Luchtaanval Irak

Advocaat Zegveld: Kul! Nederland moet wél schade vergoeden aan slachtoffers Hawija

Advocaat Liesbeth Zegveld. Beeld Judith Jockel

Anders dan minister Bijleveld van defensie beweert, is Nederland wel degelijk verplicht schadevergoeding te betalen aan de burgerslachtoffers van de F-16-aanval op het Irakese Hawija, zegt advocaat en hoogleraar oorlogsherstelbetalingen Liesbeth Zegveld.

De Tweede Kamer moest er drie jaar op wachten: de bevestiging dat Nederlandse F-16’s bij een aanval op een bommenfabriek van IS in juni 2015 betrokken waren. Daarbij werd een woonwijk in het Irakese Hawija verwoest en kwamen minstens 70 burgers om, onder wie veel kinderen.

In de brief die minister Ank Bijleveld vandaag aan de Tweede Kamer stuurde, licht ze ook toe waarom Nederland geen schade hoeft te vergoeden. De rechtsgrond voor de anti-IS-coalitie in Irak, waar Nederland in de periode 2014-2016 en in het jaar 2018 aan deelnam, was “het verzoek tot militaire steun van Irak in de strijd tegen IS”, zo schrijft de minister. Irak moet dus zelf eventuele claims afhandelen, concludeert het ministerie. Bijleveld wil als ‘blijk van goede wil’ wel een fonds overwegen voor de getroffen gemeenschappen.

“Grote kul”, noemt Zegveld dit argument. “Irak had geen controle over wat Nederland deed, dus is Nederland verantwoordelijk. De coalitie (van landen die tegen IS vechten in Irak en Syrië– red.) heeft het zo geregeld dat iedere coalitiepartner zelf verantwoordelijk blijft. Het Nederlands recht dus is van toepassing op het handelen van de Nederlandse krijgsmacht in Irak. Dan moet je dat als overheid efficiënt en met voldoende middelen afhandelen.”

Volgens Zegveld wilde Nederland juist graag dat het eigen nationaal recht van toepassing is op de militaire acties. Het kabinet was hierop beducht na eerdere slechte ervaringen, zoals bij het ‘nationaal trauma’ Srebrenica, zegt Zegveld. Over schade door toedoen van de staat is in Nederlandse rechtbanken geprocedeerd volgens Bosnisch recht.

Nederland vergoedde bij de operatie in Uruzgan, Afghanistan, wel schade aan burgers. Van 2006 tot 2009 ging dat om een bedrag van 350 000 euro, meestal materiële schade.

‘Alles wat we nu horen, komt uit de koker van Defensie’

Allereerst moet er nu onafhankelijk onderzoek komen naar de luchtaanval op de bommenfabriek in Hawija, in de nacht van 2 op 3 juni 2015, stelt Zegveld. “Want alles wat we nu horen, komt uit de koker van Defensie. Als ik lees van vrachtwagens met explosieven waarvan er meer waren dan gedacht, dan is het duidelijk dat Nederland wist van de kans op burgerslachtoffers. Die mensen had je bijvoorbeeld kort tevoren kunnen waarschuwen. Ik hoor de minister ook niet over belangenafweging, het onklaar maken van de bommenfabriek versus de slachtoffers.”

Het openbaar ministerie deed eerder wel onderzoek naar vier incidenten, waaronder Hawija, maar daar kwam geen vervolgonderzoek uit voort. Zegveld: “Laten ze om te beginnen die onderzoeken openbaar maken. Het heet niets voor niets Openbaar Ministerie.”

Het ministerie voert als argument voor geheimhouding aan dat anders de operationele veiligheid en die van de piloten in gevaar zou komen. Haar voorganger Jeanine Hennis ontkende daarom tegenover de Tweede Kamer eind juni 2015 dat er burgerslachtoffers bij Hawija zouden zijn gevallen. Pas nu de missie afgelopen is, zou dat gevaar geweken zijn. Bij de feestelijke presentatie van de opvolger van de F-16, de Joint Strike Fighter, liet Bijleveld de piloten persoonlijk weten dat de geheimhouding werd opgeheven. Zegveld kan hier heel verontwaardigd over worden. “Waarom maakt ze het zo persoonlijk, waarom betrekt ze deze vier vliegers zo in haar verhaal? Daarmee zet de minister hen juist onnodig in het spotlicht. Defensie moet als ministerie zijn verantwoordelijkheid nemen.”

Nederland zou volgens Bijleveld bij dergelijke operaties nooit burgerdoden ‘incalculeren’, „Nee, dat doen wij niet”, zegt ze vandaag in een interview in NRC, een van de media die de Nederlandse link met Hawija onthulden. “Wij willen opereren zonder dat er burgerslachtoffers vallen. Amerikanen doen dat anders.” Zegveld wijst het Amerikaanse systeem van schadevergoeding voor nevenschade van militaire acties. Ze kan zich voorstellen dat zo’n ruimhartige uitbetaling de situatie op de grond juist veiliger maakt.

Zwijgzaamheid en naïviteit

Nederland heeft volgens Zegveld daarentegen een cultuur van zwijgzaamheid, van redeneren vanuit het eigen belang. “Was het niet de Afghaanse president die zei: de slachtoffers van vandaag zijn de Taliban van morgen? De VS zijn hierin veel minder naïef dan Nederland”, meent Zegveld. “De anti-IS-coalitie heeft 6000 burgerdoden gemaakt. Wat denken ze dan, dat Nederland nooit fouten maakt?”

Zegveld heeft momenteel een enigszins vergelijkbare rechtszaak, die net deze week begint. Die draait om de aanval op Taliban in het Afghaanse Chora in 2007, waarbij vanuit de lucht en met pantserhouwitsers een dorp werd bestookt. Nederlandse militairen hadden volgens Zegveld geen zicht op het doel. Het waarschuwen van de bevolking had Nederland overgelaten aan de Afghaanse autoriteiten, die dat nalieten. Vier Afghanen claimen hun schade bij de Nederlandse staat.

“Let wel”, zegt Zegveld, “het draait hier om schadevergoedingen, niet om de vraag of het oorlogsmisdrijven betreft. Het gaat niet over de opzet van militairen om burgerslachtoffers te maken, maar over grove onzorgvuldigheid waarvoor de staat verantwoordelijk is.”

In Afghanistan betaalde Nederland overigens wel mondjesmaat schadevergoeding. RTL Nieuws haalde deze cijfers in 2009 boven water met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Bij acties van Nederlandse militairen in Uruzgan, Afghanistan, vielen vanaf het begin van de missie in 2006 tot 2009 zeker 80 burgerdoden en 120 gewonden. Defensie bevestigde toen ook dat er 350.000 euro aan schadevergoedingen was uitgekeerd voor vernielde huizen, vee en goederen. Een enkele keer kregen nabestaanden een compensatie. De meeste burgerdoden – dertig tot veertig - door toedoen van Nederlanders vielen bij de slag om Chora in juni 2007.

Lees ook: 

Defensie bevestigt veel doden F-16-aanval Irak, Kamer onjuist ingelicht

In Irak zijn vier jaar geleden bij een bombardement door een Nederlandse F-16 tientallen doden gevallen. De Tweede Kamer is na deze aanval onjuist ingelicht door toenmalig minister Jeanine Hennis. 

De Nederlandse bom op de bomfabriek in Hawija trof IS hard

Islamitsche Staat dacht dat de locatie van de bommenfabriek hun juist bescherming bood: de aanwezigheid van burgers zou de coalitie ervan weerhouden te bombarderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden