Het bordes waar de nieuwe ministersploeg van Rutte IV zal worden gepresenteerd.

Kabinetsvoorspellingen

Dezelfde fracties, maar een fris elan? Dit staat kabinet-Rutte IV te wachten

Het bordes waar de nieuwe ministersploeg van Rutte IV zal worden gepresenteerd.Beeld ANP

Begin 2022 staan ze op het bordes, de ministers (helft man, helft vrouw) van het vierde kabinet onder leiding van premier Mark Rutte. Onder welk gesternte zullen zij hun werk moeten doen?

Wendelmoet Boersema

De ‘chef van het spul’, zo omschreef Rutte zichzelf op Prinsjesdag. En dat blijft hij. Het doek gaat op voor het vierde kabinet van de VVD-leider, die daarmee een gooi gaat doen naar de titel van langstzittende premier ooit, een record dat nu nog in handen is van CDA’er Ruud Lubbers. Rutte heeft ook de langste formatie ooit op zijn naam staan, in een jaar vol politieke crises dat startte met de val van zijn kabinet. Hij overleefde een motie van wantrouwen, ging stug door na een motie van afkeuring en staat nu met dezelfde vier partijen aan de start. Laten we beginnen met de sterren die gunstig staan.

Rutte IV zwemt in de miljarden

Wopke Hoekstra zei het al aan het begin van de coronacrisis: “We hebben heel diepe zakken”. Die zullen ook voor dit regeerakkoord flink aangesproken worden. Niet alleen voor de miljarden aan coronasteun, die nog steeds nodig zijn. Nieuwe investeringen in het klimaat en onderwijs, oplossingen voor het stikstofprobleem, armoedebestrijding, de afschaffing van het leenstelsel of een verhoging van het minimumloon, het kost miljarden en die zíjn er ook. Het geld wordt geleend door de overheid, de rente is nog steeds historisch laag. Slechts de inflatie en een daarmee samenhangende rentestijging kunnen roet in het eten gooien, dus de bestedingen moeten wel het juiste effect hebben. Anders zitten komende generaties met zware lasten.

Logischerwijs hebben kabinetten die veel moeten bezuinigen het lastiger dan die waar het geld tegen de plinten klotst. Zo wilde gedoogpartij PVV in 2012 geen verantwoordelijkheid nemen voor extra miljardenbezuigingen. Geert Wilders trok daarom de stekker uit Ruttes eerste kabinet.

Het afgelopen jaar hielp de aantrekkende economie Ruttes demissionaire kabinet een flinke hand. Nederland herstelde zich sneller dan verwacht, de werkloosheid daalde. Maar de coronacrisis heeft vooral ook laten zien: de wereldeconomie is kwetsbaar.

Onder druk is alles vloeibaar

Wie het aandurft minister te worden, krijgt de komende jaren veel op z’n bord. En dan bedoelen we niet het achterstallig onderhoud vanwege de lange formatie. Op meerdere (nieuwe) ministeries liggen miljarden euro’s te wachten op actie. Sterker, daar is een heel demissionair jaar met smart op gewacht. Vooral de bewindspersonen die zich gaan bezighouden met klimaat, onderwijs, landbouw en wonen kunnen aan de bak. Dat was de gedachte die informateur Tjeenk Willink – niet voor het eerst – inbracht: het regeerakkoord moet dun zijn, de uitwerking is vervolgens aan de ministers.

Die ministers hebben een behoorlijk grote armslag. Afgelopen jaar sneuvelde een recordaantal heilige politieke huisjes. Dat was zelfs vóór de verkiezingen van maart dit jaar al te zien. De corona- én de vertrouwenscrisis creëerden een gezamenlijk gevoel bij partijen dat het zo niet verder kon, dat het gedaan moest zijn met de uitwassen van het neoliberalisme. Van links tot rechts, met uitzondering van de SGP en radicaal-rechts waren partijen het toen al eens over verhoging van het minimumloon, de noodzaak van een nieuw belasting- en toeslagenstelsel en het afschaffen van het leenstelsel voor studenten. Met de aanzwellende klimaatcrisis en de wooncrisis sneuvelden opnieuw politieke taboes. Aanpak van de zware industrie, afschaffing van de verhuurderheffing, verdere beperking van de hypotheekrente, uitkoop van boeren: onder druk is alles vloeibaar geworden. Dat maakt het kabinet-Rutte IV wendbaar, al kan het ook een kwetsbare kant hebben. Partijprogramma’s moeten wijken voor het landsbelang. De problemen op vele terreinen zijn zó groot, dat ze niet kunnen wachten op weer een onderzoek of commissie.

Uit het regeerakkoord zal blijken welke veren de vier partijen hiervoor hebben moeten laten. Ruttes VVD heeft waarschijnlijk toegegeven op klimaat, migratie en het toelaten van vluchtelingen. D66 zal op medisch-ethisch gebied niet zover kunnen gaan als ze willen, de ChristenUnie heeft van dit punt wellicht geen halszaak gemaakt. Het CDA zag al eerder dat het zo niet verder kan met de kapitaalintensieve en vervuilende landbouw. Ook over het versoepelen van Europese begrotingsnormen valt misschien in Europees verband te praten, terwijl Nederland daar voorheen onder leiding van minister van financiën Hoekstra een starre lijn vasthield.

Tijdens het vorige kabinet-Rutte brak er een politiek instabiele fase aan nadat alle punten uit het regeerakkoord waren ‘afgevinkt’. Ideologische verschillen tussen partijen staken opnieuw venijnig de kop op, zoals in de nazomer van 2019 in de crisis rond het Griekse opvangkamp Moria. Dat is dan weer een voordeel bij dit nadeel: Rutte IV heeft zoveel werk te verzetten, te repareren en te herstellen dat de vier jaar om zullen vliegen.

Kleine correctie: ‘mógelijk omvliegen’, want sommige sterren staan minder gunstig.

De dreiging van drie parlementaire enquêtes

Iemand minister van economische zaken? Eenmaal andermaal? Sommige posten in Ruttes nieuwe kabinet zijn begerenswaardiger dan andere. Het kabinet krijgt te maken met liefst drie parlementaire enquêtes, het zwaarste onderzoeksmiddel dat de Tweede Kamer in huis heeft. Meer dan eens eindigden dit soort onderzoeken in een vroegtijdige aftocht van een kabinet, of een minister.

Voor komende zomer staat eerst de parlementaire enquête naar de gaswinning op de rol. GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee is voorzitter van deze commissie en al maandenlang bezig informatie te verzamelen. Dan is er de enquête naar het coronabeleid. Die zal van start gaan als de Onderzoeksraad voor de Veiligheid klaar is met zijn onderzoek. In deze parlementaire enquête neemt de commissie niet alleen de besluitvorming van het kabinet onder de loep, maar ook het controlerende werk van de Kamer zelf, de rol van het Outbreak Management Team en de inspraak van andere deskundigen. Complicatie kan zijn dat Nederland zich tegelijkertijd in de zoveelste coronagolf bevindt.

En dan is er nog de enquête naar het toeslagenschandaal, waar een – minder zware – parlementaire ondervragingscommissie aan voorafging. Die concludeerde eind vorig jaar dat er ‘ongekend onrecht’ had plaatsgevonden, waarop het kabinet-Rutte III in januari aftrad. Nauw verbonden met deze enquête is de hersteloperatie voor de gedupeerde ouders. Blijft die zo’n traag drama als nu, dan zullen de conclusies van de enquête nog veel harder aankomen. Dat zal in het kabinet als eerste de minister van financiën treffen, als hoofdverantwoordelijke voor de Belastingdienst. Wordt dit Sigrid Kaag – omdat D66 de tweede partij is en Financiën kan opeisen – dan is dat een groot politiek risico. Dat geldt ook als het Hoekstra wordt, die deze functie ambieert, of als de CDA-leider Economische Zaken krijgt en dus politieke conclusies moet trekken uit de gaswinningsenquête. In beide gevallen brengt een eventueel aftreden van een minister direct de stabiliteit van de coalitie in gevaar, omdat Kaag en Hoekstra beiden partijleider zijn.

Nieuw elan met dezelfde personen?

Een ‘heel ander kabinet met een andere uitstraling’, beloofde Rutte op het VVD-congres eind november. Kan het? Rutte gelooft er zelf in. Op Prinsjesdag had hij de onmin tussen hem en Sigrid – ‘Hier scheiden onze wegen’ – teruggebracht tot ‘accentverschillen’. “Onze relatie is beter dan ooit.” Vergeten was de verklaring van Gert-Jan Segers uit april dat hij ‘nooit meer’ met Rutte in een kabinet wilde. Vergeten waren de moties van afkeuring tegen Rutte die zowel D66 als ChristenUnie had gesteund.

Ruttes vierde kabinet komt er tegen wil en dank. D66 had liever verkering gehad met links; Segers was net zo lief van start gegaan in de oppositie. De vier partijleiders van VVD, D66, CDA en ChristenUnie kennen elkaar door en door, al geldt dat misschien net iets minder voor Kaag. Het risico van ingesleten gedragspatronen ligt op de loer, zoals Rutte zelf als premier menigmaal heeft laten zien.

De frisse wind moet dus uit andere hoeken waaien. Misschien treden er nieuwelingen aan die zich ontpoppen tot smaakmaker. Misschien brengt de inhoud van het regeerakkoord de broodnodige vernieuwing. Misschien, misschien.

Wat vooral telt, is of de Tweede Kamer, en daarmee de kiezer, dit kabinet als ‘anders’ ziet. Vooralsnog zullen alle ministers keihard moeten werken om het ‘oude’ vertrouwen in bestuur en politiek te herstellen. Dat is geen kwestie van ‘andere uitstraling’, maar van een andere houding en bestuurscultuur. Dat is extra lastig nu de oppositie in de Tweede Kamer verhardt. Het geduld met Rutte is op, bij partijen die eerder nog weleens mee wilden werken. De houding van andere, radicale oppositiepartijen zoals Forum voor Democratie, of Ruttes oude gedoogpartner PVV, gooit eerder olie op het vuur. Dat brengt ons op het laatste gesternte: de rol van de oppositie.

De constructieve oppositie is er niet meer

Om succesvol te zijn, heeft het kabinet een meerderheid in de Eerste Kamer nodig. Die heeft Rutte IV niet. In het verleden was dit ook het geval, maar minder een probleem. Rutte wist soms linksom, dan weer rechtsom steun te regelen. Zo constructief is de oppositie alleen niet meer. De oude bondgenoot SGP is te klein. Voor een solide meerderheid is GroenLinks, óf de PvdA, óf beide nodig. En daar zit een probleem.

GroenLinks en de PvdA stonden in de nazomer ineens met lege handen. Maandenlang hadden ze zich aangeboden als onderhandelingspartner, maar hun (gezamenlijke) komst aan tafel bleek niet gewenst. Voor Jesse Klaver en Lilianne Ploumen was dit een bittere pil. De linkse samenwerking leidde afgelopen week wel tot een ‘progressief oppositieakkoord’, waarmee Ploumen en Klaver beloven hun huid duur te verkopen. “We gaan het nieuwe kabinet niet aan een meerderheid helpen met kleine bijstellingen van de plannen. Wij willen echt een heel ander beleid”, aldus Klaver.

Voordeel voor het kabinet is dat enkele van de nu al uitgelekte plannen voor het klimaat, woningbouw en armoedebestrijding best in de smaak zullen vallen bij links. Maar het zal niet genoeg zijn. Dat brengt ons weer terug bij de eerste punten. Er ís geld genoeg om wensen van de oppositie in te willigen, al blijft Klaver zeggen dat ‘het geen kwestie is van extra geld’. Onder de druk van grote problemen wordt alles vloeibaar, zal Rutte hopen.

Lees ook:

Coalitieakkoord bijna rond, mogelijk vandaag witte rook

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden