null

Zorgstelsel

De zorg moet helemaal anders, maar hoe dan? Drie ‘zorgdenkers’ over hun verkiezingsprogramma

Beeld Idris van Heffen

De gezondheidszorg is toe aan een flinke revolutie, vinden veel politieke partijen. Er liggen allerlei ideeën klaar, vertellen drie politieke ‘zorgdenkers’ over hun verkiezingsprogramma.

Arts Marcel Levi weet uit eigen ervaring hoe dat eruitziet, een gezondheidszorg zonder marktwerking. Als Nederlandse arts is hij directeur van het University College Hospital in Londen, onderdeel van de National Health Service. Van de NHS kan Nederland op sommige punten nog veel leren, vindt hij. Bijvoorbeeld over duidelijk leiderschap in de zorg. Toch zegt Levi niet: laat Nederland de marktwerking volledig overboord gooien en net als de Britten de zorg in overheidshanden leggen.

‘Vergeet de stelsels. Het gaat om hoe je je binnen het stelsel gedráágt’, is het advies dat Levi meegaf aan zijn partij, de PvdA. Vanuit Londen adviseerde hij over het verkiezingsprogramma, dat draait om het begrip solidariteit. Net als veel partijen betrekt de PvdA denkers van buitenaf om mee te denken over complexe onderwerpen. En complex is het zeker, dit jaar.

Bij het schrijven van de verkiezingsprogramma’s is bij alle partijen dit jaar de zorg een van de grote hersenkrakers geweest. In de programma’s staan bij veel partijen baanbrekende voorstellen. De zorg moet fors op de schop, is het vertrekpunt bij zowel links als rechts.

Minder marktwerking is de richting. Daarover is de politieke consensus nu wel duidelijk, met zelfs de VVD die de marktwerking ‘doorgeschoten’ noemt. De aanzwellende kritiek op de marktwerking in de zorg is politiek al jaren een groot thema, niet alleen bij linkse partijen, maar bijvoorbeeld ook bij het CDA. Partijen voelen ook de druk vanuit de samenleving. Van de kiezers wil 81 procent af van de marktwerking, bleek deze week nog weer eens. Verzekeraars voelen de bui al hangen. Zij hebben in een brief aan het kabinet deze winter al geprotesteerd: zij willen juist méér marktwerking. Maar wát moet er concreet veranderen? Het grote ‘hoe dan?’ lag op tafel bij het schrijven van de verkiezingsprogramma’s, al voor de corona-epidemie losbrak.

Luister ook de aflevering van de verkiezingspodcast Wijsneuzen over dit onderwerp via onderstaande speler of de bekende podcastkanalen.

Marcel Levi (PvdA): ‘Meer solidariteit, maar wel bínnen het huidige stelstel’

“De grote kwestie waar we voor staan in Nederland: solidariteit moet weer het leidende principe worden, in plaats van ‘wat kost het mij’. We kunnen veranderen door een nieuw zorgstelsel te bouwen, of we kunnen veranderen bínnen het systeem. Ik ben overtuigd van het laatste. Maar dat er grote veranderingen nodig zijn, dat staat vast. Ik ben er optimistisch over dat die er komen want de politieke verschillen in het denken over de zorg worden in Nederland snel kleiner”, zegt PvdA-zorgdenker Marcel Levi. Een kabinetsformatie hoeft daarom geen politiek slagveld te worden. Bijna alle partijen, misschien de SP uitgezonderd, willen verandering bínnen het stelsel.

Marcel Levi Beeld
Marcel Levi

“Een compleet ander zorgstelsel gaat echt niet helpen. We moeten ons niet blindstaren op de romantiek van het volledig afschaffen van de marktwerking. Je haalt alles overhoop en de consultancybureaus strijken de miljoenen op. Het leidt af van waar het om gaat. Binnen het stelsel valt er al genoeg te verbeteren. Voor grote delen van de zorg werken de wetten van de markt sowieso niet. Laten we die anders gaan regelen.

“Wat een eerst stap zou zijn: maak van de spoedeisende zorg, de ic’s, de kankerzorg etcetera, een nutsvoorziening. Dat is zorg die mensen van het ene op het andere moment nodig hebben. Dat is geen markt. Dat moet gewoon goed geregeld zijn. Maar elders in de zorg kunnen vormen van concurrentie best iets toevoegen; daar kan het blijven bestaan. Als iemand een nieuwe heup die iemand nodig heeft, bijvoorbeeld.

“Zo’n onderscheid had ook het huidige kabinet allang kunnen maken. Niets stond hen in de weg; het zorgstelsel verbiedt dat niet. Het zijn politieke keuzes. Als je het anders wilt, kan dat. In Nederland wordt nu nog alles overgelaten aan de markt, én aan ‘het veld’. De VVD heeft zelfs heel lang beweerd dat de markt van de zorg vrijgelaten moet worden omdat het ‘moest van Brussel’. Dat klonk alsof er voor de politiek niets meer aan het zorgstelsel te verbouwen valt, maar dat is onzin.”

Artsen anders inzetten en anders betalen, is een ander concreet voorstel. “Alle medisch specialisten in loondienst, is het voorstel van de PvdA. Linkse partijen willen dat al langer, maar nu zie ik het in alle verkiezingsprogramma’s staan, met uitzondering van de VVD. De nieuwe generatie artsen wil het zelf ook.

“Daarnaast moeten we nu eindelijk huisartsen eens een veel grotere rol gaan geven. De huisartsenzorg is een van de dingen waar Nederland internationaal in uitblinkt. Die moeten we koesteren. Geef huisartsen meer tijd voor het gesprek met de patiënt. Het is de beste garantie op goede zorg, en de waarborg dat de zorg betaalbaar blijft.”

Sophie Hermans (VVD): ‘De patiënt moet veel meer zelf bepalen hoe zíjn zorg eruitziet’

Het ‘gesprek met de patiënt’, dat wordt in de verkiezingen en daarna sowieso een uitdrukking om op te letten. Veel politieke partijen redeneren niet meer vanuit het systeem van de zorg of vanuit medisch techniek, maar vanuit het perspectief van de patiënt: wat heeft die nodig, wat vindt die belangrijk? Dat verklaart mede waarom de ideologische verschillen afnemen. Patiënten die GroenLinks stemmen hebben immers geen andere medische wensen dan patiënten die CDA stemmen, of SP of VVD.

Sophie Hermans Beeld ANP
Sophie HermansBeeld ANP

Tweede Kamerlid Sophie Hermans, de nummer drie bij de VVD, meldt dat het ‘gesprek met de patiënt’ bij haar partij zelfs het fundament is geworden van het VVD-verkiezingsprogramma over de zorg. Zij is de belangrijkste ‘zorgdenker’ in de partij. De ideeën in het programma kregen al vorm ruim voor de corona-epidemie, maar zijn volgens haar des te meer van kracht geworden.

“Samen beslissen en liefdevolle zorg voor wie dat nodig heeft, dat moet het vertrekpunt zijn voor waar we de komende jaren aan doorwerken in de zorg. Iedereen heeft ooit in het leven zorg nodig, op een moment van grote kwetsbaarheid. Dan wil je het gevoel hebben: als het zover is, is het voor mij geregeld. De randvoorwaarden daarvoor zijn in Nederland al vrij goed geregeld. De zorg is heel goed. Het gaat er nu om de volgende stappen te zetten. Omdat het op sommige punten nog beter kan, maar ook om de patiënt nog veel meer centraal te stellen, in plaats van het systeem.”

Met steeds meer ouderen moeten artsen, zegt ook Hermans, meer tijd vergoed krijgen om met patiënten te kunnen praten. “Samen beslissen gaat over bijvoorbeeld de 80-jarige die kanker krijgt. Vroeger zei de arts: hier is uw behandelschema. Maar wat betekent een operatie voor de kwaliteit van leven? Misschien heeft iemand daarna een sonde en kan hij of zij nooit meer uitstapjes maken met de kleinkinderen. Artsen moeten veel meer het gesprek kunnen aangaan met patiënten, die daarna hun eigen afweging maken. Niet alleen bij ouderen, dat is voor de hele zorg iets waar ik heel erg in geloof. Niet alleen in ziekenhuizen, maar ook in de ver­pleeghuizen en de wijkverpleging.”

Het zorgstelsel drastisch verbouwen is daarvoor niet nodig, vindt Hermans. “Ook voor de VVD geldt: de zorg is géén markt. Marktwerking is geen doel op zich. Er zijn spelregels, en waar nodig moeten we kijken of die nog werken. Met bijvoorbeeld strengere regels om in de wijkverpleging een nieuwe zorgorganisatie te starten. Dat is nu wel héél makkelijk. Maar vooral moeten we kijken of de spelregels het ‘samen beslissen’ wel stimuleren. Als er iets in de weg zit, willen ook wij dat opruimen. Maar wel pragmatisch: alsjeblieft geen ingewikkelde stelseldiscussies nu, in de coronacrisis.

“De grote politieke kwestie voor de komende jaren wordt de capaciteit van de zorg. Een nieuwe gezondheidscrisis is niet uitgesloten. Snel kunnen opschalen wordt veel belangrijker. Met bedden. Met vaccins en mondkapjes die vaker in Nederland zelf worden geproduceerd. En met genoeg zorgpersoneel, wat een van de grote vraagstukken wordt.” De VVD aarzelt over een structurele loonsverhoging voor al het zorgpersoneel. Het is volgens Hermans iedereen gegund, maar niet realistisch. “De zorgsalarissen zijn gelukkig en terecht al over de hele linie omhoog gebracht. Maar het is iets te makkelijk om te zeggen: doe alle salarissen nogmaals omhoog.”

Michiel Verkoulen (D66): ‘Zorg genoeg, nu aandacht voor preventie en leefstijl’

Voor de kiezer valt er op 17 maart nog genoeg te kiezen, zelfs al gaat de denkrichting van veel partijen dezelfde kant op. Vernieuwen en veranderen willen ze allemaal, maar het tempo en de omvang zijn de inzet. Zo wil GroenLinks voor de lage inkomens een zorgpremie van slechts een tientje per maand, wil het CDA het eigen risico in partjes opdelen of wil de ChristenUnie alle terrassen rookvrij maken.

Michiel Verkoulen Beeld
Michiel VerkoulenBeeld

Econoom en adviseur in de zorg Michiel Verkoulen ziet nóg iets nieuws in de verkiezingsprogramma’s. Er is opvallend veel aandacht voor preventie van ziekte en voor gezonde leefstijl. Hij verwacht dat het onderwerp prominent terugkeert in de plannen van een komend kabinet. Verkoulen dacht bij zijn partij D66 mee over het verkiezingsprogramma’s. Er broeit van alles, bij meerdere partijen, al vóór corona, bevestigt hij.

“Er is genoeg zorg in Nederland, maar te weinig gezondheid. Dat is de kwestie, die door de corona-epidemie nog duidelijker zichtbaar is geworden. De gezondheidsverschillen tussen de verschillende groepen Nederlanders zijn echt te groot. Hogeropgeleiden leven 14 jaar langer in goede gezondheid dan lageropgeleiden. Daarom moet je veel breder kijken. Gezondheid is van veel meer zaken afhankelijk dan de vraag of we in Nederland goede ziekenhuizen hebben of de vraag hoe we de jeugdzorg beter gaan organiseren. Al is dat laatste ook heel belangrijk. Maar we moeten het ook hebben over schone lucht. Over kunnen sporten. Over beter onderwijs en gezonde voeding die voor iedereen bereikbaar is.”

D66 zette daarom meteen de suikertaks in het verkiezingsprogramma, op zoek naar een ‘scherp verhaal’ over vernieuwing van de zorg. “Een gezonde lunch voor ieder schoolkind is ook een wens, net als strengere regels voor luchtverontreiniging in woongebieden, en meer geld voor de GGD’en. Meer aandacht voor publieke gezondheidszorg stond al op papier voordat de coronacrisis uitbrak. Dat is nog veel pregnanter geworden.

“Het geld voor de zorg gaat nu nog vooral naar hoogdrempelige complexe zorg, naar medische hightech. De ziekenhuizen zijn mooier en groter geworden. We moeten die academische blik op de zorg eens loslaten. De aandacht moet de komende tijd gaan naar de laagdrempelige zorg, van de huisartsen en het consultatiebureau.” Een concreet alternatief voor de marktwerking ziet D66 ook, met een idee dat ook bij veel andere partijen leeft. Regionale samenwerking is de oplossing.

De zorg wordt beter als per regio alle zorgaanbieders samen optrekken, zegt Verkoulen. “Ook dat is een vorm van anders kijken: meer van onderop. Zet iedereen aan tafel. De wethouders, zorgverzekeraars, het regionale ziekenhuis, de verpleeghuizen, de huisartsen. En ga dan samen kijken wat er nodig is. Misschien blijkt dan dat de huisartsen er geld bij moeten hebben. Dan kan iedereen aan tafel elkaar aankijken: hoe gaan we dat samen regelen?” Het bewijs is al geleverd. “Zoals dat in de coronacrisis ook gebeurde.”

Lees ook:

We zijn bijna allemaal links (als het om de zorg gaat, tenminste)

Kiezers zijn in de coronacrisis nog steeds zeer tevreden over de zorg. Maar ze willen definitief af van de marktwerking, van links tot rechts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden