ColumnHans Goslinga

D66 danst op het graf van Thorbecke

Misschien is het na meer dan een halve eeuw niet meer dan een geurvlaggetje, maar D66 gaat opnieuw de verkiezingen in met het pleidooi voor een rechtstreeks gekozen premier. Motief: zo krijgen mensen een stem op de macht en meer invloed op de kabinetsformatie.

Het is nog maar de vraag of dat zo zal uitpakken. Een mandaat van de kiezers is één ding, maar het verwerven van steun voor zijn of haar program zal voor de premier lastig blijven en niet als bij toverslag een eind maken aan het ‘ondoorzichtig geknutsel van enkelingen’, zoals PvdA-voorman Den Uyl de formatie ooit typeerde. Maar het wegen van de vrome wensen van D66 lijkt me nog niet eens de echte kwestie. Veel belangrijker is de vraag of je in een tijd van opkomende egocraten in de wereld moet streven naar concentratie van de macht bij één persoon.

In ons politieke bestel zijn de gewichten relatief en is het de kunst in een kabinetsformatie een zeker machtsevenwicht te bereiken, zodat het land weer voor vier jaar regeerbaar is. Dat sluit goed aan bij het model van collegiaal bestuur, waarin je volgens de ervaringsdeskundige Rutte niet zo ver komt met harde macht. Na zes jaar regeren stelde hij in zijn Thorbeckelezing vast dat het aan komt op geduld, souplesse en overredingskracht.

Thorbecke heeft hierbij vermoedelijk geglimlacht in zijn graf, want hij was de man die aan de machtsconcentratie bij één persoon, in zijn tijd de koning, een eind maakte. Zo beducht was hij hiervoor dat hij in zijn politieke testament waarschuwde voor ‘een kabinet met één hoofd en voor het overige commiezen’. De kern van zijn visie was: beperking van macht door verdeling van de macht.

De Kamer moet beter opletten

In historisch perspectief is het dus ongerijmd dat het zich liberaal noemende D66 de minister-president een aparte machtspositie wil verlenen. Maar zou dat niet aansluiten bij de gegroeide praktijk waarin de bewoner van het Torentje al blikvanger en spilfiguur in de nationale politiek is geworden? Die ontwikkeling heeft zich zeker voorgedaan, maar de premier is altijd afhankelijk gebleven van het vertrouwen van (de meerderheid) van het parlement. Met directe verkiezing ontstaat een andere dynamiek, omdat de premier een zelfstandige legitimatie van de kiezers heeft. Houd je dan wel iets over van de parlementaire democratie? De premier blijft weliswaar afhankelijk van de steun van de Kamers, maar hij of zij kan bij een oplopend conflict zijn kiezers mobiliseren of bij een onoverbrugbaar conflict de Tweede Kamer ontbinden en nieuwe verkiezingen afdwingen.

De voor het parlement licht wrange ironie is dat Rutte in feite deze weg bewandelde, toen in 2012 de PVV haar gedoogsteun aan het kabinet opzegde. Achteraf tot spijt van toenmalig Kamervoorzitter Verbeet, bewilligde de Tweede Kamer in ontbinding en nieuwe verkiezingen. Van een onoverbrugbaar conflict tussen kabinet en Kamer, dat verkiezingen noodzakelijk maakte, was in het geheel geen sprake; sterker nog, een meerderheid van partijen sloot met het kabinet een Lenteakkoord, dat de basis had kunnen vormen voor een nieuwe coalitie.

Rutte gedroeg zich destijds dus, weliswaar met de zegen van het parlement, als een regeringsleider naar Brits model die na het weglopen van de PVV verkiezingswinst vermoedde. Zijn intuïtie klopte, de VVD boekte tien zetels winst. De staatscommissie-Remkes heeft bij deze gang van zaken achteraf vraagtekens geplaatst, maar stelt in haar eindrapport niet voor het mandaat van de Tweede Kamer in de Grondwet op vier jaar vast te pinnen. De Kamer moet in zulke situaties zelf maar beter opletten.

Een systeembreuk

Indien de minister-president al zoveel armslag heeft als het parlement toestaat, waarom dan de machten die op elkaar zijn aangewezen uit elkaar drijven? Bij haar pleidooi voor de gekozen burgemeester voert D66 aan dat de ambtsdrager zelf en de burgers daar ‘uiteindelijk baat bij hebben’. Ook dat is niet meer dan een vrome wens, misschien wel een slag in de lucht, omdat de formeel benoemde, maar feitelijk indirect gekozen burgemeesters thans veel vertrouwen genieten.

De staatscommissie heeft de gekozen premier afgewezen als een te grote verandering, zo niet ‘een systeembreuk’. Zij onderkent wel het probleem van machtsvorming in een gefragmenteerd krachtenveld. Dat is lastig bij een grote verscheidenheid, maar nog altijd niet onoverkomelijk, zolang partijen bereid zijn tot samenwerking. De figuur van de gekozen premier druist in tegen die geest vanwege de ophoping van macht bij één persoon.

De politieke denker Willem Bonger doorzag in de jaren dertig dat de democratie, net zo goed als de monarchie, ‘zwakkelingen, gekken in optima forma en ellendelingen’ aan de macht kan brengen. Je hoeft niet eens zo heel ver om je heen te kijken om te ontdekken dat hij een scherp oog had.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden