ProfielKhadija Arib

De ‘beste Kamervoorzitter’ in jaren kreeg keer op keer anonieme kritiek

Oud-Kamervoorzitter en PvdA-Kamerlid Khadija Arib in haar werkkamer, vorige week donderdag. Arib maakte zaterdagavond in een verklaring op Twitter bekend dat ze opstapt als Kamerlid. Beeld ANP, Bart Maat
Oud-Kamervoorzitter en PvdA-Kamerlid Khadija Arib in haar werkkamer, vorige week donderdag. Arib maakte zaterdagavond in een verklaring op Twitter bekend dat ze opstapt als Kamerlid.Beeld ANP, Bart Maat

Khadija Arib kreeg alom respect als Kamervoorzitter. Maar meermalen moest ze zich verweren tegen anonieme beschuldigingen.

Wilma Kieskamp

De dag dat Khadija Arib (61) voorzitter werd van de Tweede Kamer, kon ze zich schrap zetten voor zeer persoonlijke verwijten. PVV-leider Geert Wilders trok in januari 2016 alle registers open. Het was een ‘zwarte dag’ in de parlementaire geschiedenis. “Nederland heeft nu een Marokkaanse Kamervoorzitter.” Arib was volgens hem niet te vertrouwen.

Persoonlijk hakten die beschuldigingen er bij Arib diep in, vertelde ze later in de interviewserie ‘De Tien Geboden’ in Trouw. Dat had ook te maken met dat andere fenomeen waar Arib direct al mee kampte toen ze zich kandidaat had gesteld.

Er verschenen berichten op basis van anonieme bronnen. Haar afkomst en accent zouden een probleem zijn. Arib verwonderde zich dat de beschuldigingen zo makkelijk door de media werden opgepikt. Maar echt druk hoefde ze zich er ook weer niet om te maken.

De kritiek verstomde snel. Door de stevige manier waarop Arib de voorzittershamer in de hand nam, gold ze vanaf de start als een van de sterkste Kamervoorzitters in lange tijd. “De beste”, zo luidde zelfs het compliment van de PVV. Arib was zo populair in het land dat zelfs die partij zich tot haar statuur moest zien te verhouden.

Onafhankelijk of koppig?

Alom lof toegezwaaid krijgen én zich moeten verweren tegen kritiek op haar persoon. Dat is de rode draad in het Kamervoorzitterschap van PvdA-politica Arib. Ze was tweemaal voorzitter, van 2016 tot 2017 – toen de PvdA nog in de regering zat – en opnieuw van 2017 tot 2021, toen ze als Kamerlid van de oppositie de voorzittershamer hanteerde.

Het was geen gelopen race dat ze in 2016 Kamervoorzitter werd. Arib moest om te beginnen weerstand overwinnen in haar eigen fractie. Daar was ze een van de Kamerleden met de langste parlementaire ervaring.

Ze kwam in 1998 in de Tweede Kamer, waar ze zich net als eerder in haar loopbaan inzette voor vrouwenrechten. Zo schreef ze het boek ‘Allah heeft ons zo gemaakt’, waarin ze aandacht vroeg voor de positie van lesbische vrouwen in de islamitische wereld. In 2011 trok het weinig aandacht.

‘Onafhankelijk’, was de lof. ‘Koppig’ en ‘eigengereid’, klonk als kritiek binnen de fractie. Arib kwam geregeld in conflict met PvdA-leider Wouter Bos. Ook de Tweede Kamer was niet direct overtuigd dat Arib de voorzittershamer moest gaan hanteren. Het kostte vier stemrondes om benoemd te worden.

Veel gezag

Als Kamervoorzitter was Arib niet bang om in te grijpen bij debatten en kwam ze fel op voor het recht van de Tweede Kamer op informatie. Vooral dat laatste gaf haar veel gezag.

Maar Arib kon ook botsen, meestal ging dat over organisatorische zaken. Over de verbouwing van de Tweede Kamer voerde Arib een bittere strijd: zij was tegen de tijdelijke verhuizing en vond dat het instituut op de historische plek in functie moest blijven – zelfs als de verbouwing daardoor duurder zou zijn.

Dat principiële standpunt leverde haar opnieuw het verwijt op koppig te zijn. Arib ging dwars in tegen het onderzoek dat CDA-minister Raymond Knops had laten doen, en kwam ook in botsing met de coördinator van de verbouwing, D66’er Alexander Pechtold.

Het Kamervoorzitterschap raakte ze in 2021 kwijt. Politiek waren de verhoudingen veranderd. De PvdA was veel zetels verloren. De stemmen in de Tweede Kamer gingen naar een andere kandidaat, van een partij die nog nooit een Kamervoorzitter had geleverd.

Lastercampagne

Arib kreeg te maken met een lastercampagne. Vlak voor de stemming deden tien anonieme bronnen tegen RTL beklag dat zij als werkgever van het personeel in de Tweede Kamer disfunctioneerde.

De aanklacht was snoeihard: Arib was ‘achterbaks’. Een dolk in haar rug door politieke tegenstanders die haar herbenoeming wilden torpederen, oordeelde Arib. Ze zag ook seksisme in de media. “Ik heb nog nooit zo’n buitenproportioneel gemeen artikel gelezen over een mannelijke politicus”, vertelde ze later in Trouw.

Na haar Kamervoorzitterschap zou ze in het najaar 2022 beginnen aan een gevoelige nieuwe klus: het voorzitterschap van de parlementaire enquête naar de coronacrisis.

Afscheid

Arib moest daar in goede banen zien te leiden dat in die enquêtecommissie vooral veel coronasceptische fracties meedoen. En ze moest bovendien zichzelf gaan onderzoeken, in haar rol als Kamervoorzitter in coronatijd. Maar het was een uitdagende opdracht.

Vlak voor het zover was, waren er opnieuw anonieme beschuldigingen. Het presidium van de Tweede Kamer voelde zich genoodzaakt een onderzoek in te stellen. Arib wist het zelf niet. Ze sloeg hard terug. Het is “een dolkstoot in de rug” door huidig Kamervoorzitter Bergkamp, zei ze direct.

Voor de derde keer op rij was van buitenaf haar reputatie aangevallen. En zelfs een ander oud patroon keerde terug, van een eenzame positie binnen de eigen PvdA-fractie. Arib voelde zich in de steek gelaten. Ze informeerde PvdA-fractievoorzitter Attje Kuiken niet dat ze vanwege alle tumult haar zetel als Kamerlid inlevert. De relatie met de partij is stuk.

Lees ook:

Persoonlijk en politiek explosief onderzoek naar oud-Kamervoorzitter Arib

Een aanstaand onderzoek naar het vroegere gedrag van Khadija Arib als Kamervoorzitter lekte vroegtijdig uit naar de pers.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden