niet om aan te vallen’. Het is voor mij, als politiek columnist van deze krant, een belangrijke oriëntatie.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden