InterviewCarla Dik-Faber

CU-kamerlid Carla Dik-Faber: ‘Ik moet stoppen. Ik ga mezelf nog verliezen in dit mooie ambt’

Carla Dik-Faber op haar favoriete plek op het Binnenhof, voor de Ridderzaal.  ‘Alles hier ademt historie. Ik vind het elke dag weer bijzonder dat ik in de voetstappen loop van illustere voorgangers. Dierbare herinneringen heb ik aan Prinsjesdag in de Ridderzaal, in het bijzondere die ene keer dat mijn ouders erbij waren.’ Beeld Werry Crone
Carla Dik-Faber op haar favoriete plek op het Binnenhof, voor de Ridderzaal. ‘Alles hier ademt historie. Ik vind het elke dag weer bijzonder dat ik in de voetstappen loop van illustere voorgangers. Dierbare herinneringen heb ik aan Prinsjesdag in de Ridderzaal, in het bijzondere die ene keer dat mijn ouders erbij waren.’Beeld Werry Crone

Politieke debatten over gevoelige onderwerpen ervoer ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber als een steeds zwaardere opgave. Na veel aarzelen stopt ze, en verlaat de Tweede Kamer.

Halverwege het gesprek springt de verlichting uit in de werkkamer van Carla Dik-Faber. In het donker springt ze op, en wappert uitbundig met haar armen om de lampen weer aan te krijgen. Bij het ‘groenste Kamerlid’ (een titel die ze ooit kreeg van Natuurmonumenten) is ook op de eigen werkplek het milieubewustzijn altijd aanwezig. Een sensor zet vanzelf de lampen uit als ze weg is naar een debat. Een printer staat er evenmin in de werkkamer. “Digitaal is veel makkelijker, ik raak papieren maar kwijt”, vindt Dik-Faber.

De afgelopen jaren was de 49-jarige ChristenUnie-politica een van de drukste Kamerleden op het Binnenhof. Altijd onderweg van het ene vergaderzaaltje naar het andere, meer dan andere parlementariërs. De kleine fractie van de ChristenUnie moet de vele klussen onderling verdelen, en probeert als regeringspartij toch bij alle belangrijke debatten zichtbaar te zijn. Dik-Faber is daarbij ook nog eens woordvoerder over zowel klimaat als de boeren, terreinen waar de politieke kortsluiting nooit ver weg is. Ook deed ze belangrijke debatten over corona, zorg, medische ethiek, woningbouw en cultuur.

Haar telefoon telt meer dan vijftig appgroepen. Regeren met vier partijen betekent eindeloos overleggen, binnen de fractie, met de andere coalitiepartijen VVD, CDA en D66. Kamerleden in de coalitie hebben meer invloed dan ooit, maar het werk is ook intensiever geworden. Het is niet iets om over te klagen, vond ze altijd. Maar ze vindt dat het werk veranderd is. Ze kan het niet meer opbrengen een derde termijn goed te vervullen, was de pijnlijke conclusie.

Beslissen om te stoppen vond u moeilijk?

“Het ging met tranen, toen ik fractieleider Gert-Jan Segers vertelde dat ik zou stoppen. Niemand had het zien aankomen. Ik had een mooie sollicitatiebrief geschreven, heel gemotiveerd. Iedereen had me aangemoedigd: ga door, je bent een goed Kamerlid, je hebt veel bereikt, je ervaring is belangrijk. Maar voor mezelf voelde het niet goed. Ik had juist heel veel twijfels, maar die had ik overschreeuwd, ontdekte ik achteraf, door bij anderen bevestiging te vragen. Ook mijn echtgenoot en dochter zeiden: het is belangrijk dat er Kamerleden zijn met een groen profiel. Zij vinden duurzaamheid net zo belangrijk als ik.

“Misschien is het kwetsbaar, om eerlijk te zeggen: ik trek het niet meer om 24/7 beschikbaar te zijn. Voor mij is dat niet anders dan voor andere Kamerleden. Altijd nog ’s avonds aan het werk, ook op zaterdag, op vakantie toch weer met mijn telefoon in de hand op dat wandelpad staan in de Oostenrijkse bergen. Mijn vader is opgenomen in een verpleeghuis. Dat heb ik niet goed kunnen begeleiden, vind ik zelf. Wat ik ook moeilijk vind, is: als je wat langer Kamerlid bent, gaan mensen steeds meer de politicus zien, en niet meer de persoon Carla. Zelden krijgen politici de vraag: hoe gaat het met jóu? Het is een bijzondere plek waar ik werk. Ik begrijp dat mensen zo reageren. Maar ik dacht: ik moet stoppen. Ik ga mezelf nog verliezen, in dit mooie ambt.”

Daar zullen aanstaande Kamerleden flink van schrikken, waar beginnen ze aan?

“Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik wil tegen iedereen zeggen, zeker tegen vrouwen: laat je niet afschrikken. Toen ik zelf begon, in 2012, was mijn eerste gedachte ook: dit is zo’n grote opdracht, dit kan ik niet. Maar het is te doen, óók met een gezin, ook als je niet in de Randstad woont. Maar misschien niet drie termijnen. Voor iedereen zal de grens anders zijn maar voor mij stopt het na achtenhalf jaar. Het heeft te maken met de balans werk-privé, maar ook met de polarisatie in de politiek, waar ik de afgelopen jaren steeds meer moeite mee kreeg. Ik heb gevraagd of ik alsnog van de kandidatenlijst kon worden gehaald.”

Waar ziet u die politieke polarisatie? De ChristenUnie heeft toch eendrachtig samengewerkt met VVD, CDA en D66, de afgelopen jaren?

“Ik zie dat het politieke debat verandert. Het is steeds moeilijker om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Ik kan daar niet in floreren, zo voel ik dat echt. Ik zit in de politiek om te verbinden en om oplossingen te zoeken. Bij het debat over stikstof heb ik dat ervaren, maar vooral op het medisch-ethische dossier. Onlangs nog, toen ik namens de ChristenUnie met het voorstel kwam om te zoeken naar een manier om abortussen tegen te gaan. Wij besloten zelf een stap naar voren zetten: voor het eerst hebben we gezegd: als het helpt dat de anticonceptiepil in het basispakket komt, dan willen wij dat steunen. Dat is een langgekoesterde wens van de progressieve partijen. Het leek mij een goed uitgangspunt voor een gesprek, maar er ontstond meteen weer polarisatie. In het debat trok de SGP aan de ene kant, D66 aan de andere kant. Iedereen in de Tweede Kamer stond weer ouderwets lijnrecht tegenover elkaar. Dan denk ik: daar zijn de vrouwen om wie het gaat, toch niet mee geholpen?”

U was teleurgesteld in de reactie van coalitiegenoot D66?

“Ik hoopte dat ze het een interessant voorstel zouden vinden. Maar dat hebben ze niet gezegd.”

Partijen die verschillend denken over grote onderwerpen, is dat polarisatie of hoort dat bij het politieke debat?

“Het mag botsen. Maar in the end wil ik een oplossing. Het debat is niet het doel, het doel is de oplossing vinden. Dan pas heb je als politicus iets goed gedaan voor het land. Maar ik zie ik dat het steeds moeilijker wordt om tot die gezamenlijke oplossing te komen.

“Het debat over stikstof vond ik ook te gepolariseerd. Als ChristenUnie-Kamerlid sta ik pal voor de zorg voor de schepping, dus ik ben vóór natuurbehoud. Maar je kunt niet het hele stikstofprobleem bij de boeren op het erf schuiven. Zeggen dat de veestapel gehalveerd moet worden en dan is het allemaal opgelost, dat klopt gewoon niet. Die uitspraak is wel gedaan door een collega van D66. Dat heeft veel pijn veroorzaakt bij de boeren, en de polarisatie vergroot.

“Het maakte het gesprek over de oplossing alleen maar moeilijker. Uiteindelijk is het goed afgelopen, met de stikstofwet die onlangs in de Tweede Kamer is aangenomen, mede dankzij de steun van SP, SGP en 50Plus. Dat is hoe politiek moet zijn. Maar ik heb het echt lastig gehad met de manier waarop de discussie het afgelopen jaar is verlopen. Veel boeren willen graag duurzaam produceren. Het is een probleem van een hele voedselketen, we waren bezig er één schakeltje aan te wijzen en daar alle schuld te leggen.

“Als het wél lukt, een oplossing vinden, dan geniet ik. Het hoogtepunt, wat mij betreft: de Klimaatwet en het Klimaatakkoord, met stevige doelstellingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Van bijna elke partij staat de naam onder de Klimaatwet, van VVD tot SP. De aanzet kwam van PvdA en GroenLinks, maar ik heb er samen met D66 binnen de coalitie hard aan getrokken. Ik zal ook nooit het moment vergeten dat we in Parijs stonden op de Klimaattop, met een hele groep Kamerleden, van zeer verschillende partijen. En dat we elkaar aankeken en wisten: al verschillen we over de route, over het doel zijn we het eens. Zo moet politiek zijn, vind ik.”

Als Kamerlid was u vooral zeer effectief met moties. Bijna niemand krijgt er zoveel aangenomen als u. Het gewone politieke handwerk is toch het meest effectief?

“Werkbezoeken vind ik veel belangrijker. Ik leg mijn oor zoveel mogelijk te luisteren in het land. Moties zijn geen doel op zich. Al zijn ze meestal het enige papier dat ik print, hahaha.

“Dankzij een motie lukte het om de invoering van gebarentaal te regelen. En met statiegeld op flesjes. Dat waren echt toffe moties. Statiegeld op flesjes gaat er eindelijk komen, daar heb ik jaren voor gestreden. Er zijn binnen de coalitie achter de schermen veel gesprekken voor nodig geweest, het ging niet zonder slag of stoot.”

U maakte de afgelopen jaren de indruk dat u in debatten over medische ethiek nog scherper was dan in debatten over duurzaamheid. U bent gelovig, bepaalt dat uw positie?

“Mijn geloof bepaalt mijn visie op de waarde van het leven. Bij mijn werk voel ik de bijbelse opdracht om zorg te dragen voor de schepping en zorg te dragen voor de schepselen. Voor de aarde en voor de mensen. Dat gaat me beide aan het hart. Maar ik merk dat je snel in een hoekje wordt geduwd. ‘Jullie zijn toch tegen, omdat je christen bent’, en hup, daar word je naar de zijkant van de debat­arena gemanoeuvreerd.

“Ik citeer zeker weleens uit de Bijbel in debatten. Soms is dat mooi en passend. Maar bij debatten over medische ethiek merk ik dat, als je bijbelse argumenten aanhaalt, het debat alleen maar ingewikkelder wordt. De discussies zijn al lastig genoeg, voor iedereen. Het gaat over vragen van leven en dood. Ik wil dat debat voeren op mijn politieke overtuigingen, omdat ik vind dat ik goede, inhoudelijke argumenten heb. En ik sta niet alleen.

“De levenseindepil, bijvoorbeeld, daar ben ik uitgesproken tegenstander van. Dat is een voorstel dat de ChristenUnie verschrikkelijk vindt. Dat zullen wij nooit omarmen. Dat is een no go. Als mensen lijden aan het leven, wil je toch niet dat de overheid zegt: hier heb je een pil? Dat is het verschrikkelijkste antwoord dat je mensen kunt geven. Maar wij zijn niet de enigen die dat vinden. Ook de deskundigen, de artsenorganisatie KNMG, de huisartsen, de verpleeghuisartsen, allemaal zeggen ze: doe het niet. Ik heb geen argumenten uit de Bijbel nodig. Maar nog word je in het debat aan de kant geschoven.”

Een verschrikkelijk voorstel, noemt u het. Dat is een scherp politiek oordeel.

“Het is wat ik vind. Maar ik niet alleen. Hier zijn we als fractie zeer eensgezind in. En dit leeft veel breder, ook in de maatschappij.”

Carla Dik-Faber (49)

• 2012-heden Tweede Kamerlid namens de ChristenUnie

• Groenste Kamerlid, volgens Natuurmonumenten (2017)

• ‘Beste politicus’, volgens Vrij Nederland (2015)

• mede-oprichter ‘Groengelovig’, christelijk evenement over duurzaamheid

• 2007-2012 Lid Provinciale Staten Utrecht

• 2003-2010 Raadslid Veenendaal

Carla Dik-Faber studeerde kunstgeschiedenis. Ze woont in Veenendaal met haar echtgenoot en dochter.

Lees ook: 

Carla Dik-Faber (ChristenUnie) wil ‘loopgravenoorlog’ over abortus voorkomen. ‘De vrouw kiest zelf’ 

De ChristenUnie ziet een ‘loopgravenoorlog’ over abortus. Kamerlid Carla Dik-Faber zoekt ondanks grote verschillen toenadering tot progressieve partijen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden