De tijdelijke vergaderzaal van de Eerste Kamer. Beeld Werry Crone
De tijdelijke vergaderzaal van de Eerste Kamer.Beeld Werry Crone

De macht van de senaat

De oppositie weet: in de Eerste Kamer, dáár gebeurt het

Wilma Kieskamp

De Eerste Kamer roert zich vaker en opvallender, sinds het aantreden van het kabinet-Rutte IV. Er is daar meer te halen voor de oppositie dan in de Tweede Kamer.

Het mausoleum. Het crematorium. De koelkast. De nieuwe – tijdelijke – vergaderzaal van de Eerste Kamer heeft in de paar maanden dat de 75 senatoren er gebruik van maken al een hele reeks spottende bijnamen verzameld. De inrichting kan nog maar weinig senatoren bekoren door de strakke belijning, koele kleuren en het ontbreken van daglicht.

Gemopperd wordt er ook over de bankjes, die in formaat gekrompen zijn. Qua indeling is de nieuwe vergaderzaal ogenschijnlijk een kopie van de ‘oude’ Eerste Kamer, maar dan moderner en op een kleiner vloeroppervlak. De architect moest een kunstgreep uithalen.

De oplossing: alles een maatje kleiner maken inclusief de beroemde groene bankjes. Die waren in de oude zaal op het Binnenhof al krap maar zijn in de tijdelijke behuizing nog krapper geworden. Zolang de verbouwing van het Binnenhof duurt zitten de senatoren bij een volle zaal bijna intiem tegen elkaar aan geschurkt in kleine, hippe fauteuiltjes.

Toch past de moderne inrichting eigenlijk heel goed bij de verandering die de Eerste Kamer doormaakt. Het is allang niet meer het bedaarde instituut van vroeger. De senaat roert zich politiek steeds vaker en opvallender, zeker de afgelopen maanden.

Voor de oppositie is er bijvoorbeeld tot nu toe méér resultaat te boeken via de Eerste Kamer dan in de Tweede Kamer, in de eerste maanden van het kabinet-Rutte IV. Het heeft te maken met de bijzondere dynamiek: in de Eerste Kamer is de oppositie stevig in de meerderheid.

Van de 75 zetels zijn er maar 32 voor de coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie, veel minder dan de 38 zetels die nodig zijn om een wet aangenomen te krijgen. Het kabinet moet telkens op zoek naar minimaal zes stemmen van de oppositie. Partijen als GroenLinks, PvdA maar ook de fractie-Nanninga (verbonden aan de partij Ja21) weten daar gebruik van te maken.

Annabel Nanninga,van de fractie-Nanninga, in gesprek met Eerste Kamerstaflid Peter Kranendonk. Beeld Werry Crone
Annabel Nanninga,van de fractie-Nanninga, in gesprek met Eerste Kamerstaflid Peter Kranendonk.Beeld Werry Crone

Spannender

“Ja, er is hier meer te halen”, zegt Paul Rosenmöller, fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer. Hij vindt het werk van de senatoren veranderd, spannender geworden. “Het wordt hier politieker, doordat de coalitie geen meerderheid heeft. Er valt veel te bereiken, niet alleen voor de oppositie op links, en soms samen met rechts. Al moet je daarvoor soms slim opereren.”

Met dat laatste doelt hij op acties die oppositiepartijen recentelijk gezamenlijk ondernamen vanuit de Eerste Kamer. Maar het ‘slim opereren’ zou net zo makkelijk ook kunnen slaan op het historische besluit van GroenLinks en PvdA om vanaf 2023 in de Eerste Kamer één fractie te vormen. Om een ‘linkse vuist naar rechts’ te maken, zoals ze zelf zeggen.

Het is geen toeval dat die linkse ‘verloving’ juist plaats gaat vinden in de Eerste Kamer. Het bevestigt dat de senaat een steeds belangrijker politieke arena is, zeker voor partijen die nu nog in de oppositie zitten.

Zie alleen al de getalsverhoudingen: GroenLinks en de PvdA zouden in de huidige zetelverhoudingen in één klap de grootste fractie zijn als ze nu al samen waren gesmolten. Ze zijn samen goed voor veertien zetels in de Eerste Kamer, meer dan de VVD die nu met twaalf zetels de koppositie heeft.

Via de Eerste Kamer kreeg de ‘linkse vuist’ de afgelopen tijd iets voor elkaar wat in de Tweede Kamer tot nu toe maar mondjesmaat lukt: de begroting van het kabinet bij te buigen.

De oppositie haalde binnen dat de AOW alsnog blijft meestijgen met het minimumloon, anders dan het kabinet eerst zelf van plan was. Ook hoeven gemeenten niet langer op te draaien voor tekorten in de jeugdzorg, een andere eis van de oppositie die is ingewilligd, al blijft een financiële bezuiniging op de jeugdzorg nog steeds met potlood in de boeken geschreven.

Gierende inflatie

Daar waar elders in politiek Den Haag de linkse fractievoorzitters Attje Kuiken (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) nog weinig harde resultaten boekten om bij het kabinet iets los te wrikken in de begroting, lukte het dus in de Eerste Kamer wel. Kuiken en Klaver eisen meer compensatie voor de laagste inkomensgroepen die in de problemen komen door de gierende inflatie. Misschien valt er later deze zomer te praten, liet het kabinet wel doorschemeren, maar definitief is er nog niets.

De Eerste Kamer dwong ook af dat het kabinet studenten op een andere manier gaat compenseren dan eerder het plan was, als het leenstelsel wordt afgeschaft. De kinderbijslag blijft de komende jaren alsnog meestijgen met de inflatie, in plaats van bevroren te worden – het is een ander politiek succes dat de senatoren boekten. De wet om de kinderbijslag te bevriezen was al door de Tweede Kamer aangenomen, maar het kabinet heeft hem ingetrokken, na forse druk vanuit de Eerste Kamer.

Zeker de SGP, die de wens over de kinderbijslag neerlegde, is er blij mee. Het kabinet vergat niet om ook van de kleine christelijke partij een wens in te willigen na de vele steun die de SGP het kabinet vaak verleent in de Tweede Kamer.

Dat het kabinet zelfs wetten intrekt die de lat al gepasseerd waren geeft aan dat er wat te onderhandelen valt voor de oppositie, juist in die zaal waar de tv-camera’s niet op gericht staan. Ondertussen worden er in de Eerste Kamer daarbij allianties gesloten die in de Tweede Kamer tot nu toe ondenkbaar zijn, tussen linkse en rechtse oppositiepartijen.

Mei Li Vos, fractievoorzitter van de PvdA  in de Eerste Kamer, en collega-fractievoorzitter van GroenLinks Paul Rosenmöller na de wekelijkse fractievoorzitterslunch. Beeld Werry Crone
Mei Li Vos, fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, en collega-fractievoorzitter van GroenLinks Paul Rosenmöller na de wekelijkse fractievoorzitterslunch.Beeld Werry Crone

Opmerkelijk front

Het succes was namelijk niet een exclusieve actie van alleen de linkse oppositiepartijen, maar van een opmerkelijk front; van GroenLinks, PvdA én de rechtse fractie-Nanninga (Ja21). Fractievoorzitters Paul Rosenmöller, Mei Li Vos en Annabel Nanninga zochten elkaar op alvorens als één blok de eisen op tafel te leggen over de AOW, jeugdzorg en studiefinanciering.

Het kabinet had van tevoren gehoopt dat zakendoen met slechts één van de drie partijen genoeg zou zijn om aan de benodigde meerderheid van stemmen te komen, maar stond in maart tegenover een blok van links en rechts samen.

Fractievoorzitter Nanninga beviel die samenwerking goed. “Je moet uitkijken dat je niet te veel Tweede Kamertje gaat spelen, dat ligt wel op de loer nu de coalitie in de Eerste Kamer zoveel stemmen tekortkomt. Maar het is politiek ook spannender geworden in de Eerste Kamer. We hebben op een heel creatieve manier samengewerkt met GroenLinks en PvdA. Hier in de Eerste Kamer kunnen we een vuist maken.”

Volgens Nanninga zorgde het samen optrekken met links voor opvallende waardering bij haar rechtse achterban, die doorgaans niets moet hebben van alles wat links is. “Met de linkse partijen zullen wij het niet eens worden over immigratie of windmolens, maar dan kun je nog steeds heel goed samenwerken op andere thema’s. Dat is ook een manier om het vertrouwen in de politiek te herstellen. Veel mensen zijn het vijanddenken beu”, aldus de senator, die eerder afsplitste van Forum voor Democratie en met zeven senatoren een fractie vormt.

Dat de oppositie samenwerkte past ook in de trend dat de Eerste Kamer zich sowieso politiek meer laat gelden. De oppositie wil het gapende gat van de ‘ontbrekende’ zes stemmen die het kabinet nodig heeft voor elke wet optimaal benutten. En gaat er daarbij geregeld harder in, met nieuwe politieke strijdmiddelen. Dat is de tweede opvallende ontwikkeling.

Onverbiddelijk

Minister Kuipers moest onlangs al pijnlijk ontdekken dat de Eerste Kamer de corona-noodwet hardhandig van tafel veegde. Het kabinet wilde voor de vijfde en zesde keer de tijdelijke coronawet verlengen, maar de senatoren van de oppositie waren onverbiddelijk: na twee jaar corona moest het kabinet niet meer aankomen met wéér tijdelijke wetgeving, er was genoeg tijd geweest om een echte wet te maken met alle grondwettelijke waarborgen erin.

Pijnlijk voor het kabinet was dat de coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie in de Eerste Kamer alleen stonden, iets wat niet vaak voorkomt.

Grote politieke problemen dreigen voor het kabinet ook bij de belangrijke Omgevingswet, een megaproject om alle wetgeving te moderniseren op gebied van bouw-, natuur- en milieuvergunningen. Bij de oppositie in de Eerste Kamer is weinig animo om nu al akkoord te gaan. Als de senaat voet bij stuk houdt, wordt dat voor het kabinet een pijnlijke kwestie.

Een teken aan de wand dat de Eerste Kamer steeds politieker opereert is ook het aantal moties dat er wordt ingediend. Dat stijgt; net als in de Tweede Kamer willen fracties graag via een motie een dringende opdracht geven aan het kabinet.

Van de Eerste Kamer wordt historisch gezien terughoudendheid verwacht

Maar in dit geval heeft dat wel iets lastigs: kan een meerderheid in de Eerste Kamer wel iets eisen van het kabinet? Of kan een kabinet alleen opdrachten aanvaarden van de Tweede Kamer? Van de Eerste Kamer wordt historisch gezien terughoudendheid verwacht. Het politieke primaat ligt bij de Tweede Kamer, die rechtstreeks gekozen is.

De zelfbewuste Eerste Kamer neemt allang geen genoegen meer met alleen een rol aan het eind van een politiek besluitvormingsproces. Wetten goed- of afkeuren blijft de hoofdtaak. Maar zelf dingen in actie zetten kan ook.

Het was de senaat die in het voorjaar het voortouw nam in de politieke discussie over de bouw van nieuwe datacenters in het land. Een motie van de Partij voor de Dieren in de Eerste Kamer zette een kettingreactie in werking. De hele oppositie deed mee, en ook senatoren van coalitiepartijen D66 en ChristenUnie sloten zich aan. De grondverkoop voor een datacenter in Zeewolde ging niet door en het kabinet veranderde van koers.

Een succes voor de senatoren, maar hoogleraar staatsrecht Wim Voermans tikte de senatoren toch op de vingers. “De Eerste Kamer zou zich niet zo politiek moeten gedragen en weten dat ze een beperkt mandaat hebben (immers – heel – indirect gekozen). Dit hoort bij de Tweede Kamer, niet de Eerste”, bromde hij.

Niet anders gewend

Dat zelfbewustzijn komt ook doordat de senatoren er inmiddels al meer dan tien jaar aan gewend zijn dat zij een kabinet flink kunnen laten zweten. Al sinds 2010 heeft de oppositie de meerderheid in de Eerste Kamer – op een korte onderbreking na tussen 2017 en 2019. Premier Rutte is niet anders gewend meer dan dat hij de ontbrekende stemmen in de Eerste Kamer moet zien te regelen voor belangrijke wetsontwerpen en alle begrotingen.

Volgens PvdA-fractievoorzitter Mei Li Vos zijn het niet zozeer de senatoren die politieker zijn geworden, maar de kiezers die de Eerste Kamer een andere rol hebben gegeven. “Wij zijn indirect gekozen via de Provinciale Statenverkiezingen. Die verkiezingen krijgen steeds meer het karakter van ‘secondary elections’, zoals je dat in de Verenigde Staten ook ziet, met een Senaat waar de regeringspartijen in de minderheid zijn.”

Dat is de nieuwe realiteit, aldus Vos. “Tegelijk gaan debatten hier nog steeds echt de diepte in, waar ik van kan genieten. Het blijft wel echt een ander soort politieke arena dan de Tweede Kamer.”

Links kijkt nu al uit naar het moment dat volgend jaar een nieuwe Eerste Kamer wordt gekozen, indirect, via de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023. De kans is aanzienlijk dat oppositiepartijen opnieuw een flinke meerderheid in de Senaat zullen krijgen.

Die verkiezingen kunnen zomaar een zwaar politiek karakter krijgen, want PvdA en GroenLinks overwegen met een gezamenlijke kandidatenlijst te komen. Ook weer om aan kiezers te laten zien dat er wat te halen valt – juist in de Eerste Kamer.

Correctie: in een eerdere versie stond dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel bevriezen kinderbijslag al had aangenomen. Dat klopt niet. Het kabinet heeft het wetsvoorstel ingetrokken nog voordat de senaat er over kon stemmen. Dit is hierboven gecorrigeerd.

Lees ook:

De VVD-minister op wie de ogen gericht zijn

Uitgebreid profiel van VVD-’stikstofminister Christianne Van der Wal. Vriend en vijand zijn vol lof over haar: ‘Ze is consequent, relativerend, en blijft optimistisch’. Haar standvastigheid wekt bewondering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden