AnalyseKabinet Rutte-III

De Haagse personeelschef krijgt een onvoldoende. ‘Wat procedures betreft is Rutte een enorme slons’

Mark Rutte geeft al sinds januari van dit jaar leiding aan een demissionair kabinet. Beeld ANP
Mark Rutte geeft al sinds januari van dit jaar leiding aan een demissionair kabinet.Beeld ANP

Minister wordt lobbyist, staatssecretarissen blijven ook Kamerlid. Waar is de moraal? ‘Als iets strikt genomen mag, wil dat niet zeggen dat het deugt.’

Mariëtte Hamer is bezorgd, zegt ze. “Heel bezorgd zelfs.” Het is donderdagmiddag wanneer de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (Ser) haar werk als informateur neerlegt. Missie mislukt, is de bittere eindconclusie.

De politieke crisis is de afgelopen weken verder verdiept, waardoor er op dit moment geen enkel meerderheidskabinet kan worden gevormd. De verkiezingen vonden bijna een half jaar geleden plaats en de formatie is terug bij af. Ondertussen regeert het derde kabinet van VVD-­leider Mark Rutte rustig door, een kabinet dat al eind januari zijn ontslag heeft aangeboden vanwege het toeslagenschandaal. De crisis moet echt snel worden opgelost, vindt Hamer. “Er zit een eindigheid aan wat een demissionair kabinet kan doen.”

Vooralsnog is er van die eindigheid weinig te merken. Over twee weken is het weer Prinsjesdag en zal koning Willem-Alexander in de Grote Kerk in Den Haag de Troonrede voorlezen. Daarin presenteert het demissionaire kabinet de plannen voor 2022. Het moet ‘beleidsarm’ zijn, zoals dat heet. De grote hervormingen liggen op het bord van de nieuwe regering. Toch lekte vorige week uit dat dit demissionaire kabinet op de valreep liefst 6 tot 7 miljard euro wil uittrekken voor klimaatmaatregelen en bijna 500 miljoen voor de bestrijding van de zware criminaliteit. Het zijn enorme bedragen voor een kabinet dat volgens de ongeschreven regels alleen noodzakelijke besluiten neemt.

De betekenis van demissionair wordt steeds kleiner

De betekenis van demissionair wordt steeds kleiner, ziet Joop van den Berg, parlementair historicus en voormalig PvdA-Eerste Kamerlid. Formaties duren langer, waardoor kabinetten na verkiezingen nog maandenlang het land moeten besturen. Bovendien, zegt Van den Berg: “Het huidige kabinet heeft zich op het gebied van coronabestrijding en het herstelbeleid – dan heb je nogal wat te pakken – missionair verklaard. Daar valt veel voor te zeggen. Dan moet een kabinet meer dan even op de winkel passen.”

Demissionaire ministers die in een nieuwe begroting geld uitgeven, is niet het grote bezwaar. Van den Berg heeft vooral moeite met het personeelsbeleid van Rutte III. Ministers en staatssecretarissen die vertrekken voor een overstap naar een baan buiten de politiek; het zou niet moeten kunnen, vindt hij. “Als iets strikt genomen mag, wil dat niet zeggen dat het deugt. Er bestaat ook zoiets als moraal.”

Van den Berg heeft zich gestoord aan het besluit van VVD’er Cora van Nieuwenhuizen om het ministerschap van infrastructuur en waterstaat te verruilen voor een lobby-functie bij branchevereniging Energie-Nederland. “We moeten terug naar de afspraak dat vertrokken bewindspersonen bepaalde functies een tijdje niet kunnen uitoefenen. Die afspraak was er, vastgelegd in een zogeheten circulaire. Maar kennelijk is die weer ingetrokken, zonder dat daar enige ruchtbaarheid aan is gegeven. Maar dan nog moet Van Nieuwenhuizen zich afvragen: valt dit besluit moreel te verdedigen? Het antwoord lijkt me helder.”

Diezelfde ergernis heeft CDA’er Wim Deetman, voormalig onderwijsminister en oud-voorzitter van de Tweede Kamer. “Het tempo van vertrek en vervanging van bewindslieden in dit kabinet is ongehoord.”

In de Trêveszaal hebben diverse stoelendansen plaatsgevonden

Rutte III trad in oktober 2017 aan met zestien ministers en acht staatssecretarissen. Sindsdien hebben er in de Trêveszaal diverse stoelendansen plaatsgevonden. Het ministerie van buitenlandse zaken werd eerst geleid door Halbe Zijlstra, toen Stef Blok en nu Sigrid Kaag. Het ministerie van economische zaken door achtereenvolgens Eric Wiebes, Bas van ’t Wout en op dit moment Blok. Staatssecretariaat van sociale zaken en werkgelegenheid: eerst Tamara van Ark, toen Van ’t Wout en inmiddels Dennis Wiersma.

Ministers en staatssecretarissen kunnen ziek worden en daardoor afhaken. Of ze verliezen het vertrouwen van de Kamer waarna ontslag onvermijdelijk is. Dat gebeurt in ieder kabinet. In Rutte III is ook iets anders aan de hand: meerdere demissionaire bewindspersonen hebben het einde van de formatie niet willen afwachten en zijn vertrokken voor een baan buiten de politiek. Zo was Stientje van Veldhoven tot halverwege juli dit jaar staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat, nu werkt ze voor een internationale organisatie die onderzoek doet naar duurzaamheid.

Deetman kan er geen begrip voor opbrengen. “Je hebt wel te maken met de publieke zaak”, vindt hij. “Laten we daar niet te lichtzinnig mee omgaan.” Joop van den Berg zegt: “Als een bedrijf je echt graag wil hebben, kunnen ze best nog een paar maanden wachten, zo erg is dat niet. Ik heb de premier de overstap van Cora van Nieuwenhuizen horen verdedigen met het verhaal van de lange formatie. Ik weet dat Mark Rutte ontzettend charmant kan zijn, maar ik zie ook dat hij alle kritiek graag wegblaast. Terwijl juist hij, als minister-president, ervan doordrongen moet zijn dat je een ­publiek ambt uitoefent totdat het ­afloopt. En niet eerder. Als een premier hier niet tegen optreedt, gaat dit gedrag zich vermenigvuldigen.”

Deetman: “Wat Rutte als excuus gebruikt, de duur van de formatie, is irrelevant. Als de politiek niet zelf de standaard hoog houdt, wat zal de buitenwacht dan niet denken?” Wat de CDA-prominent betreft had Rutte moeten ingrijpen. “Hij had het ontslag van Van Nieuwenhuizen kunnen weigeren.”

Je moet aanvoelen wat een ministerschap betekent

Wim Deetman en Joop van den Berg zien de overstap van de minister naar een lobbybaan niet als incident. Het past volgens hen in de huidige cultuur op het Binnenhof. Er heerst te veel een attitude dat je bezig bent voor ‘de B.V. Nederland’, vindt Deetman. “Een ambt vervullen is geen baan. Dit gaat over houding, statuur. Je moet aanvoelen wat een ministerschap betekent. Je kunt wel alles regelen en vastleggen wat iemand op die positie wel of niet mag, maar dan worden we helemaal gek met elkaar.”

Cora van Nieuwenhuizen stopte als minister van infrastructuur en waterstaat om lobbyist te worden voor Energie-Nederland. Beeld ANP / Hollandse Hoogte / Arie Kievit
Cora van Nieuwenhuizen stopte als minister van infrastructuur en waterstaat om lobbyist te worden voor Energie-Nederland.Beeld ANP / Hollandse Hoogte / Arie Kievit

Die attitude, zoals de oud-Kamervoorzitter het noemt, ziet hij ook terug in de drie Kamerleden die de afgelopen maanden staatssecretaris zijn geworden. Het gaat om de VVD’ers Dilan Yesilgöz en Dennis Wiersma en D66’er Steven van ­Weyenberg. Zij zijn respectievelijk staatssecretaris van economische zaken en klimaat, van sociale zaken en werkgelegenheid en van infrastructuur en waterstaat. Alledrie bleven lid van de Tweede Kamer.

De kwestie zorgde de afgelopen weken voor een discussie tussen staatsrechtgeleerden, aangezien deze drie staatssecretarissen zichzelf in de Kamer moesten controleren. Voor mensen die al voor de verkiezingen in het kabinet zaten, zoals Rutte, Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra, is dit nadrukkelijk toegestaan. Zij mogen de dubbelfunctie blijven vervullen totdat er een nieuw, volwaardig kabinet is. Voor de drie nieuwkomers ligt het ingewikkelder, aangezien zij pas zijn aangetreden nadat het kabinet al demissionair was geworden.

De Raad van State oordeelde vorige week dat de Grondwet juridisch gezien ruimte laat voor Yesilgöz, Van Weyenberg en Wiersma om beide functies te blijven combineren. Maar de belangrijkste adviseur van de regering vindt ‘de gang van zaken uit grondwettelijk oogpunt ongelukkig’. En: ‘De grondwettelijke complicaties van de recente benoemingen lijken niet tijdig en niet voldoende grondig te zijn onderkend’. In andere woorden: het kabinet is te nonchalant met de kwestie omgesprongen. De volgende dag besloten de drie staatssecretarissen hun zetel in de Tweede Kamer alsnog op te geven.

Het advies is ‘wel erg luchtigjes’

Beide oud-politici vinden het terecht dat de dubbelfuncties zijn beëindigd. Deetman, zelf zeven jaar lang lid geweest van de Raad van State, noemt het advies ‘wel erg luchtigjes’. Hij had een steviger oordeel verwacht. Maar, wil hij ook zeggen, dit is niet zozeer een juridische kwestie. Het had nooit op het bord van de Raad van State hoeven komen, vindt Deetman. “De premier had in mei dit jaar, toen Yesilgöz in beeld was om behalve Kamerlid ook staatssecretaris te worden, moeten aanvoelen: dit kan niet. Zo gaan we het niet doen. Rutte moet wel beseffen dat hij leiding geeft aan een land en niet aan een partij. Dit voorjaar had iedereen de mond vol van een nieuwe bestuurscultuur. Ik merk er nog helemaal niets van.”

Deetman vindt dat ook Kamervoorzitter Vera Bergkamp een streep had moeten trekken, toen duidelijk werd dat Yesilgöz haar zetel niet ging opgeven. “De voorzitter moet opkomen voor het aanzien van de Kamer, dat is haar taak. En dit was bij uitstek een voorbeeld dat ingrijpen nodig was.” Dat gebeurde niet. Sterker: nog voordat de Raad van State oordeelde over de dubbelrollen, schreef Bergkamp in een brief aan de Kamer dat er wat haar betreft geen sprake is van ‘een onverenig­bare combinatie van functies’. Joop van den Berg: “De Kamer heeft hier, op een enkel lid na, echt zitten maffen. Als je nu nog naar het demissionaire kabinet vertrekt, dan ben je weg als Kamerlid. Simpel. Toen Yesilgöz besloot de functies te blijven combineren, waren bijna alle andere Kamerleden kennelijk met vakantie, zo stil bleef het.”

Wat Van den Berg, in het verleden jarenlang werkzaam als hoog­leraar parlementaire geschiedenis, mist, is ‘politieke zorgvuldigheid’. Eerdere premiers hadden volgens hem meer respect voor regels en gebruiken. “Misschien is Rutte gewoon een product van zijn generatie, die veel informeler opereert dan de vorige. Hij heeft allerlei kwaliteiten, maar wat procedures betreft is Rutte een enorme slons.”

Het kan natuurlijk zijn dat die politieke zorgvuldigheid terugkeert onder het volgende kabinet van Rutte, samen met die zo beloofde nieuwe bestuurscultuur. In de formatie-notitie van VVD en D66 (volgens Kaag ‘een aanzet voor een opzet voor een mogelijk regeerakkoord’) is apart aandacht voor dualisme en het parlement als cruciale tegenmacht.

Deze formatie gaat naar alle waarschijnlijkheid de boeken in als de langste ooit

Rutte maakt weinig haast met dat nieuwe kabinet. Diezelfde Rutte zei in maart, vlak voor de verkiezingen, dat hij een ‘vliegende start’ wilde maken met de onderhandelingen, gezien de grote uitdagingen waar dit land voor staat. De realiteit is nu dat deze formatie naar alle waarschijnlijkheid de boeken in zal gaan als de langste ooit.

Deetman heeft andere tijden gekend, als minister in de kabinetten van Ruud Lubbers. “Tijdens vakanties werd gewerkt, de kabinetsformatie liep gewoon door in de zomer. En daar werd ook niet over gezeurd. Ja, het gebeurde weleens dat iemand die thuis een gezin had, vroeg om een pauze. Nou, dat begreep Lubbers niet zo goed.” Dat de huidige formatie zo tergend langzaam verloopt, is volgens Deetman onnodig: “De conclusie dat er geen meerderheidskabinet te formeren valt, had je ook voor de zomer kunnen trekken.”

Het lange aanblijven van dit demissionaire kabinet werkt nieuwe personeelswisselingen in de hand, met alle ongewenste gevolgen van dien. “Een demissionaire minister heeft het nu nauwelijks minder zwaar dan voor het aftreden”, zegt Joop van den Berg. Het is daarom niet onlogisch om een kabinet op sterkte te houden. Maar inmiddels zijn de mensen in Rutte III die nog dezelfde portefeuille hebben als bij de start in 2017 in de minderheid. En het einde van hun demissionaire bestaan is nog lang niet in zicht.

Lees ook:

Het lobbyverbod geldt niet voor Cora van Nieuwenhuizen, zegt haar ministerie

Om te voorkomen dat oud-bewindspersonen contacten en kennis gaan inzetten voor een nieuwe baan, werd in 2017 een lobbyverbod ingesteld. Maar dat geldt niet voor oud-minister Cora van Nieuwenhuizen, stelt het ministerie van infrastructuur en waterstaat.

Drie staatssecretarissen geven hun Kamerzetel op na kritisch advies Raad van State

De Raad zei enerzijds ‘onvoldoende’ juridische grond te zien om de dubbelfunctie af te keuren, maar constateerde tegelijkertijd er wel ‘ongelukkig’ mee te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden