Column Hans Goslinga

De VVD lijkt meer toe aan nieuw denken dan aan zelfvoldaanheid

Wat mooi voor de bijna 72-jarige VVD: het gave land dat premier Rutte vanuit het Torentje waarneemt, is ook nog eens een liberaal land, zoals VVD-fractieleider Dijkhoff vorig jaar vaststelde. Is er voor de VVD zoveel reden voor tevredenheid in deze weken van uitbarstend onbehagen?

Een week is lang in de politiek, zei begin jaren zestig de Britse premier Harold Wilson, die dankzij de tv-serie ‘The Crown’ weer even uit de schaduw is gekomen. Het was een variant op het antwoord van zijn voorganger MacMillan op de vraag van een partijgenoot waarvoor hij het meest beducht was: ‘Events, dear boy. Events!’ In de politiek regeert de waan van de dag, in het digitale tijdperk misschien wel de ‘tirannie van het moment’, en kan het beeld razendsnel wisselen. Daarom is het zaak in navolging van Hamlet naar de ‘method in the madness’ te zoeken.

In dat perspectief is er voor de liberalen misschien niet zoveel reden tevreden te zijn, laat staan zo zelfgenoegzaam als Dijkhoff. De fractieleider zei anderhalf jaar terug op het congres van zijn partij: “Mijn dochter is in een liberaal land geboren. We hebben strijd gevoerd. Nu zijn we de dominante stroming. We hebben gewonnen.” Hij bedoelde daarmee dat de liberalen in hun historische strijd hebben afgerekend met ‘de socialisten en de bedilzucht van de kerk’. In eerdere columns heb ik deze waarneming in meer dan één opzicht gerelativeerd, nu is de vraag wat de liberale dominantie in de afgelopen dertig jaar heeft opgeleverd.

Niet het vertrouwen, maar het wantrouwen

Voor zover het omgeploegde Malieveld daarover iets zegt, is het dat de individuele en economische vrijheid is doorgeschoten ten koste van het gemeenschappelijke belang. In vrijwel alle publieke sectoren (onderwijs, gezondheidszorg, leefomgeving, veiligheid) doen zich tekorten voor en dreigt de boel vast te lopen. Het onderliggende patroon laat nog iets zien. De individuele vrijheid, volgens de liberaal Frits Bolkestein de liberale kernwaarde bij uitstek, lijkt verkeerd in een plicht tot zelfredzaamheid, die mensen in kwetsbare omstandigheden aan hun lot overlaat en een controlezucht heeft opgeroepen met een kleingeestige cultuur van toezicht en verantwoording.

In de liberale samenleving regeert niet het vertrouwen, maar het wantrouwen. Dat draagt niet bij aan de persoonlijke waardigheid en de arbeidsvreugde van mensen op de vloer. “Alleen als we de individuele burger de kans geven verantwoordelijkheid te dragen, zal hij niet revolteren”, schreef de sociaal-democraat Joop den Uyl al in 1957, een periode die, naar hij zelf ervoer, de behoefte losmaakte aan ‘nieuw denken’. Het kan voor de VVD verhelderend zijn dat Den Uyl als vertegenwoordiger van een stroming die in haar ideologie het accent op de gemeenschap legde, sterk nadacht over de ontplooiing van het individu. Het kwam hem op het verwijt te staan dat hij van de PvdA ‘een VVD voor armelui’ wilde maken. Voor Den Uyl stond echter buiten kijf dat het streven naar gelijkwaardigheid niet ten koste mocht gaan van de ‘oneindige waarde’ van de enkele mens. Geen dwang dus. “Dan blijft de gelijkheid, doch de waardigheid is verloren.”

Geconfronteerd met de grenzen en de averechtse effecten van haar ideologie lijkt de VVD meer toe aan nieuw denken dan aan zelfvoldaanheid. Dijkhoff had in zijn triomfrede in zoverre gelijk dat het de sociaal-democraten en christen-democraten sinds de val van de Muur aan stevige antwoorden op de tijdgeest heeft ontbroken. Mede daardoor baarden de jaren van liberale dominantie een voor Nederland betrekkelijk nieuw fenomeen: het populisme.

Populisme kan gedijen in liberale Indian summer

Deze beweging had een zeker antwoord op het verbroken evenwicht tussen burger en gemeenschap: absolute individuele vrijheid voor het individu (“ik zeg wat ik denk”) binnen een homogene nationale cultuur, van vreemde, in elk geval islamitische, smetten vrij. Populisten zijn lichte reizigers in de democratie, inconsistent, wendbaar en daardoor in staat op elk teken van onvrede in te spelen. Verleidelijk zonder twijfel, maar hun streven naar culturele gelijkheid brengt de door Den Uyl zo gevreesde dwang mee en zou, ook door de autoritaire tendenzen in hun wezen, een eind maken aan de democratie zoals wij die kennen. Het gaat ver om te zeggen dat de liberalen het populisme hebben gebaard, maar onmiskenbaar is dat deze beweging kan gedijen in wat een ‘liberale Indian summer’ lijkt.

De historicus Jan Romein verbond dit beeld aan de periode 1891-1901, toen de liberalen na een jarenlange dominantie hun laatste triomfen vierden. Het lijkt zeer van toepassing op deze tijd waarin, net als toen, de individuele en economische vrijheid in haar tegendeel verkeert en ten koste gaat van de gemeenschap en, niet te vergeten, de oneindige waarde van de enkele mens.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden