ColumnLex Oomkes

De overheid is de nieuwe vriend

Het tij kan snel keren. Nog geen tien dagen geleden wenste Nederland massaal van de beginnende lente te genieten en leken stranden en bossen soms op de Kalverstraat tijdens de mega-uitverkoop. Anderhalve week later kun je een kanon afschieten bij Noordwijk aan Zee. Aanvankelijk zou het allemaal niet zo’n vaart lopen en waren de waarschuwingen en aanwijzingen van de overheid zo niet overdreven dan toch in ieder geval een voorbeeld van overbezorgdheid.

Nu is het verwijt hooguit dat de communicatie van overheidswege verwarrend en zeker niet eenduidig is. Het denken over de verantwoordelijkheid van de overheid is in tien dagen radicaal gewijzigd en het te ver doorgevoerde individualisme heeft plaatsgemaakt voor collectieve angst.

Wat de overheid ook doet, momenteel is het in de ogen van de publieke opinie vrijwel altijd te laat en meestal te weinig. Niet alleen rond intensive-carebedden, mondkapjes, beademingsapparatuur of andere maatregelen in de gezondheidszorg, maar ook in de economie.

Van de overheid worden dingen gevraagd die in ieder geval de laatste decennia per definitie niet aan de overheid werden gevraagd. De overheid was in het beste geval een hindermacht, een noodzakelijk kwaad dat zo ver mogelijk op afstand moest worden gehouden en liefst ook zo klein mogelijk.

De notie van eigen verantwoordelijkheid wordt dezer dagen onder invloed van het onbekende opnieuw gedefinieerd. Na de aanvankelijke ontkenning en de strandwandeling wordt verwacht dat de overheid voorschrijft hoe te leven en wordt de overheid gezien als de enige engel die de economie nog zou kunnen redden.

De overheid werd tot voor kort gezien als verstoorder

De kredietcrisis van 2008 was een kleine jongen vergeleken bij wat ons mondiaal nu boven het hoofd hangt. De scenario’s van het Centraal Planbureau, of er nu een w-, een l- of een u-curve in de economische groei zal zitten, ze kunnen allemaal naarmate de huidige crisis voortduurt veel te optimistisch blijken te zijn. Alles zal afhangen van de vraag of onderdelen van de economie uiteindelijk niet te veel blijvende schade hebben opgelopen. Een simpel voorbeeldje: een horecaondernemer is voor langere tijd geholpen met de steun die hij van de overheid krijgt om de salarissen van zijn personeel te betalen. Maar hoe je het ook wendt of keert, hij betaalt uiteindelijk ook zelf een deel. Of hij dat kan volhouden zonder dat daar omzet tegenover staat, is afhankelijk van de vraag hoe lang zijn zaak op slot blijft.

De zakken van de overheid zijn diep, stelde Wopke Hoekstra. Wellicht zelfs, mocht de nood echt aan de man komen, dieper dan ook de minister van financiën zelf op dit moment denkt. Ook hier wordt uitsluitend en alleen nog naar de overheid gekeken. De overheid die tot nog slechts kort geleden vooral gezien werd als verstoorder van de markt en daarmee als een welvaartsvernietiger.

Na de bankencrisis in 2008 moest, ook in liberale kring, worden erkend dat de markt mooi was, maar niet zonder marktmeester kon. Het denken over het economisch handelen, in dit geval in de financiële sector, van de overheid veranderde. Deze crisis zou, zeker als de economische gevolgen als gevolg van de duur van de pandemie ingrijpender zijn, een soortgelijk effect kunnen hebben.

Dat geldt ook en misschien wel met name voor de Europese economische samenwerking. De vrij automatische reactie van het Nederlandse kabinet op de Zuid-Europese roep om geld heeft veel weg van een pavlov­reactie zonder dat de bijzondere omstandigheden in ogenschouw genomen worden. Een beetje zoals de strandwandelaars van tien dagen geleden.

Lex Oomkes is politiek commentator van Trouw en schrijft wekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden