40 jaar CDASleutelmomenten

De kruisraket liet het CDA bijna ontploffen

Premier Ruud Lubbers spreekt op 29 oktober 1983 de ruggen van duizenden demonstrerende tegenstanders van kruisraketten toe.Beeld Werry Crone

Het CDA viert 10 oktober dat het veertig jaar geleden is ontstaan uit een fusie van KVP, ARP en CHU. Trouw beschrijft in een driedelige serie de sleutelmomenten. Vandaag deel 1: de discussie over kruisraketten.

Het is de nacht van 12 op 13 december 1979. Het debat in de Tweede Kamer over het Navo-besluit om in Nederland 48 kruisraketten te plaatsen, is geschorst. De jonge fractiemedewerker Cent van Vliet, belast met Defensie, stapt de toiletruimte in. Bij de wasbak staat Ruud Lubbers, op dat moment voorzitter van de CDA-fractie. Hij kijkt gepijnigd. Plotseling steekt hij zijn hoofd onder de kraan. Zijn donkere haarbos wordt kletsnat. Als hij zijn hoofd opricht en zijn haar begint te kammen, kijkt hij de medewerker via de spiegel met lijdzame blik aan. “Ik weet niet of het goed komt, het kan nog alle kanten opgaan.”

De CDA-medewerker die getuige was van deze vertwijfeling van de latere leider van de christendemocraten herinnert zich dit typerende gebeuren nog als de dag van vandaag. Lubbers met druipend kapsel, als symbool van bloed, zweet en tranen in die hectische dagen eind 1979.

Het was erop of eronder voor het kabinet-Van Agt. Het ging om het al dan niet plaatsen van 48 kruisraketten. Maar het ging vooral om de vraag of het CDA de eenheid zou bewaren of uiteen zou vallen, nog voordat de fusie van de drie christelijke partijen een feit was.

Het samengaan van KVP, ARP en CHU was na vijftien jaar aftasten, ruzies en onderhandelen in een beslissende fase terechtgekomen. Sinds 1977 zaten de drie bloedgroepen in een federatief verband en alvast in een fractie. In oktober 1980 zou het samengaan met een fusie bekroond worden.

Vrees dat het kabinet de eindstreep niet zou halen

Het was in deze dagen dat Nederland in de ban raakte van de vraag: komen ze of komen ze niet? Het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) had met ‘Help de kernwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland!’ de toon gezet. De neutronenbom moest worden gestopt. En daarna de kruisraketten. De vredesbeweging had de wind in de zeilen.

Het zogeheten ‘dubbelbesluit’ van de Navo lag aan de plaatsing van de kruisraketten ten grondslag. Dat besluit was een reactie op de uitbreiding van het aantal op het westen gerichte Russische SS-20 kernraketten. In vijf Navo-landen zouden in totaal 572 middellangeafstandsraketten met kernkoppen geplaatst worden. Nederland moest 48 kruisraketten voor zijn rekening nemen. Tegelijkertijd zou er onderhandeld worden om alle middellangeafstandsraketten in Europa te verminderen.

De politieke verhoudingen waren in die dagen duidelijk. Oppositiepartij PvdA was tegen de raketten, de VVD voor. Het CDA was verdeeld. In de fractie zaten tien zogeheten ‘loyalisten’, Kamerleden die liever een coalitie hadden willen vormen met de PvdA, maar genoegen moesten nemen met een samenwerking tussen van Agt en Wiegel (VVD). Een kabinet waar ze kritisch naar keken, maar dat ze wel ‘loyaal’ op zijn daden beoordeelden. Dat leidde geregeld tot spanningen en de vrees dat het kabinet de eindstreep niet zou halen.

Hans de Boer was eind jaren zeventig de leider van de loyalisten in de CDA-fractie. Wat zijn positie extra pikant maakte, was dat hij ook nog eens voorzitter van de ARP was, en dus direct betrokken bij de fusie.

De Boer zelf was erkend atoompacifist, zegt hij veertig jaar later. “Ik had een gravamen, een bezwaarschrift waarbij de partij erkende dat ik met een beroep op mijn geweten tegen dat wapentuig mocht stemmen. Anderen hadden dat niet, maar worstelden wel met de vraag of kernwapens moreel gezien wel toelaatbaar waren.”

‘Sommige PvdA’ers waren goede vrienden van me’

Voor de loyalisten (negen antirevolutionairen en de KVP’er Stef Dijkman) waren kernwapens een principiële zaak. Zoals voor Jan Nico Scholten. “Het ging om de angst voor de wapenwedloop en de risico’s die daaraan verbonden waren”, zegt Scholten. “Er moest een punt achter gezet worden. Die spiraal moest doorbroken worden.”

Onder toeziend oog van ex-dissidenten legt fractievoorzitter Lubbers in 1979 een stemverklaring af.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Een groot deel van de partij had moeite met die opstelling, waardoor er grote spanningen ontstonden binnen de fractie. De PvdA probeerde alles om de loyalisten aan hun kant te krijgen en het kabinet ten val te brengen. Een bijkomend voordeel zou kunnen zijn dat het CDA nog voor de fusie uit elkaar zou spatten.

Er waren intensieve contacten tussen de CDA-dissidenten en PvdA’ers, geeft Scholten toe. “Sommige PvdA’ers waren goede vrienden van me. Maar dat we onder een hoedje speelden met de PvdA, zoals sommigen beweerden, is overdreven.”

De CDA-loyalisten onderhandelden wel met de PvdA over moties die ze vervolgens steunden. Zo stemden ze begin december 1979 voor een Kameruitspraak waarin werd uitgesproken ‘thans’ niet tot plaatsing van kruisraketten over te gaan. Lubbers, die de eenheid binnen de fractie wilde bewaren, stelde daarop een compromis aan het kabinet voor: Nederland moest twee jaar wachten met een besluit om de onderhandelingen tussen Navo en Warschaupact een kans te geven. Het kabinet ging akkoord. Zo kon hij alle fractieleden binnenboord houden.

Maar het ging mis. Op 12 december hadden de ministers van defensie en buitenlandse zaken van de Navo-landen op een bijeenkomst in Brussel het dubbelbesluit bekrachtigd. Ook de Nederlandse regering. Het voorbehoud dat Lubbers had voorgesteld (twee jaar uitstel), was tot zijn schrik in een voetnoot van de verklaring weggestopt. Zo leek het of Nederland gewoon had ingestemd met het besluit. In zijn onlangs gepubliceerde memoires ‘Haagse jaren’ zegt Lubbers zich door het kabinet ‘ronduit genomen’ te voelen.

Een week na de Navo-top was de PvdA er als de kippen bij om de kwestie op scherp te zetten. In het Kamerdebat op 19 december moesten de loyalisten kleur bekennen. Had het kabinet nu ingestemd met plaatsing of had het nog de handen vrij om over twee jaar nee te zeggen?

Mot bij een duidelijke ‘nee’

Premier van Agt draaide eromheen. Bij een duidelijk ‘nee’ had hij mot gekregen met de VVD, met een ‘ja’ met de loyalisten. Dus creëerde hij vooral mist. PvdA-Kamerlid Bram Stemerdink diende daarop een motie in met de strekking: de Kamer nam geen verantwoordelijkheid voor het Navo-besluit. ‘Onoverkomelijk’, noemde Van Agt de motie die de val van het kabinet zou betekenen. Zouden de loyalisten dit voor hun rekening durven te nemen?

In de schorsing van het debat overlegde Lubbers met van Agt. Volgens zijn memoires was hij razend op het kabinet, omdat ze zijn compromisvoorstel niet hadden uitgevoerd. Eigenlijk had hij willen zeggen tegen Van Agt: ‘Ben je belazerd, we hadden een afspraak gemaakt en daar houd je je aan als premier’. Maar hij wist dat zijn fractie moest buigen voor het kabinet. 

Na dit gesprek stak hij zijn hoofd onder de kraan, aanschouwd door de verbijsterde fractiemedewerker. Zo spannend en ongewis kon de politiek zijn, besefte hij.

De CDA-fractievergadering in de schorsing van het debat was er volgens diverse ooggetuigen een om niet snel te vergeten. De spanning was te snijden. Voor- en tegenstanders van plaatsing lieten onomwonden hun mening horen. Van een rationele afweging was al lang geen sprake meer.

Lubbers zat er aangeslagen bij. Hij zou de loyalisten gewaarschuwd hebben voor de consequenties als ze de PvdA-motie zouden steunen met als gevolg een val van het kabinet, zo is te lezen in zijn memoires. Dan komt er een zuivering in het CDA. De partij zal dan in overgrote meerderheid achter Van Agt gaan staan. ‘Dat wordt een splitsing, die je zult verliezen’. Hij geeft in zijn zijn memoires toe niet veel sympathie voor het kabinet te koesteren. Maar hij kiest op dat moment niet voor de zaak, maar voor het CDA. De eenheid van de partij staat voorop.

Andere deelnemers aan die emotionele fractievergadering leggen het zwaartepunt in de discussie bij loyalisten-aanvoerder Hans de Boer. Op het moment dat de dwarsliggers een voor een lieten weten voor de motie te willen stemmen, nam hij het woord. Het kabinet verdiende geen politieke steun, vond de Boer. Maar hij was politicus en besefte wat er op het spel stond. “Op grond van dit alles zullen wij, zij het zeer tegen onze zin, tegen de motie-Stemerdink stemmen’.” Met het ‘wij’ doelde hij op de andere negen dissidente fractieleden. Zij luisterden die avond naar hun leider.

Maar voor de bezwaarden kwam de kater. De Boer heeft veertig jaar later nog spijt: “Ik heb me laten inpalmen door Van Agt. Ik voelde me bedrogen, omdat hij suggereerde dat wij de verantwoordelijkheid voor het besluit niet hadden genomen. Dat bleek later wel het geval te zijn. Hij wilde alleen voorkomen dat wij achter Den Uyl zouden aanlopen.”

‘Ik had mijn poot stijf moeten houden’

Ook Scholten betreurt dat hij zich liet ompraten. “Ik had mijn poot stijf moeten houden.” De loyalisten hadden een slechte nacht na het debat. Vanwege het late tijdstip logeerden enkelen in een Haags hotel. Een doorgaans vrome antirevolutionair had in zijn hotelbed hartgrondig gevloekt, hoorde fractiemedewerker van Vliet.

Wiegel (links) en Van Agt in 1979.Beeld Anp

Maar het kabinet was gered, de loopbaan van Lubbers ook en de totstandkoming van de enige politieke vernieuwing in die tijd: het CDA.

De achterban van de partij strafte de loyalisten door ze flink te laten duikelen op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1982, zoals de Boer overkwam. Of ze werden ingepalmd, zoals loyalist Jan van Houwelingen. Hij werd door Lubbers in 1982 in zijn kabinet gevraagd. Nota bene als staatssecretaris voor defensie.

Het CDA kwam er op 10 oktober 1980, maar de kruisraket nog steeds niet. Na de massale vredesdemonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983) werd de beslissing tot plaatsing als een hete aardappel doorgeschoven naar de toekomst. Intussen nam de polarisatie in de samenleving toe.

Gek genoeg gingen ‘gewone’ CDA’ers zich toen pas publiekelijk met de kwestie bemoeien. Er kwamen al jaren brieven van leden binnen, maar pas op 26 maart 1984 trad het comité ‘CDA’ers tegen plaatsing’ naar buiten. De initiatiefnemers plaatsten advertenties in onder andere Trouw, ondertekend door 300 partijgenoten. Ze riepen de fractie in de Tweede Kamer op de plaatsing van kruisraketten te voorkomen. Ze hadden een sterk argument: een passage in het Program van Uitgangspunten, waarin stond dat het CDA ‘niet wil berusten in de aanwezigheid van massale vernietigingsmiddelen, die de Schepping als zodanig bedreigen’. Op de advertentie kwamen 2600 adhesiebetuigingen.

Initiatiefnemer was Gerard van Rijn, toen CDA-wethouder van Leeuwarderadeel. “De kwestie sleepte zich al vijf jaar voort en het leek erop dat er een onafwendbaar besluit aan kwam. Ik wilde met een aantal medestanders nog een keer laten weten dat wij tegen plaatsing waren.”

Het zou niet helpen. Nadat onderhandelingen tussen de VS en de Sovjet-Unie mislukt waren, verzon Lubbers na tal van varianten op 1 juni 1984 een nieuwe: Nederland zou pas kruisraketten plaatsen indien de Sovjet-Unie op 1 november 1985 meer dan 378 SS-20 kernraketten zou hebben gestationeerd. Het besluit was vooral bedoeld voor binnenlands gebruik, zou Lubbers later toegeven. Hij hoopte de tegenstanders, waaronder nog steeds acht CDA-fractieleden, achter zijn beleid te krijgen. De vredesbeweging deed in oktober 1985 een laatste poging het tij te keren met het ophalen van 3,7 miljoen handtekeningen. In de Haagse Houtrusthallen keerden de demonstranten premier Lubbers, die ze in ontvangst nam, de rug toe. Het werkte averechts. Later op de dag was er een CDA-congres. Hij kreeg een staande ovatie. De partij sloot de rijen.

Op 1 november 1985, bijna zes jaar na het debat waarin de loyalisten ‘om’ gingen, stemde de meerderheid van de Kamer in met plaatsing. Toch waren er nog zes tegenstemmers in de CDA-fractie, maar de angel was eruit. Het CDA was bovendien steeds meer een eenheid geworden.

Uiteindelijk kwamen de kruisraketten er niet. In december 1987 sluiten de presidenten Reagan (VS) en Gorbatsjov (SU) het INF-akkoord, waarbij alle middellange afstandsraketten in Europa worden vernietigd. Het comité ‘CDA’ers tegen plaatsing’ veranderde haar naam stilzwijgend in Christen Democraten voor Ontspanning en Wapenbeheersing (CDOW). Het k-woord werd definitief uit de partijgelederen verbannen.

Lees ook:
Ruud Lubbers’ memoires waren 25 jaar te precair en te explosief, maar zijn nu alsnog gepubliceerd

Vijfentwintig jaar geleden schreef Theo Brinkel de herinneringen van premier Ruud Lubbers op, maar dit manuscript bleef op de plank liggen. Vanaf woensdag zijn ze verkrijgbaar in boekvorm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden