Spoedwet

De kritiek op de coronawet is nog lang niet verstomd

Demonstranten voeren actie tegen de coronamaatregelen op het Malieveld.Beeld Joris Van Gennip

Ook in aangepaste vorm roept de nieuwe coronawet veel weerstand op. Vrijdag vindt in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats, waarin experts zich kritisch zullen uitlaten over het wetvoorstel.

Wat de coronawet betreft is er eigenlijk maar één ding waar vrijwel iedereen het over eens is: de wet is nodig. Het afgelopen half jaar zijn de coronamaatregelen vastgelegd in lokale noodverordeningen. Maar hoe langer het virus rondwaart, hoe minder houdbaar die situatie. Want noodverordeningen zijn bedoeld voor acute crisissituaties, niet voor ingrijpende maatregelen die voor langere tijd gelden.

Om die reden werkt het kabinet al sinds het voorjaar aan een tijdelijke coronawet. Maar ondanks de eensgezindheid over de noodzaak blijkt de uitwerking lastig. Een eerste versie die minister van volksgezondheid Hugo de Jonge begin juni openbaar maakte oogstte veel kritiek. Niet alleen vanuit de oppositie, maar ook van de Raad van State, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en allerhande juristen.

Een tweede versie van de wet wordt de komende weken in de Tweede Kamer behandeld. Maar de kritiek is nog lang niet verstomd. Vrijdag spreken experts met de Tweede Kamer. Hier volgen de belangrijkste discussiepunten.

1. Veilige afstand

In de nieuwe coronawet is onder andere vastgelegd dat iedereen buitenshuis op veilige afstand van elkaar moet blijven. Wat het kabinet verstaat onder een ‘veilige afstand’ wordt in de wet echter niet gespecificeerd. De minister zal zich daarover laten adviseren door het RIVM, en de specifieke afstand later aan de wet toevoegen. Dat leidt tot vragen. Zowel in politiek Den Haag als elders in de samenleving. Want betekent dat dat in de toekomst ook geëist zou kunnen worden dat iedereen in plaats van anderhalve meter afstand, twee of misschien zelfs drie meter afstand houdt?

Wel zijn de critici blij dat in de nieuwe versie van de wet expliciet wordt vermeld dat de afstandsregel alleen buitenshuis geldt. Eerdere angsten over handhavers die ook achter de voordeur zouden komen controleren, zijn daarmee weggenomen. Toch zijn er wel degelijk nog zorgen over de handhaving van veilige afstand. In de wet zijn enkele uitzonderingen opgenomen. Zo hoeven mensen die op hetzelfde adres wonen geen afstand tot elkaar te houden. De VNG is bang dat dit in studentensteden voor problemen zal zorgen. Handhavers moeten dan immers gaan controleren of groepen jongeren die samen in het park of op het terras zitten wel op hetzelfde adres staan ingeschreven. Een tweede uitzondering wordt in de wet gemaakt voor professionele hulpverleners, die immers hun werk onmogelijk kunnen uitvoeren als ze niet dicht bij hun cliënten kunnen komen. Daarentegen worden burgerhulpverleners in de wet niet uitgezonderd, tot onvrede van onder andere de Hartstichting. Als die uitzondering niet in de wet wordt opgenomen, zou dat betekenen dat iemand die op straat een onwel geworden passant te hulp schiet op de bon geslingerd kan worden.

2. Macht van de minister

Een van de meest omstreden aspecten van de nieuwe coronawet is dat de minister van volksgezondheid de bevoegdheid krijgt om op eigen gezag nieuwe maatregelen te nemen tegen de verspreiding van het coronavirus. In een eerste versie van de wet stond dat de minister het parlement slechts hoefde te informeren over die nieuwe maatregelen, Kamerleden kregen er geen zeggenschap over. Een storm van kritiek volgde. De volksvertegenwoordigers zouden op deze manier volledig buiten spel komen te staan. Dat bezwaar is nog altijd niet geheel van tafel, ondanks concessies van het kabinet. Hoewel de minister nu verplicht wordt de maatregelen een week vóór ze van kracht worden naar de Eerste en de Tweede Kamer te sturen, hebben de parlementsleden formeel nog altijd niet het recht deze aan te passen of af te wijzen. Ze zouden een debat kunnen aanvragen en een motie kunnen aannemen om hun bezwaren aan de minister te communiceren, maar de minister kan ervoor kiezen die motie naast zich neer te leggen. 

Natuurlijk behoudt Tweede Kamer de mogelijkheid om in het uiterste geval een motie van wantrouwen tegen de minister in te dienen, maar veel juristen vinden dat onvoldoende. Volgens hen zou de Tweede Kamer het recht moeten krijgen over de maatregelen te stemmen. Het argument van het kabinet, dat een stemming te veel vertraging zou opleveren – terwijl bij een pandemie juist snelheid geboden is – vinden zij niet steekhoudend. Vooral niet omdat de minister in de nieuwe wet ook nog de mogelijkheid behoudt om in uitzonderlijke gevallen terug te vallen op noodverordeningen. Die kunnen sowieso zonder toestemming van het parlement worden ingevoerd.

3. Boetes en strafblad

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de hoge coronaboetes niet automatisch leiden tot een aantekening op het strafblad. Alleen in uitzonderlijke gevallen, wanneer mensen doelbewust of bij herhaling de fout in gaan, moet een strafblad volgen. Minister Ferd Grapperhaus, die zelf aan den lijve ondervond hoe moeilijk het kan zijn om anderhalve meter afstand te houden, beloofde de Kamerleden tijdens het coronadebat van woensdagavond nogmaals naar de strafmaatregelen te zullen kijken. Vooralsnog maken de boetes én de aantekening op het strafblad echter nog deel uit van de coronawet. Ondanks eerdere kritiek van onder meer de Raad van State, hield het kabinet tot nu toe vast aan de strafmaatregel vanuit de wens om consequent te zijn. Ook hoge verkeersboetes gaan immers gepaard met een aantekening op het strafblad.

4. Duur van de wet

De coronawet is nadrukkelijk een tijdelijke wet. Zodra het coronavirus is overwonnen zijn de maatregelen immers niet meer nodig. Desondanks wilde het kabinet oorspronkelijk dat de wet voor in ieder geval een jaar zou worden aangenomen. Na kritiek van de Raad van State is die termijn verkort tot zes maanden. Wel behoudt het kabinet de mogelijkheid om de coronawet met termijnen van drie maanden te verlengen. Omdat niemand kan voorzien hoe lang het virus nog onder ons zal zijn, kan dit in theorie tot in het oneindige gebeuren. Wel moet elk voorstel voor verlenging worden voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer. Onduidelijk is echter nog of het parlement dan ook de mogelijkheid krijgt om tegen verlenging te stemmen, of dat ze enkel via moties hun bezwaren kunnen uiten. Verschillende partijen dienden hierover vragen in bij het kabinet.

Lees ook: 

De coronawet is flink uitgekleed, maar laat nog maanden op zich wachten

Van de oorspronkelijke omstreden coronawet is alleen nog een ‘raamwerk’ over. De Tweede Kamer krijgt meer invloed bij beslissingen over de inperking van de bewegingsvrijheid.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden