InterviewSigrid Kaag

De nieuwe economie volgens Sigrid Kaag

Sigrid Kaag, namens D66 minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerkingBeeld Reyer Boxem

Als de coronacrisis ons een ding leert, is het dat de economie moderner, eerlijker en schoner moet, zegt Sigrid Kaag. Deze week wordt ze waarschijnlijk partijleider van D66.

Sigrid Kaag geeft een schot voor de boeg. De vrouw die deze week vrijwel zeker  lijsttrekker wordt van D66, de minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking en nog steeds een relatieve nieuwkomer in Den Haag, presenteert haar visie op de economie. Daarbij schuwt ze vérstrekkende voorstellen niet, zoals meer vliegbelastingen, een strenger systeem voor emissiehandel, gratis kinderopvang en meer belasting op vermogen.

Vlak voor het interview heeft ze het academisch jaar van de Rijksuniversiteit Groningen geopend, met een pleidooi om 3 procent van de economie te investeren in onderzoek en innovatie. Dat was een oude afspraak in Europa, maar geen land haalt dit. “Ook wij hebben in dit kabinet te weinig gedaan”, erkent Kaag. “Vanuit economisch opzicht is er geen betere investering te bedenken dan onderwijs.”

Nederland staan zware tijden te wachten door de coronapandemie. Welke rol speelt die crisis in uw visie?

“Ik heb zeker inspiratie ontleend aan mijn brede crisiservaring, in oorlog en vredestijd, in landen als Syrië, Libanon en Soedan. Voor het sociaal-economisch herstel in ons land is het van groot belang dat we weten welke kant we op willen, welke keuzes we nu maken. Het is tijd om normen en waarden weer centraal te stellen, juist in de economie. Het herstel moet eerlijker, moderner en duurzamer. Ik zie veel mogelijkheden om de problemen aan te pakken die door de coronacrisis scherper zijn blootgelegd, zoals de kansongelijkheid en de onzekerheid op de arbeidsmarkt. De oplossingen zijn bekend, we hebben geleerd van de vorige financiële crisis.”

Heeft u zich verbaasd over de problemen die de coronacrisis heeft blootgelegd?

“Heel pijnlijk vind ik dat er hier één miljoen mensen in armoede leven. Voor de pandemie kon bijna iedereen aan de slag, ondanks de zwaktes in de arbeidsmarkt. Ik heb het bewust genoemd in mijn essay: 260.000 Nederlandse kinderen leven in armoede, hier, in de zeventiende economie van de wereld. We moeten dus meer doen aan scholing, aan omscholing en het creëren van banen. Want als ouders werken, stijgen de kansen van kinderen. Dat geldt overal ter wereld.

“En de dakloosheid, al is die in de Nederlandse straten niet zo zichtbaar als in New York of Londen. Mensen kunnen door tal van problemen dakloos raken maar de onbetaalbaarheid van veel woningen speelt zeker een rol. Mensen hebben geen buffer, kunnen moeilijk rondkomen. Mensen die toch al weinig bescherming hadden, hebben door de coronacrisis weinig kansen om terug te komen.

“Ik denk dat we veel voor hen kunnen doen door te investeren in scholing, onderwijs en kennis. In gratis kinderopvang, extra leerkrachten voor kinderen die buiten de boot dreigen te vallen vanwege de plek waar ze zijn geboren, of omdat ze ouders hebben die niet kunnen meekomen.”

Uw essay heeft de titel ‘Normen en waarden in de nieuwe economie’. Waar komen deze waarden voor u vandaan, zijn ze bijvoorbeeld religieus geladen?

“Voor mij hebben ze alles te maken met rechtvaardigheid, met kansengelijkheid. De mens moet weer centraal staan. De economie moet niet alleen de welvaart vergroten van mensen, maar ook hun welzijn.”

Doelt u ook op het gebrek aan normen en waarden in de huidige economie, op de belastingontwijking, de bonuscultuur?

“Dat ook. Normen en waarden hebben alles te maken met verantwoord ondernemen, met het principe dat de vervuiler betaalt en fiscale maatregelen die zorgen voor duurzaamheid. Winstbejag was tot nu toe te belangrijk, zeker in een doorgeslagen neoliberale economie. Te lang is in de wereldeconomie de laagste prijs leidend geweest voor producten. Een schonere, eerlijkere en modernere economie is voor mij een concrete vertaling van die normen en waarden. Ik zie dat daar grote behoefte aan is. Met een herwaardering voor de rol van de overheid.”

Dat besef is ook bij andere partijen al een poos gaande. Ook bij de VVD.

“Wij zijn natuurlijk geen VVD. D66 heeft ­altijd gekeken naar kansongelijkheid. We kunnen niet doorgaan ten koste van de ­planeet. We kunnen het ons domweg niet veroorloven niets te doen aan de klimaatcrisis, omdat we nu druk zijn met het virus of omdat die maatregelen te duur zouden zijn. Het is juist slim en verstandig om nu te investeren in circulaire economie.”

Een deel van de kiezers zal bij de verkiezingen zeggen: D66 was erbij toen deze problemen groeiden. Waar waren jullie?

“Ja, dat is een logische vraag. Alle regeringspartijen moeten bij zichzelf te rade gaan en zich afvragen: wat hadden we beter kunnen doen? Nog meer investeren in onderwijs bijvoorbeeld. Tegelijkertijd: wat we nu zien, is ingezet door de opeenvolgende kabinetten Rutte I en II. Mijn partij heeft in dit kabinet leiderschap getoond met het klimaatakkoord, met investeringen in onderwijs en de woningmarkt. Dat laatste wordt niet ­gezien door de stikstofcrisis en omdat de ­tekorten zo groot zijn, maar er wordt wel degelijk doorgebouwd.”

D66 was ook voorstander van het leenstelsel, dat het onderwijs niet de verbetering bracht waar het op hoopte.

“D66 zal komen met een aanpassing, dat verwacht ik. Een aangepaste basisbeurs, waarbij het inkomen van de ouders eerlijker wordt meegewogen. Niemand hoeft zorgen te hebben of hij of zij wel kan studeren of bij­leren. Dat geldt dus ook voor omscholing van mensen die al werken en hun baan dreigen kwijt te raken. Minister Wouter Koolmees heeft daar een stempel op gezet: van werk naar werk. Daar hoort ook bij dat we scherp kijken welke sectoren levensvatbaar zijn, en dat we geen zombiebedrijven overeind houden.”

U bent pro-Europees, een groot pleitbezorger van een open economie. Dat is tegen een wereldwijde trend in, zie de opstelling van Donald Trump, of dichter bij huis, een aantal partijen in de Tweede Kamer. Daar komt bij dat de coronacrisis ook de kwetsbaar­heden van onze afhankelijkheid heeft getoond, bijvoorbeeld bij de productie van hulpmiddelen of medicijnen. Wat zegt u ­tegen mensen die zich hier zorgen over ­maken?

“Twee dingen. Ik durf het verhaal over Europa te vertellen: dat we daar ons brood aan verdienen. Een derde van onze banen is te danken aan internationale handel, vooral binnen Europa. Netto hebben we nog steeds flink profijt van de Europese samenwerking, los nog van het belang van stabiliteit en veiligheid. Geopolitiek is nauw verbonden met economie. In een wereld waar de VS de ene kant op gaat en China de andere, kunnen we ons niet permitteren om ons als een klein eilandje op te stellen. Het is ontzettend belangrijk om invloed te houden als Europese Unie, ook dat heeft de coronacrisis laten zien.

“En ik erken dat globalisering nadelige gevolgen heeft, dat er uitwassen zijn: te veel goedkope producten, te lage lonen. Ook dat moet anders, maar dat kan alleen samen. Ik trek daar als minister enorm aan, zo’n gelijk speelveld. De overheid moet laten zien wat ze van bedrijven in deze verwachten. Vanochtend was ik bij Accell, het fietsenbedrijf in Heerenveen. Zij halen veel lijnen van hun productie van elders weer hierheen. Niet het oude handwerk, dat komt niet weer ­terug, maar nieuwe technologie, CO2-neutraal, en zo hebben ze er meer zicht op. Dit is óók onderdeel van de transitie die we moeten doorzetten. Ik ben erg gekant tegen die haast negentiende-eeuwse illusie die sommigen cultiveren: dat we alles weer zelf moeten doen. Dat past niet meer in deze wereld.”

Beeld Reyer Boxem

Wat is de rol van arbeidsmigranten in de nieuwe economie die u voorstaat? U schrijft daar weinig over. Uw collega bij het CDA, Hugo de Jonge, pleitte begin dit jaar voor het stellen van grenzen aan migratie, ook als het gaat om arbeidsmigratie uit de ­Europese Unie.

“Dat laatste ben ik zeker niet van, dat is symptoomaanpak. Deze mensen komen bovendien grotendeels op verzoek van bedrijven. Vooropgesteld: diversiteit aan achtergrond is effectiever voor ieder bedrijf, net als diversiteit op andere vlakken, dat is meermalen in onderzoeken vastgesteld. Er gaan op mondiaal niveau triljarden euro’s verloren aan gemiste kansen door het niet of onvoldoende betrekken van minderheden en vrouwen in het arbeidsproces. Ook in Nederland. Jongeren die stages of banen mislopen vanwege hun achternaam, het is allemaal onbenut potentieel. Dat veranderen gaat stapje voor stapje, in bedrijven maar ook in de politiek. Ja, ook wij zijn als partij nog te wit. De kandidatenlijst moet deze verkiezingen absoluut diverser.

“Ik schrijf verder in mijn economische essay weliswaar niet over migratie, maar ik vind wel dat we daar een stevig debat over moeten voeren. Wat betekent groei van de bevolking en de vergrijzing voor onze leefomgeving, voor wonen en werken? Hoeveel seizoensarbeiders heeft de economie nodig, hoeveel kennismigranten, met welke vaardigheden? We moeten wel onderkennen dat we gewoon mensen nodig hebben.”

U gaat straks de campagne in met dit verhaal, dat positief is en vooral stoelt op meer investeren, kansen grijpen in een nieuwe economie. Maar bijvoorbeeld de bouw is de afgelopen jaren ook hard aangelopen tegen de grenzen van groei. Door stikstofuitstoot, gebrek aan schone lucht en ruimte. Durft u ook te zeggen: het moet minder, niet alles kan? Zoals uw partijgenoot Tjeerd de Groot zei over de veestapel?

“Nou, niet op het gebied van bouwen. We moeten meer bouwen, maar op een verstandige, duurzame manier. Groei is niet altijd absolute groei, het kan ook herverdeelde groei zijn. Daar ontbrak het de afgelopen ­jaren aan, zodat kansenongelijkheid bijna overerfelijk is geworden. We wisten het eigenlijk al voor de coronacrisis: toekomstige generaties krijgen het niet meer zo goed als de voorgaande generaties. Het oplossen van problemen gaat geld en subsidies kosten, je kunt ondernemers of boeren niet het mes op de keel zetten. Veel ideeën zoals die van Tjeerd de Groot, financiële steun voor boeren die willen halveren, zullen in het partijprogramma terugkomen. Wij hebben daar terecht een verwachting van de overheid als burgers. Al betekent het ook: ruimte willen geven aan de professionals in de publieke sector, in de zorg, het onderwijs, de politie.”

Is uw essay daarmee een schot voor de boeg voor het partijprogramma?

“Ik hoop daar een aantal elementen in terug te zien.”

Dat klinkt vals bescheiden. U wordt vrijwel zeker vrijdag op het schild gehesen als partijleider.

“Dat hoop ik. Laten we zeggen dat dit de ­basis is van mijn denken.”

D66-kiezers zijn nu vooral jongere hoog­opgeleide mensen uit de Randstad. Wie wilt u nog meer bereiken?

“We vertellen het verhaal van heel veel mensen in Nederland, voor wie kansengelijkheid, toegankelijkheid van werk, herverdelingen van vermogen, ondernemerschap en goede zorg en onderwijs belangrijk zijn. Dat zijn er aanzienlijk meer dan er nu op ons stemmen. Die verbreding wil ik met de partij maken.”

Als u partijleider wordt, met wie van uw voorgangers voelt u zich dan het meest ­verwant?

“Een mens mijn leeftijd moet verstandig ­genoeg zijn om het goede te behouden van al zijn voorgangers. Kijk, niemand heeft het charisma van Hans van Mierlo, maar zijn drang om te vernieuwen in politiek is nu net zo belangrijk als toen. Van Els Borst bewonder ik de autonomie om te besluiten over je eigen leven, van Jan Terlouw dat hij zijn tijd ver vooruit was, met mens en klimaat. En van Alexander Pechtold zijn enorme inzet voor onderwijs en zijn strijd tegen het populisme.”

Het essay ‘Normen en waarden in de nieuwe economie’ is vanaf woensdagochtend te lezen op de Linkedin-pagina van Sigrid Kaag 

Lees ook:

Sigrid Kaag wil D66 leiden: Een atypische politicus, in de ban van het grotere verhaal

Sigrid Kaag wil lijsttrekker worden van D66. In een gesprek met RTL maakte ze haar ambitie bekend: ze wil niet alleen de partij leiden, maar ambieert ook het premierschap. Kaag veroverde de Democraten met bevlogen lezingen maar lijkt soms wat boven de politiek te zweven. Wat wordt de partijkoers met haar aan het roer?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden