null Beeld

ColumnHans Goslinga

De Tweede Kamer maakt zich letterlijk en figuurlijk te klein

In oktober 1943 voerde premier Winston Churchill een hartstochtelijk pleidooi om het Lagerhuis in Westminster, twee jaar eerder verwoest door Duitse bommen, weer steen voor steen op te bouwen. Hij sprak bij die gelegenheid de gevleugeld geworden woorden: ‘Wij vormen onze gebouwen, daarna vormen de gebouwen ons’. Waren de Britten wel goed snik dat ze midden in de oorlog daarover een debat voerden?

Absoluut, maakte Churchill duidelijk, het overleven van de parlementaire democratie is een van onze oorlogsdoelen. Bij die democratie hoort een krachtig parlement waar het vrije debat kan worden gevoerd. De vermetele klap op zijn argumenten: ‘Het Lagerhuis is minstens zo belangrijk als een fort of een slagschip, zelfs in oorlogstijd’. Is er ooit zo gloedvol gesproken over onze Tweede Kamer?

De leden van het Lagerhuis moesten na het bombardement in mei 1941 noodgedwongen elders onderdak zoeken, onze Tweede Kamerleden laten zich de komende zomer vrijwillig van het Binnenhof verdrijven vanwege een urgent geachte opknapbeurt. Ze nemen voor vijf of, als het tegenzit, misschien wel tien jaar hun intrek in een spelonk onder het voormalige ministerie van buitenlandse zaken. De senatoren verkassen naar een pand in de smalle Kazernestraat, waar de Hoge Raad een kwarteeuw in verbanning heeft doorgebracht – ik parkeerde er eens mijn fiets tegen het hoofd van Hugo de Groot, dat als een Amsterdammertje buiten het gebouw stond tussen andere eminente rechtsgeleerden uit onze historie.

De jammerlijke aftocht van de Kamerleden uit ‘het hart van onze parlementaire democratie’ past in een traditie. De Tweede Kamer heeft zich altijd klein gemaakt, eerst tegenover de koning, later tegenover het volk. De liberaal Thorbecke stelde in 1863 voor aan de Hofvijver een ‘paleis voor beide Kamers’ neer te zetten. Maar verder dan de tekentafel is dat nooit gekomen. De conservatieven, aangevoerd door de anti-revolutionair Groen van Prinsterer, zagen in het voorstel ‘een zijdelingse huldiging van de volkssoevereiniteit’. Hadden we met de ideeën van de Franse revolutie niet in 1813 afgerekend? Het neoclassicistische paleis dat Thorbecke beoogde, zou het Oranjehuis in de schaduw stellen en dat kon echt niet.

Over het parlement moet je niet schamper doen

In de loop van de 20ste eeuw maakte het parlement zich klein tegenover het volk, om het even of het ging om het salaris (omzwachteld aangeduid als ‘schadeloosstelling’) of om de behuizing. Tot 1992 was het onderkomen van de Tweede Kamer een van de best verborgen geheimen van Den Haag. Pas met de nieuwbouw, die het in dat jaar betrok, is het parlement een beetje uit zijn schulp gekropen. Als voornaamste eis stelde de Kamer wel steeds weer dat het onderkomen functioneel moest zijn en niet te veel mocht kosten. Het hoefde niet mooi te zijn.

Dan Churchill, die het Lagerhuis omschreef als ‘de citadel van de Britse vrijheid’ en daarom vaart wilde zetten achter de herbouw. Hij gaf daarmee uiting aan een diep beleefd institutioneel bewustzijn en maakte voor iedereen scherp duidelijk wat de inzet was van de oorlog tegen het nazituig van Hitler. Hij deed dat in beeldende taal, maar van holle retoriek was geen sprake. De Amerikaanse journalist Edward Murrow, correspondent in Londen tijdens de oorlog, schreef naderhand over Churchills retoriek: ‘He mobilized the English language and sent it into battle’.

Moraal: over het parlement moet je in een vrij en democratisch land niet schamper doen, ook niet in ons land, dat met zijn typische coalitiebestel meer drijft op overleg dan op debat. Te veel, zoals de afgelopen jaren pijnlijk is gebleken. De Tweede Kamer maakt zich niet alleen letterlijk te klein, maar ook figuurlijk, zodat de tegenstellingen te veel verdoezeld raken en de politiek als brandpunt van botsende meningen wezenloos wordt.

Churchill zwoer om die reden bij de kleine, langwerpige vergaderzaal van het Lagerhuis. Hij voerde aan dat het debat in zo’n zaal het beste tot zijn recht komt. Niet voor niets was hij bij zijn bezoek aan Den Haag in 1948 ontroerd bij de aanblik van de arena in onze Tweede Kamer, door zijn intimiteit zo perfect op maat voor het politieke debat. Je kon er ruiken wat je tegenstander de vorige avond had gegeten, het beslissende criterium.

Van de halfronde vorm, die in de nieuwbouw is toegepast, gruwelde hij. Fataal voor het debat en het doodvonnis voor een vitale parlementaire democratie. Een tikje overdreven, maar toch. Churchills argument was dat je in een halfronde zaal bijna ongemerkt van kleur kunt verschieten. In het Lagerhuis moet je ‘de vloer’ oversteken en dat vraagt nogal wat, zoals hij, met zijn overstap van conservatief naar liberaal en weer terug, uit eigen ervaring wist. Hij heeft wel iets nagelaten om te overdenken, nu het hart van onze parlementaire democratie in meer dan één betekenis leeg raakt.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden