InterviewJan Anthonie Bruijn

De man van het ‘Leve de Koning’: ‘De troonrede in een congreszaal zou respectloos zijn’

Jan Anthonie Bruijn, in zijn werkkamer: 'De mondkapjes met 'Prinsjesdag 2020' erop worden een collector's item. Dat weet ik zeker.'Beeld Werry Crone

Ook Prinsjesdag moet anders door de coronacrisis. De voorzitter van de Eerste Kamer, Jan Anthonie Bruijn, zocht naar nieuwe manieren, met respect voor de traditie en het ceremonieel.

Jan Anthonie Bruijn heeft al even op het orgel van de Grote Kerk in Den Haag mogen spelen, in de ruimte waar dinsdag koning Willem-Alexander de troonrede voorleest. Een historische Prinsjesdag, want voor het eerst sinds een eeuw vindt deze niet in de Ridderzaal plaats, afgezien van de onderbreking in de Tweede Wereldoorlog. Het coronavirus heeft alles op z’n kop gezet.

Bruijn (62) is de voorzitter van de Eerste Kamer, de man die deze dinsdag de Verenigde Vergadering van het parlement voorzit. De helft van de week is hij medisch specialist en hoogleraar immunopathologie. En daartussendoor dus muziek- en orgelliefhebber. “De Grote Kerk heeft een prachtig mechanisch pijporgel. Nee, haha, vandaag zal niemand erop spelen, dat zou alles overstemmen.” Om vervolgens enthousiast uit te weiden over het bijzondere muziekstuk dat speciaal voor Prinsjesdag opnieuw is gearrangeerd, uit de nalatenschap van Leo Smit; een jonge componist die vanwege zijn Jood-zijn samen met zijn vrouw in Sobibor werd vermoord. “Zijn muziek past heel mooi bij de herdenking van 75 jaar bevrijding. Een klein kwintet van het Residentie Orkest zal het uitvoeren.”

Wanneer drong bij u het besef door dat deze Prinsjesdag anders zou worden?

“Meteen in maart, toen de ernst van de crisis duidelijk werd, zijn we gaan nadenken. Hoe moesten we het vormgeven, nu Nederland lijdt onder het virus en er enorme economische en sociale klappen vallen? Mij was duidelijk dat het niet zoals altijd kon, met die duizenden mensen langs de route van de koets, meer dan negenhonderd aanwezigen in de Ridderzaal, met de balkonscène bij het Paleis. Maar Prinsjesdag is in de kern geen feest, dat is belangrijk om je te realiseren. Het is een formele vergadering van 225 parlementariërs, de traditie is meer dan tweehonderd jaar oud. De Grondwet schrijft voor dat de regering bij monde van de koning het parlement moet laten weten wat de plannen voor komend jaar zijn. Het is een essentiële gebeurtenis in onze parlementaire democratie. Dus ik kon niet zeggen: dit jaar even niet. Alle leden van Eerste en Tweede Kamer hebben het wettelijk recht om hierbij aanwezig te zijn. Bij dit ­alles had ik nauw overleg met Khadija Arib, mijn collega van de Tweede Kamer, met de premier en de burgemeester van Den Haag, ook in zijn functie als voorzitter van de veiligheidsregio en met de minister van defensie vanwege het militair ceremonieel. Medewerkers hebben de hele zomer doorgewerkt aan het nieuwe draaiboek.”

Wat stond voorop, in die voorbereidingen?

“Respect voor de traditie en het ceremonieel. En het móet veilig. Het inperken van het aantal aanwezigen vond ik een drastisch besluit. Parlementariërs mogen geen eigen gasten mee, er zijn geen ambassadeurs bij, geen staatssecretarissen, geen vertegenwoordigers van de hoge colleges van staat, behalve hun voorzitters. De burgemeester van Den Haag is wel uitgenodigd, van de commissarissen van de koning mag alleen Jaap Smit van Zuid-Holland komen. We hebben de gastenlijst maximaal teruggebracht naar het minimale. Alleen op deze manier konden we een ruimte vinden waar we voor ongeveer 270 mensen de anderhalve meter in acht kunnen nemen. Een congreszaal zou ongepast zijn, dat getuigt niet van respect. Het moet waardigheid uitstralen. In de Grote Kerk blijven we dicht bij de ziel van Prinsjesdag.

“Lastig was de vraag of we de tronen mee moesten nemen van de Ridderzaal naar de Grote Kerk. Die horen bij de traditie, dus die zijn verhuisd. Wat is een troonrede zonder troon?”

Het koninklijk paar rijdt met de auto naar de kerk. Is overwogen om hen toch met de koets te laten komen?

“Dat is het besluit van het hof, daar ga ik niet over. Het is voor iedereen een balans tussen veiligheid en traditie. We hebben goed gekeken naar de organisatie van de herdenking op de Dam op 4 mei. Dat was heel bijzonder: mensen konden op tv alles zien en toch zorgden hoge, dichte hekken ervoor dat er geen toeloop ter plaatse kwam. In Den Haag gaat hetzelfde gebeuren rond het paleis, de Grote Kerk en het Binnenhof. Burgemeester Jan van Zanen heeft daarom ook een oproep gedaan: kom niet naar Den Haag, er is niets te zien. De meeste Kamerleden gaan met busjes van het Binnenhof naar de kerk, we hebben mondkapjes laten drukken met Prinsjesdag 2020 erop.”

Sommige Kamerleden weigeren met de bus te gaan vanwege het mondkapje...

“Het wordt een collector’s item, dat weet ik zeker.”

Hoe heeft u de coronacrisis persoonlijk ­beleefd?

“Ik heb mijn 93-jarige vader drie maanden niet gezien, alleen via Skype. Die ging de deur niet uit, hij woont op Kaageiland bij Leiden. Hij is alleenstaand en voor de tweede keer weduwnaar, het was aangrijpend om te zien. Het gaat gelukkig goed met hem. Hij worstelt met de vraag hoeveel risico hij kan en wil nemen, hij is nu wel een keer op ­bezoek geweest, maar blijft op afstand. Veel mensen zullen zo’n worsteling herkennen.”

U werkt ook in het Leids Universitair ­Medisch Centrum, waar veel coronapatiënten naartoe gingen. Hoe was het daar?

“Mijn werk als nierpatholoog werd niet ­direct geraakt. Ik onderzoek weefselstukjes, daar kan ik de hele dag over praten als je wilt. Die onderzoek ik onder de electronenmicroscoop, ik haal ze uit elkaar, bekijk de eiwitten en het DNA. Nierziektes zijn niet gerelateerd aan corona, al zijn er wel gevallen bekend van nierschade. Het is een vorm van zorg die niet te plannen of uit te stellen is, dus mijn werk ging gewoon door. Bij het onderwijs en begeleiden van studenten en promovendi was het mouwen opstropen en gaan. Daar veranderde juist ontzettend veel. Ik vind de digitalisering van het onderwijs enorm interessant. Natuurlijk, er zijn nadelen maar de ontwikkeling kreeg ook een flinke boost. Wist je dat ze werken aan manieren van digitale ontmoetingen met meer zintuigen, dus ook tast, smaak en reuk? ­Zodat je iets van fysieke nabijheid ervaart.”

Dan kunt u de senatoren straks upbeamen in een plenaire vergadering...

Droog: “Dat durf ik niet te bevestigen.”

Staat er sinds de pandemie uitbrak extra druk op de Eerste Kamer?

“We kunnen het werk prima aan. Gelukkig werkten we als een van de eerste Senaten wereldwijd al digitaal, op de iPad. Dat kwam goed van pas, de commissies vergaderen veel via de computer. Onze vergaderzaal is te klein voor iedereen om op afstand te blijven, dus hebben we geregeld dat wij in de Ridderzaal vergaderen. Overigens is de Eerste Kamer twee keer eerder in de geschiedenis daarnaartoe uitgeweken. In 1994 nog, toen Herman Tjeenk Willink voorzitter was, verhuisde de senaat naar de Ridderzaal vanwege een renovatie. Ik heb dit voorjaar Herman gebeld om te zeggen dat wij zijn voorbeeld volgen, vond ik wel zo aardig. Hij zei: ‘Leuk om te weten, succes. Maar besef dat het in de winter daar ontzettend koud wordt.’ Hij gaf senatoren destijds toestemming om te vergaderen met jas aan, haha.”

U zegt dat de senaat het werk prima ­aankan, toch is die druk er. Minister Hugo de Jonge wil zijn coronaspoedwet zo snel mogelijk door beide Kamers.

“Iedere minister kan bij ons op spoed aandringen. Dat gebeurt de hele tijd, ook voor corona. Ze zeggen dan: dit moet snel, anders heb ik problemen. Het ligt niet alleen bij mij om daarover te beslissen, de Eerste Kamerleden moeten eerst zelf overtuigd zijn dat spoed nodig is. En het mag nooit ten koste gaan van de grondigheid van een wetsbehandeling. Dat is onze taak: toetsen of een wet niet strijdig is met andere wetten of ­Europese regels, en of die rechtmatig, handhaafbaar en uitvoerbaar is. Daarom spreek ik liever van voorrang geven van de ene wet boven de andere. En dat is ook gebeurd in coronatijd: voor de zomer hebben we veel debatten gevoerd met ministers. Bijvoorbeeld over de aanvullende begrotingswetten van ministers Hoekstra en Koolmees met noodsteun. Dat geld moest zo snel mogelijk naar bedrijven en mensen die het nodig hadden. Of de wet die ging over de vraag of ­gemeenteraden en provinciebesturen ook digitaal beslissingen mogen nemen. Dat is natuurlijk belangrijk in crisistijd en die wetswijziging is er ook gekomen. Wat ­betreft onze eigen wijze van beslissingen nemen: die ligt vast in de Grondwet. Dat mogen we dus niet zomaar veranderen.

We hebben nog wel op eigen initiatief een advies gevraagd aan de Raad van State: zouden wij digitaal mogen stemmen? Zonder afbreuk te doen aan het uitgebreide en ­genuanceerde advies, luidde het antwoord kort gezegd: alleen in uiterste nood. Vandaar dat we zijn uitgeweken naar de Ridderzaal.”

Zal de coronacrisis nog roet in het eten gooien van de verbouwing van het Binnenhof?

“Renovatie is het. Dat is heel belangrijk, het is geen verbouwing. De plenaire zaal in onze toekomstige tijdelijke huisvesting aan het Lange Voorhout is niet coronaproof voor een vergadering met alle 75 senatoren, ­helaas. We hebben daarom met staatssecretaris Knops afgesproken dat we zolang als nodig in de Ridderzaal mogen vergaderen.”

Ook die wordt tijdens de renovatie ­misschien lastig toegankelijk. Is vandaag het begin van een nieuwe traditie rond Prinsjesdag?

“Tja, we zijn niet voor ons plezier naar de Grote Kerk verhuisd, er is een crisis. Wie weet. Ik hoop dat er volgend jaar een vaccin is, in de eerste plaats voor alle mensen die er nu zo’n last van hebben, maar ook voor het parlement.”

Mogen de mensen in de Grote Kerk wel ­‘Hoera, hoera, hoera’ roepen als u vandaag na afloop ‘Leve de Koning zegt?

“Dat is een hele goeie. Dat zou een spreekkoor opleveren van 270 mensen, en dat mag niet.”

Wat is het alternatief? Een spandoek? Alleen koningin Máxima die ‘hoera’ zegt?

“Ik zal als voorzitter dit keer ‘Hoera’ zeggen en de leden kunnen gaan staan. Maar zij mogen niets roepen. Zo zal het gebeuren.”

Lees ook: 

Steekt Willem-Alexander het volk een hart onder de riem in zijn Troonrede?

Van alle koninklijke toespraken is de Troonrede de meest formele. Maar in tijden van crisis wenden vorsten zich soms toch persoonlijk tot de natie, blijkt uit alle 75 naoorlogse Troonredes. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden