De hoofdrolspelers in de soap rond het Binnenhof

Verbouwing Binnenhof

De verbouwing van het Binnenhof is net een reality-soap

De hoofdrolspelers in de soap rond het Binnenhof Beeld Brechtje Rood

Het Binnenhof is hard toe aan renovatie. Daar is iedereen het wel over eens. Maar hoe, door wie, wanneer? Verbouwen is emotie. Die is er volop in het Haagse. En dan te bedenken dat de verbouwing zelf nog niet eens is begonnen.

‘Help, de Tweede Kamer is een klusser!’ Het zou zomaar de titel kunnen zijn van een nieuwe realityserie rond het Binnenhof. Met het recente optreden van oud-D66-leider Alexander Pechtold als de zoveelste cliffhanger: lukt het hem als bemiddelaar de vastgelopen verbouwing vlot te trekken? De plannen voor deze verbouwing dan, niet eens de verbouwing zelf. Die staat pas voor volgende zomer op de agenda en zal vijf jaar duren. Tenminste, als alles vanaf nu soepel verloopt. En daar is geen garantie voor, gezien alle gedoe tot nu toe.

De brief die staatssecretaris Raymond Knops onlangs aan de Tweede Kamer schreef, laat zien waar de schoen wringt. Je moet er wel even wat ambtelijk jargon voor doorploegen, maar dan doemen een aantal klassieke elementen op uit het soapgenre.

Hoogoplopende emoties en verstoorde relaties

In een goede soap zijn de onderlinge verhoudingen ingewikkeld en is er altijd wel ergens ruzie. De emoties van de hoofdrolspelers lopen iedere aflevering hoog op. Het Binnenhof vormt daarop geen uitzondering. De meeste spelers draaien ook al even mee: de Tweede en Eerste Kamer, de Raad van State, het ministerie van de premier, Algemene Zaken en de mensen die zich in de loop der jaren namens deze instituties op verbouwplannen stortten. Plus de verantwoordelijk minister of staatssecretaris. Nu is dat Raymond Knops.

Deze verbouwplannen zijn zeker niet de eerste waarover ellende ontstaat, daarover later meer. Verbouwen is emotie, wist oud-minister Liesbeth Spies al, de voorzitter van de stuurgroep Renovatie Binnenhof die rond 2015 het eerste advies uitbracht en adviseerde om de renovatie in één klap te doen. “Voor het parlement is deze verhuizing een gruwel. Stel je voor dat een hele generatie politici de sfeer van het Binnenhof niet mee zal krijgen”, aldus Spies toen.

Dat zou net zoiets zijn als de GTST-cast uit Meerdijk halen, of ‘House of Cards’ verhuizen naar Detroit.

Geheimverklaring

Waar ging het mis? De geheimverklaring van de bouwplannen door het kabinet – twee jaar geleden – was de broei in de hooiberg. Ook de keuze voor architecten van twee prestigieuze bureaus viel bij de Tweede Kamer verkeerd. Zij kregen het verwijt van ‘megalomane plannen’, terwijl diezelfde plannen, juist ja, geheim waren. De Kamer eist een ‘sobere en doelmatige’ verbouwing. Maar wat bedoelen de Kamerleden daar precies mee? En wat is eigenlijk hun rol, als gebruiker van het historische complex waarvan sommige delen al uit de dertiende eeuw stammen?

Pechtolds grootste klus was daarom de partijen weer aan het praten te krijgen. Zoals het in de brief van Knops van 1 juli staat: het opstarten van gesprekken met vertegenwoordigers van de Bouwbegeleidingscommissie (waar Kamerleden en overige medewerkers van de Tweede Kamer in vertegenwoordigd zijn), het Presidium (de ‘leiding’ van de Tweede Kamer) en het Rijksvastgoedbedrijf (de eigenaar van het complex).

De rol van slechterik

De slechte relatie tussen het Rijksvastgoedbedrijf (RVB, voorheen de Rijksgebouwendienst, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken) en de Tweede Kamer heeft een geschiedenis. Het RVB drong al jaren geleden aan op grondige renovatie, maar kreeg de Tweede Kamer pas zover nadat gedreigd was met sluiting op last van de brandweer. De historische gebouwen rond het Binnenhof zijn onderling allemaal met elkaar verbonden, zonder brandwerende zones, met lekkende daken, schimmelende muren en een wirwar aan slechte bedrading en leidingen.

De rijksbouwmeester, die het RVB gevraagd en ongevraagd adviseert, verraste de Kamer in 2017 met de keus voor de architecten Liesbeth van der Pol (Dok) en Ellen van Loon (OMA). Beiden staan bekend om hun baanbrekende, internationaal hoog aangeschreven ontwerpen. Dat is vragen om moeilijkheden voor een ‘gewone’ renovatie, moet de Kamer gedacht hebben, en die kwamen er dus ook. Vraagtekens waren er ook omdat de rijksbouwmeester zelf eerder bij OMA, het bureau van Rem Koolhaas, had gewerkt.

Het mag niet hardop worden gezegd, maar bij het ministerie en het RVB vinden ze dat de Tweede Kamer een te grote broek aantrekt. Tenslotte zijn zij ook maar ‘huurder’ – zij het een bijzondere – van het historische complex.

Architecten vs. de Tweede Kamer

Pechtold kreeg de partijen – die elkaar als de slechterik zien – weer om tafel. “Daarbij is intensief gesproken over de beter te verankeren rol van de Tweede Kamer als gebruiker in relatie tot die van de opdrachtgever”, schrijft Knops. “Goed organiseren van rolvastheid is essentieel.” Betere communicatie en aansluiting tussen de ‘techneuten’ van het Rijksvastgoedbedrijf en de Kamerbewoners moet ervoor zorgen dat ze samen het Voorlopig Ontwerp afmaken. 

Misschien ligt daar ook een tweede klus voor Pechtold als bemiddelaar, valt uit de brief op te maken. Bij de parlementaire familie aan de overkant van het Binnenhof, de Eerste Kamer, waren de emoties al eerder gezakt. Die heeft het voorlopig ontwerp goedgekeurd, net als de Raad van State.

Wat ons brengt op de grote overgebleven vete: die tussen de architecten en de Tweede Kamer. Van der Pol vertrok in maart, onder meer omdat het idee voor een nieuw trappenhuis op de plek van de foyer van de Eerste Kamer slecht was gevallen. Van Loon is er nog, maar Knops lijkt als een ware scriptschrijver in zijn brief te hinten op vertrek. Hij concludeert dat “het de voorkeur geniet om bij een eventuele aanpassing van de overeenkomst met OMA tot een minnelijke oplossing te komen”. Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. Hoeveel? Dat weten we niet. Dat is nog geheim.

Familiegeheimen en roddels

Wat zijn nu die ‘megolomane plannen’ waarvan de architecten worden beticht? Hier doet het onvermijdelijke geroddel zijn entree, de brandstof van elke soap. Want alle plannen en documenten rond de verbouwing zijn in november 2016 geheim verklaard door toenmalig minister van wonen, Stef Blok. Uit veiligheidsoverwegingen, naar het scheen, al werd de noodzaak daarvan betwist. De geheimhouding liet ruimte voor het lekken en spinnen van oncontroleerbare ‘details’ van de hele operatie naar de media, waar de Kamerleden vervolgens zelf gretig op doken. De architecten zouden een tropische kantoortuin willen maken bij de huidige passage, ze zouden laminaat willen leggen in de oude Tweede Kamer, die nu dient als receptie- en conferentieruimte. Ze zouden rare kleuren willen gebruiken die niet passen bij de omgeving.

In ieder geval had Knops dit voorjaar genoeg van het geroddel. Hij overlegde met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid over wat er openbaar kan worden en zegde in mei toe dat het ‘openbaar, tenzij’ wordt. De Kamer kan zich daarin vinden. Knops deelt in zijn brief nog wel even een subtiel standje uit aan de roddelaars: “In de fase van het voorontwerp zijn interieurvoorstellen – zoals bekend – niet aan de orde. (...) Voor zover in het voorontwerp al interieurvoorstellen zijn af te leiden, worden deze terzijde geschoven.”

De nieuwe liefde (of was het een oude?)

Dit voorjaar verscheen ook een nieuwe liefde van de Tweede Kamer op het toneel, architect Pi de Bruijn. Of liever gezegd een oude, want de inmiddels 76-jarige De Bruijn was verantwoordelijk voor het ontwerp van de huidige grote vergaderzaal en grote verbouwing in de jaren tachtig, die in 1992 feestelijk werd geopend. De Kamer ziet het liefst dat De Bruijn de renovatie van het complex met de grote zaal, de Statenpassage en de commissiezalen op zich neemt. 

Hoe dat precies valt in te passen met de plannen van de (bijna) aan de dijk gezette andere architecten, is nog niet helder. Naar verluidt staat De Bruijn te trappelen.

Wie oude afleveringen uit eind jaren zeventig en de jaren tachtig bekijkt, snapt die opgelaaide liefde maar half. De Bruijn was destijds niet de eerste keus. Hij deed in 1977 mee aan de prijsvraag voor de nieuwbouw van het parlement, waarbij volgens de jury geen van de 111 inzendingen door de beugel kon. De Bruijn kreeg de opdracht pas na een tweede ronde, waarin hij opviel door zijn tactische manier van opereren. Dat is een pluspunt voor De Bruijn. Het Nieuwsblad van het Noorden prees de architect in 1992 bij de opening omdat het hele project binnen de afgesproken tijd was afgerond (15 jaar na de prijsvraag!) en binnen de begrote kosten van ongeveer 200 miljoen gulden: “(...) dat is redelijk op tijd en zonder de gebruikelijke ruzies en kostenoverschrijdingen gebeurd. Dat is onder meer de verdienste van architect De Bruijn geweest”.

Kritiek op De Bruijn was er ook, van twee kanten. Om de nieuwbouw te realiseren schrok de architect er niet voor terug een paar oude historische panden te slopen, waarvan het Haagse etablissement House of Lords de bekendste was. De toen nog jonge architect had ervaring opgedaan bij het mede-ontwerpen van de Bijlmer. Zijn ontwerp voor de glazen vleugel aan het Amsterdamse Concertgebouw veroorzaakte in diezelfde jaren tachtig enorme ophef in de hoofdstad.

Tegelijk vond de communistische krant De Waarheid in 1984 juist dat De Bruijn te voorzichtig omsprong met oude architectuur. “De waarde van oude architectuur wordt vaak overschat. Eigenlijk heeft hij niet meer ontworpen dan een kantoorgebouw. Een gebouw met een bijzondere functie, dat wel.” Vlak voor de verhuizing in 1992 veroorzaakten De Bruijns plannen om de oude Tweede Kamer om te toveren tot een kopie van de balzaal van stadhouder Willem V nog grote onrust onder tientallen Kamerleden. PvdA-Kamerlid Stemerdink voerde het verzet aan, hij wilde uit respect voor het verleden de oude Kamerbankjes en inrichting intact laten. De Bruijn kreeg toch zijn zin.

Hetzelfde decor, en altijd weer een volgende aflevering

Zuinig is De Bruijn in ieder geval wel, en dat is precies wat de Tweede Kamer wil. Knops hamert er in zijn brief nog maar eens op, het moet ‘sober en doelmatig’ zijn en met ‘volledig respect voor de huidige huisvesting en werkwijze van de Tweede Kamer’. Het liefst houdt de Kamer dus alles bij het oude. Er zijn Kamerleden die zelfs hopen dat de hele verhuizing naar het oude ministerie van buitenlandse zaken voor vijf lange jaren toch niet doorgaat. 

Niet verwonderlijk, gezien de historie. Aan het begin van de negentiende eeuw waren er sloopplannen, de stenen zouden per opbod worden verkocht. In de tweede helft van de negentiende eeuw overleefde het Binnenhof de wens van staatsman Thorbecke voor een heus parlementspaleis, waarvoor alle oude gebouwen moesten wijken.

Het Binnenhof heeft zich – met hulp van de nieuwbouw van Pi de Bruijn – uitgebreid over meerdere historische gebouwen en is tegelijkertijd hetzelfde gebleven. Bij de opening van de nieuwbouw die nu weer wordt gerenoveerd, omschreef het Nieuwsblad van het Noorden het zo: “Een typisch staaltje Nederlandse architectuur: een gebouw dat per kilo goedkoper is dan een pak suiker, zo open als een winkelpassage en met een aankleding die elke luxe ontbeert”.

Alleen de duurzaamheidseisen die de Kamer heeft gesteld zijn misschien nieuw. Alhoewel? In een echte soap keert ieder probleem steeds in nieuwe vormen terug. In de jaren tachtig mocht de groene professor Lucas Reijnders een milieuplan maken voor de verbouwing van de Tweede Kamer. Het parlement pionierde tot die tijd maar wat met discussies over al dan niet in plastic verpakt broodbeleg. Dat plastic zit er nog steeds om, in het Kamerrestaurant.

De volgende aflevering is na het zomerreces. Blijft architect Van Loon betrokken? Welke plannen worden openbaar? Hoe ziet het ontwerp er echt uit? Blijf kijken.

De komende weken in Trouw: een serie over verborgen plekjes van het Binnenhof.

Lees ook: 

Terugkeer ‘oude’ architect moet onvrede over renovatie Binnenhof sussen

Architect Pi de Bruijn, die al in de jaren tachtig de parlementaire nieuwbouw ontwierp, krijgt een belangrijke rol in de renovatie van het Binnenhof. 

Langzaam ontspoort de Grote Verbouwing (van het Binnenhof)

Er zijn teksten die alleen aan het bureau op een van de ministeries in Den Haag bedacht kunnen worden, een plek met weinig zonlicht en slappe automatenkoffie. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden