D66-kamerlid Salima Belhaj in Den Haag  Beeld Maartje Geels
D66-kamerlid Salima Belhaj in Den HaagBeeld Maartje Geels

InterviewSalima Belhaj

D66-Kamerlid Salima Belhaj over de erfenis van Fortuyn: ‘Provoceren is een opportunistisch verdienmodel geworden’

Esther Lammers

Pim Fortuyn inspireerde D66-kamerlid Salima Belhaj destijds om ook taboes te doorbreken. Al ziet ze twintig jaar na zijn dood dat het debat dat hij startte steeds meer een worsteling is geworden.

Salima Belhaj (43) was student in Rotterdam toen Pim Fortuyn in 2002 werd vermoord. Hij kwam op voor de individuele vrijheid en wilde de taboes van de multiculturele samenleving doorbreken. Belhaj wilde dat ook. Ze stortte zich destijds enthousiast in het maatschappelijk debat. Inmiddels is ze voorzichtiger – in een land waarin woorden nu eenmaal steeds meer gewogen worden.

“Voordat ik iets ga zeggen, wil ik eerst vertellen dat ik dit gesprek heel spannend vind”, zegt Belhaj. “Het is blijkbaar een ingewikkelde en gepolariseerde discussie geworden. Ik moest er heel goed over nadenken. Maar daarom wil ik het ook juist wél doen. Als ik zelfs hierover niets meer kan zeggen, uit angst voor de polarisatie, de reacties... Het zegt iets over de tijd waarin we leven.”

Belhaj groeide op als dochter van Marokkaanse gastarbeiders in het christelijke Harderwijk. Toen Nederland nog wat liever was, zegt ze, en men ervoor zorgde dat gastarbeiders hier goed landden. Belhaj ging personeelsmanagement studeren op de Hogeschool Rotterdam, en werd al in in haar studententijd lid van D66.

‘Fascinerend dat er openlijk over die gevoelens werd gepraat’

Ze werd lid van de werkgroep multiculturele samenleving van D66. Belhaj: “Ik was al druk bezig met de integratieproblemen die ik waarnam, maar we zagen de opkomst van Fortuyn niet aankomen. Opeens was hij daar. Er ontstond een groot maatschappelijk debat over de multiculturele samenleving. En uit het niets werd er plotseling scherp geformuleerd. Wij wisten niet dat zoveel mensen gevoelens van ongenoegen hadden.”

“Ik deed graag mee aan die debatten, vond het fascinerend dat er openlijk over die gevoelens werd gepraat. Als de ander ook worstelt met de multiculturele samenleving, dan kun je het gesprek aangaan – ook als iemand blijkbaar moeite heeft met mensen van mijn religieuze en etnische afkomst.”

“In die tijd was ik zelf ook erg bezig met de vrije partnerkeuze. Als je op het station hand in hand liep met je vriend was dat nog erg ingewikkeld. Dan werd je gewoon uitgescholden, met alle krachttermen die daarbij horen. Door Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond, ja. Het was nog een taboe om zelf je partner te kiezen. En ik had een Nederlandse vriend.”

‘Kiezen voor vrijheid, dat ís Nederland’

“Dus ik vond het eigenlijk wel fijn dat dankzij Fortuyn progressieve liberale – Marokkaanse – vrouwen zoals ik ook de kans kregen hun thema’s te bespreken en discussies open te breken. Het ging mij minder om Pim Fortuyns politieke discours, meer om het maatschappelijk effect ervan. Ik zat in een heel ingewikkelde positie, dat durf ik achteraf wel te zeggen. Ik behoorde niet tot de extreemrechtse groepen, maar ik had ook niets met de conservatief-fundamentalistische moslims.”

“Ik wilde in de debatten de taboes doorbreken over vrije partnerkeuze, hoofddoekjes of verbanning uit je gemeenschap. Je zou kunnen zeggen dat die gelegenheid mij werd geboden door de opkomst van Pim Fortuyn. Ik benadrukte dan steeds dat het ging over individuele vrijheden. Je moet in vrijheid kunnen spreken, en dat geldt ook voor mensen die moeite hebben met de multiculturele samenleving. En je moet het opnemen voor mensen die vastlopen in het kunnen maken van die individuele keuzes. Het is niet makkelijk om te kiezen voor je eigen vrijheid, of om uit de kast te komen. Maar het mag wél in Nederland. Sterker nog: dat ís Nederland, hier heb je die vrijheid.”

Salima Belhaj: ‘Als mensen mij een racistische mail sturen, dan mail ik terug’. Beeld Maartje Geels
Salima Belhaj: ‘Als mensen mij een racistische mail sturen, dan mail ik terug’.Beeld Maartje Geels

“Ik wil altijd met mensen in gesprek. Nog steeds. Als mensen mij een racistische mail sturen, dan mail ik terug. Ik vraag om even te bellen of een kop koffie te drinken. Mensen schrikken dan en zeggen: ‘Ik ben van de PVV’. Dan zeg ik: ‘Dat mag. Maar waarom stuurt u mij deze mail? Vertel er eens iets meer over?’ Dat komt voort uit die tijd, twintig jaar geleden. De behoefte om als iemand mij haat, of iets toewenst, tóch het gesprek aan te willen gaan.”

“Laatst had ik er weer eentje die niet reageerde. Maar als het tot een gesprek komt, is het altijd fijn. En ja, je komt er gewoon achter dat mensen een heel persoonlijk verhaal hebben en dat projecteren op jou. Je moet altijd gevoelig zijn voor wat beleid in de realiteit doet met mensen. Dat bewustzijn is tijdens de opkomst van Fortuyn versterkt. Iedere politicus zal zeggen: ‘Dat doe ik altijd’. Maar bij de kinderopvangtoeslagaffaire hebben mijn collega’s Pieter Omtzigt, Renske Leijten en Farid Azarkan laten zien hoe nodig dat nog steeds is. Ik ben nu voorzitter van de enquêtecommissie kinderopvangtoeslagaffaire. Zij zagen dat de realiteit totaal anders was. Dat mensen de vernieling in zijn geholpen.”

U werd actief in de Rotterdamse politiek. In 2010 probeerde u, inmiddels als partijleider, met Leefbaar Rotterdam, de partij van Fortuyn, een coalitie te vormen. Waarom?

“Dat was voor mij heel spannend. D66 had de sleutel voor een coalitie in handen. Het ging in de verkiezingen steeds over de vraag of Rotterdam van Leefbaar was of van de PvdA. Het debat was enorm gepolariseerd. Terwijl de helft van de Rotterdammers een andere afkomst heeft, en de andere helft autochtoon is. De stad dreigde te verscheuren. Ik vond het verschrikkelijk dat het alleen nog om de tegenstellingen ging. Vergeef me, maar ik wil graag een samenleving waarin we met elkaar kunnen schuren, maar ook met elkaar samenleven. Ik wilde proberen de twee uitersten te verbinden. Ik heb toen eindeloos geprobeerd om met Dominic Schrijer (PvdA) en Marco Pastors (Leefbaar) een coalitie te maken. Dat lukte uiteindelijk niet. Het was een stap te ver.”

“In 2014 lukte het wel met Leefbaar, dat zijn toon had veranderd en een Rotterdamse volkspartij wil zijn. Leefbaar werd weer de grootste. En ik wilde weer de uitersten verbinden. Ik probeerde eindeloos SP of GroenLinks erbij te krijgen. Ik dacht: dan heb je rechts volks, progressieve liberaal, en links in één coalitie. Het lukte niet. Uiteindelijk bleef alleen een coalitie over van CDA, D66 en Leefbaar.”

En kwam Rotterdam daarmee een stap verder?

“Leefbaar wilde heel graag. Het was voor mij een grote worsteling, vanuit mijn politieke kleur, maar ook vanuit mijn afkomst. Er waren heel veel mensen die er kritiek op hadden. Maar er zijn goede dingen uit voortgekomen. Ik wilde laten zien dat ik het op een goede manier doe. Met alle waarborgen. Ik was politiek leider, maar met een Marokkaans-islamitische achtergrond. Dat brengt extra bewustzijn met zich mee. Want dan raakt het politieke ook het persoonlijke. Als er problemen zijn met de multiculturele samenleving, hoe los je dat dan op met elkaar? Dat ging over Rotterdam-Zuid, vrouwen die niet mochten integreren of mensen die de taal onvoldoende spraken om te kunnen integreren.

“Daar hebben de mensen veel meer aan. Er lagen wel grenzen, zoals welke toon er over integratie gehanteerd moest worden, en welke maatregelen we precies namen. We bleven weg bij de grote retoriek.”

Salima Belhaj: ‘We gebruiken al twintig jaar hetzelfde rechts-populistische narratief, er is al jaren stilstand.’ Beeld Maartje Geels
Salima Belhaj: ‘We gebruiken al twintig jaar hetzelfde rechts-populistische narratief, er is al jaren stilstand.’Beeld Maartje Geels

Salimah Belhaj is Kamerlid voor D66 sinds 2016. Ze is een Nederlands-Marokkaanse politica, geboren in Harderwijk in 1978 en komt naar eigen zeggen uit een modern en progressief gezin. Ze groeide in Harderwijk op in twee werelden: de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap met collectieve dwang, en het christelijke Harderwijk. Ze studeerde in Rotterdam personeelsmanagement en werkte enkele jaren bij Museum Boijmans en theatergroep De Appel.

Van 2008 tot 2016 was ze raadslid voor D66 in Rotterdam, daarna werd ze Kamerlid. Bij het vertrek van D66-leider Pechtold in 2018 stelde ze zich kandidaat om fractieleider te worden, maar ze verloor het van Rob Jetten. In 2021 zette ze zich als woordvoerder defensie in om ervoor te zorgen dat de achterblijvers van de missie in Afghanistan naar Nederland konden komen. Ze is voorzitter van de parlementaire enquête fraudebeleid.

Zou u zo’n college ook hebben gevormd met de PVV?

“Nee. Leefbaar is een wat rechtse Rotterdamse volkspartij. De PVV zet moslims weg en wil Marokkanen het liefst verwijderen uit Nederland. Datzelfde geldt voor FVD. Aan zo’n college zou ik nooit meewerken.”

U bent op een gegeven moment gestopt met in het openbaar discussiëren over de multiculturele samenleving. Waarom?

“Ik merkte dat ik steeds bezig was ervoor te zorgen dat het niet meteen in de rechtsextremistische hoek terechtkwam wanneer ik opkwam voor individuele vrijheid. Het is een heel dun lijntje dat je de hele tijd moet bewandelen. Op een gegeven moment lukte dat niet meer. De PVV deed haar minder-Marokkanenuitspraak. En ik merkte dat alles waarmee ik in de discussie taboedoorbrekend wilde zijn – zoals de vrije partnerkeuze, het wel of niet dragen van een hoofddoek, of de afvalligheid – in het rechtse narratief zat. En dáár laat ik mij niet voor lenen. Ik doe dat voor degenen die het nodig hebben, niet zodat rechtse partijen kunnen zeggen: zie je nou wel. Dat is een heel belangrijk moment geweest. Ik wilde er niets meer mee doen. Ik ging politiek mijn werk doen, maar op heel andere thema’s.”

U heeft in de Tweede Kamer sinds een paar maanden toch weer integratie in de portefeuille.

“Ja, ik heb mezelf voorgenomen weer even bij nul te beginnen. Waar staan we nu? Dus deze vraag komt eigenlijk te vroeg. Mijn conclusie is wel dat we al twintig jaar hetzelfde rechts-populistische narratief gebruiken. We komen niet vooruit, er is al jaren stilstand. Dat moet anders, maar hoe, daar ben ik nog niet uit. Ik wil me in ieder geval niet laten leiden door het narratief van anderen. Nooit gedaan, trouwens.”

Wat bedoelt u met rechts-populistisch narratief?

“Je doet een radicale uitspraak, dan komt daar een debat over, en vervolgens hebben we in de Kamer een debat over de provocatie van de provocatie. En dan is het klaar. Provocatie is niet erg, maar het doel moet zijn om iets te willen oplossen. Het is heel erg moeilijk om in de Tweede Kamer een normaal debat te voeren, met nuance. Daar zijn we nu beland. Ik word daar doodongelukkig van, omdat ik denk: wat hebben we nu dan opgelost met elkaar?”

“Het narratief is dat de integratie van minderheden niet goed gaat. Dat klopt niet. Het gaat hartstikke goed met mijn generatie, de kinderen van gastarbeiders. Dat zie je als je kijkt naar opleidingsniveau, banen, ondernemers, financiële zelfstandigheid, participatie. Ze maken op allerlei manieren deel uit van de Nederlandse samenleving. Toch zie je dat moslims en Marokkanen de afgelopen jaren structureel zijn weggezet. Je moet er nog maar zin in hebben om te integreren. Toch is dat wel gebeurd. Overal. Maar niemand durft dat meer te zeggen. Als je dat doet, dan ben je zogenaamd bezig met afdekken. Ik zeg dus: het gaat hartstikke goed. En soms zijn er problemen die benoemd en opgelost moeten worden.”

“Tegelijk is de Marokkaanse of Turkse gemeenschap net zo divers als de Nederlandse autochtone gemeenschap. Het is geen eenduidige groep. Als er iets in Urk gebeurt, spreken we ook niet alle mensen in Urk daarop aan. De groepsbenadering degradeert mensen. Ze zijn dan alleen nog een etniciteit of een religie. En dat heeft effect. Op hoe ze zich gedragen. Dat ze zich moeten verantwoorden, en hoe andere mensen daarnaar kijken.”

Is dit populisme een erfenis van Fortuyn? Had hij wel de intentie om op te lossen?

“Ja, dat gevoel had ik wel. Misschien zijn oplossingen niet de mijne, maar Fortuyn heeft nooit de kans gekregen. Hij provoceerde als middel om de taboes te doorbreken. Tegenwoordig zie je provocatie om de provocatie. Gevoelens van mensen gebruiken, die vergroten, nog meer uitvergroten, en daar reactie mee uitlokken. Het leidt tot niets. Ik reken de huidige provocatieve partijen af op hun daden. Wat doen zij aan de problemen?”

“Populisten vinden dat ze uit Fortuyn voortkomen, maar dat is een valse legitimatie. Ze zeggen: ‘Ik vertolk wat mensen voelen, en dan is het altijd goed. En als je het daar niet mee eens bent, ben jij fout, dan luister je niet naar mensen.’ Maar over welke mensen hebben we het dan eigenlijk? Dit maakt iedereen steeds kleiner en angstiger om het debat aan te gaan. Het maakt mijn generatie ook moedeloos. Wat moet je nog doen om gerespecteerd te worden net zoals iedere andere Nederlander? Met de integratie gaat het dus hartstikke goed, maar met de omgangsvormen gaat het hartstikke fout. Provoceren als doel op zich, en echt anders dan twintig jaar geleden. Heeft dat met Fortuyn te maken, of is het gewoon een opportunistisch verdienmodel geworden van politieke partijen? Ik denk dat laatste.”

Lees ook:

Voormalig verslaggever Adri Vermaat bezoekt de oude buurt van Pim Fortuyn in Rotterdam,

Wat dreef Fortuyn naar deze Rotterdamse probleemwijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden