Beeld Trouw

Column Lex Oomkes

De Tweede Kamer zal nog verder marginaliseren

Voormalig Tweede Kamerlid Ton Elias kwam onlangs met de suggestie om de voorzitter van de Tweede Kamer een extra bevoegdheid te geven. De voorzitter, aldus  VVD’er Elias, moet kunnen bepalen  wanneer een motie in stemming moet komen.

Het idee is sympathiek als je bedenkt hoeveel zinloze moties de Kamer elke week weer passeren. Elias had het met name gemunt op oppositiepartijen die de motie van wantrouwen als publicitair wapen gebruiken. Als je als minister of staatssecretaris na twee jaar nog geen motie van wantrouwen op je curriculum kunt bijschrijven, dien je je, bij wijze van spreken, af te vragen of je eigenlijk wel iets goed doet.

Elias heeft uiteraard gelijk. De moties zijn af en toe te belachelijk voor woorden. Moties van wantrouwen zijn niet langer bedoeld als een ernstig lot dat elke minister zou kunnen treffen, maar als schreeuw om aandacht van de indienende partij. Dit instrument heeft inmiddels niet of nauwelijks nog waarde in het verkeer tussen parlement en kabinet.

Toch zal het idee van Elias morgen niet terug te vinden zijn in het rapport van een commissie van Kamerleden die de huisregels van het parlement doorlichtte. De bevindingen van de commissie onder leiding van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij worden vandaag aan Kamervoorzitter Khadija Arib aangeboden.

Het idee van Elias is uiteindelijk ook bizar. Alsof het een goed idee is één parlementariër een oordeel te laten geven over het werk van andere Kamerleden, ook al is het ‘slechts’wanneer de motie in stemming komen mag. Alsof we daarmee niet van de regen in de drup terecht komen. Elias weet dat uiteraard zelf ook wel. Zijn ‘suggestie’ was wellicht niet meer dan een uiting van frustratie en woede over zoveel gemakzucht van het parlement.

Van de commissie-Van der Staaij – en dat is in dit verband belangrijker – vallen helemaal geen voorstellen te verwachten die de positie van de Kamer ten opzichte van de uitvoerende macht verbeteren. Het kritisch beschouwen van het functioneren van de Kamer en het aanpassen van procedures in de Kamer is een klassiek prisoner’s dilemma, dat uiteindelijk de huidige status quo en de marginalisering van de Kamer alleen maar bestendigt.

De fracties in de Kamer zouden door samenwerking het optimale resultaat kunnen bereiken voor iedereen, maar door niet samen te werken is de kans groter dat het eigen voordeel het grootst is. In een dergelijke situatie is geen vooruitgang te verwachten.

Het is de vraag of dat uitsluitend verweten moet worden aan de partijen die Elias verwijt te veel voor de bühne te willen spelen. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is het laatste restje dualisme uit het parlement verdwenen. Regeerakkoorden en coalitiedwang verstikken elke poging vanuit het parlement tot nieuwe initiatieven en een echt inhoudelijk debat te komen.

Sinds coalities niet automatisch meerderheden in beide Kamers hebben is er meer ruimte voor oppositiepartijen. Maar dan wel voor oppositiepartijen die door de partijen op de flanken worden beschouwd als onderdeel van het kartel. Als flankpartijen zich daarbij zouden aansluiten betekent dit dat zij de kern van hun bestaansreden moeten opgeven.

Veranderingen in het Reglement van Orde van de Kamer betekenen voor die partijen evenzovele bestaansbedreigende veranderingen. Elke verandering zou een poging tot inkapseling betekenen. En dus duurt de marginalisering van het parlement helaas voort. Ook na het rapport van Van der Staaij.

Lex Oomkes is politiek commentator van Trouw en schrijft wekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden