NalatenschapAbraham Kuyper

Abraham Kuyper, ’s lands eerste anti-populist, wist een eeuw geleden al dat polarisatie niet loont

Abraham Kuyper (1837-1920) aan het werk.Beeld Hollandse Hoogte/Spaarnestad Photo

Honderd jaar geleden stierf Abraham Kuyper. Is zijn erfenis nog zichtbaar in de hedendaagse politiek?

Het wetsvoorstel sprak nauwelijks tot de verbeelding van het volk, maar het betekende een ommekeer met zeer grote gevolgen. Aldus schreef de liberale historicus Johan Huizinga in 1938 over het voorstel van premier en minister van binnenlandse zaken Abraham Kuyper om de Vrije Universiteit het recht te geven zelf examens af te nemen. Daarmee zou deze protestantse universiteit, door Kuyper opgericht in 1880, dezelfde status krijgen als de openbare universiteiten. De studenten hoefden geen staatsexamen meer af te leggen, hun diploma kreeg hetzelfde gewicht.

De tegenstanders van Kuyper in het liberale en socialistische kamp liepen geschrokken tegen dit voorstel van het christelijke kabinet te hoop. Zij voorzagen allerlei onheil: een wig in de eenheid van de natie, vermenging van religie en wetenschap en, wat je nu zou noemen, het ontstaan van een parallelle samenleving. De liberaal Goeman Borgesius, een door de wol geverfde politicus die zich niet snel het hoofd op hol liet brengen, liet zich verleiden tot een inktzwart perspectief: splijting van de studerende jeugd in twee kampen met als gevolg godsdiensthaat en geloofsvervolging.

Maar Huizinga keek er drie decennia later heel anders tegen aan. Hij vond het van ware vrijheidszin getuigen dat Kuyper een bres had geslagen in de opvatting dat het onderwijs tot het domein van de staat behoorde. De liberalen mochten dat erfstuk uit de Franse tijd dan wel koesteren, in de grond strookte hun visie niet met het begrip van vrijheid.

De erkenning van het vrijheidsbeginsel tegen de almacht van de staat kreeg volgens Huizinga pas scherp betekenis in de jaren dertig, toen in Duitsland een nieuwe gezagsstaat op het toneel verscheen, die zich ‘uitdrukkelijker en aanmatigender dan ooit het monopolie van nationale opvoeding toeëigende’. Huizinga beschouwde de calvinist Kuyper klaarblijkelijk als iemand die in de snel veranderende wereld rond de eeuwwisseling groter kon denken. Liberaler dan de liberalen bovendien, omdat hij de burgerlijke en politieke vrijheden in de Grondwet van 1848 consequent uitwerkte. Hij was de architect van wat Huizinga noemde ‘een kostbaar pand van geestelijke vrijheid’. Niet zo vreemd, Kuyper omschreef zijn denkbeelden aanvankelijk als ‘christelijk liberaal’.

Vrijheid als staatswil kan omslaan in onvrijheid

Het essentiële punt is dat Kuyper doorzag dat vrijheid in naam van de staatswil of de volkswil gemakkelijk kon omslaan in onvrijheid, dwang en uiteindelijk het opruimen van andersdenkenden. Alsof hij de opkomst van fascisme, nationaal-socialisme en communisme al voorzag, nu de mens met zijn vrije wil God van de troon had gestoten. Zijn schrikbeeld was de Franse Revolutie van 1789, ‘die tot geen ander resultaat leidde dan dat de vrijheid werd gekluisterd in de boeien van de staatsalmacht’. Met het suizen van de guillotine nog in de oren stelde hij daar tegenover het calvinisme, dat als politieke beweging de inspiratiebron was van de opstanden die een staatkundige ommekeer tot stand had gebracht in Nederland, Engeland en Amerika, in zijn ogen ‘de drie historische landen van de politieke vrijheid’. Voor Kuyper was het duidelijk: ‘Liever voor God de knie gebogen, maar tegenover de medemens het hoofd fier geheven, dan tegen God de vermetele vuist gebald en als mens de medemens verdringend’.

In onze dagen valt het vermoedelijk niet mee calvinisme te verbinden met het vrijheidsbegrip. Staat het in de beeldvorming niet voor bekrompen, zuinig en preuts? Misschien nog wel meer moeite kost het de naam van Kuyper te koppelen aan een staatkundig bestel dat in zijn wezen vrijheid en verdraagzaamheid uitdrukt. Hoe is dat te rijmen met het beeld van de autoritaire en dominante ‘Abraham de Geweldige’, die in 1903 met zijn ‘worgwetten’ stakende spoorwegarbeiders in het gareel dwong, vrouwen het kiesrecht ontzegde en niet terugdeinsde voor brutale machtspolitiek? Mogelijk wel meer dan voor andere politici gaat voor hem de wijsheid van Shakespeare op dat ‘het kwaad dat mensen doen na hen voorleeft, terwijl het goede vaak wordt begraven met hun beenderen’.

De reden zijn gedachtegoed honderd jaar na zijn sterfdag, 8 november 1920, opnieuw voor het voetlicht te halen is dat zijn visie direct raakt aan ‘de eeuwenlange strijd tussen gezag en vrijheid’, die in onze dagen uitgerekend in zijn drie voorbeeldlanden een dynamiek veroorzaakt die de politieke vrijheid onder druk zet. De kern van zijn visie, die hij in 1898 in een aantal lezingen in de Verenigde Staten scherp en helder ontvouwde, is de gewetensvrijheid. Hij beschouwde die vrijheid als een cruciaal recht dat elk burger toekomt. “Juist om over mensen te kunnen regeren, moet de overheid deze diepst liggende ethische kracht van ons menselijk wezen onaangetast laten. Een natie van burgers met geknakte gewetens is zelf geknakt in haar nationale veerkracht.”

Voor de scheiding van kerk en staat

Tegenover zijn Amerikaanse gehoor erkende Kuyper dat zijn voorvaderen nog wel eens wanhopige pogingen hebben gedaan onwelgevallige geschriften te verbieden of met censuur te treffen. Tegelijk was het voor het eerst in het calvinistische Nederland, zei hij, ‘dat de vrije uiting van de gedachte door het gesproken en gedrukte woord haar triomf behaalde’. Kuyper zag de ‘vrijheid van het woord’ en de ‘vrijheid van aanbidding’ als logische uitwerking van de gewetensvrijheid. Daaruit volgde in zijn ogen ook de vrijheid van onderwijs, het recht van ouders hun eigen scholen op te richten en daarvoor net zoveel geld van de staat te krijgen als de openbare scholen.

Zeven gereformeerde premiers

Abraham Kuyper (1837-1920) was de eerste van de zeven gereformeerde premiers die Nederland heeft gekend. Na hem kwamen Heemskerk, Colijn, Gerbrandy, Zijlstra, Biesheuvel en Balkenende. Dit onevenredig grote aantal zegt iets over de kracht van de politieke ideologie waarmee hij aan het eind van de 19e eeuw als ‘klokkenist van de kleine luyden’ het exclusie liberale bestel bestormde. Kuyper richtte niet alleen de eerste politieke partij op, de Anti-Revolutionaire Partij, die in 1980 opging in het CDA, maar ook een krant (De Standaard) en de Vrije Universiteit. 

Relevante boeken: ‘De zeven levens van Abraham Kuyper’ van Johan Snel, ‘Abraham Kuyper’ van Jeroen Koch en ‘Het Calvinisme’, de zes Stone-lezingen van Kuyper in Amerika, ingeleid door George Harinck.

Het door zijn tegenstanders verbreide beeld dat hij Nederland onder het juk van christelijke bevoogding wilde brengen, zelfs ‘ieder menselijk bedrijf van zonde wilde reinigen’, houdt moeilijk stand. Kuyper erkende de verscheidenheid van overtuigingen en hoewel lang voorstander van het huismanskiesrecht stemde hij in 1919 als senator uiteindelijk voor het actieve vrouwenkiesrecht. De terughoudendheid die hij van de staat verwachtte jegens de persoonlijke levenssfeer van de burger, verlangde hij ook van de kerk. Dat paste in zijn opvatting van ‘een vrije kerk in een vrije staat’. Niemand mocht worden belet uit gewetensdrang een kerk te verlaten en iedereen moest vrij zijn in zijn kerkkeuze. “De kerken tieren het weligst als de overheid ze uit eigen kracht laat leven.” Kuyper was uitdrukkelijk voor de scheiding van kerk en staat en nam daarom afstand van het beruchte artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis uit 1561 ‘dat de overheid heeft te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst’.

Rooms-katholieken als bondgenoot

Dat stelde hem in staat een bondgenootschap aan te gaan met de rooms-katholieken in de schoolstrijd. Anders dan de orthodoxe gereformeerden, die in 1918 de SGP zouden oprichten, rekende hij het rooms-katholicisme met het protestantisme en het liberalisme tot de ‘grondtonen van de natie’. Daarmee ontdeed hij het anti-papisme, dat in zijn achterban nog sterk aanwezig was, van zijn scherpe kanten. Zijn argument, de tijd ver vooruit, was: “Wij stoelen op dezelfde wortel.” In Amerika zou het nog tot 1961 duren alvorens daar met John F. Kennedy de eerste rooms-katholiek als president aantrad. De SGP was de laatste anti-roomse partij. De SGP is nu, anders dan een eeuw geleden, ‘liever paaps dan Turks’.

Kuyper legde in feite al in een vroeg stadium een basis voor de christen-democratie, al diende het bondgenootschap in eerste instantie het strategisch belang in de schoolstrijd tegen de partijen ‘die de religie het recht van meespreken in de staatkunde betwisten’. Deze tegenstelling tussen christelijke en paganistische partijen, door Kuyper in 1901 politiek werkzaam gemaakt als antithese, heeft in de Nederlandse politiek een lang maar geen beslissend spoor getrokken. Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, dat in 1917 werd ingevoerd, dwong al gauw tot samenwerking in heterogene kabinetten. Bovendien prevaleerde in handelsland Nederland economie boven de moraal. Kuypers opvolger Colijn formeerde begin jaren dertig het eerste gemengde kabinet. Het paarse kabinet van liberalen, vrijzinnigen en sociaal-democraten (1994-1998) zou je als laatste tegenstoot in de Kulturkampf kunnen zien die Kuyper losmaakte.

Abraham Kuyper

Kuyper zelf ondervond al dat polarisatie niet loont. Het lukte hem niet, net zo min als Joop den Uyl zeventig jaar later, een tweede kabinet op zijn naam te brengen. Dat lag meer aan zijn impopulariteit als persoon in politiek Den Haag en aan het hof dan aan zijn politieke inzet voor een gelijkwaardige positie van het bijzonder onderwijs, die in 1917 dankzij liberaal Cort van der Linden in de Grondwet werd verankerd. Het is de vraag of de onderwijsvrijheid, toch Kuypers grootste wapenfeit, ooit volledig op waarde is geschat als een erkenning van de verscheidenheid als grondslag van ons politieke en publieke leven.

Deze vrijheid is hoe dan ook nooit een rustig bezit geweest, mogelijk omdat liberalen en socialisten ermee instemden als onderdeel van een politieke deal waarbij zij het algemeen kiesrecht incasseerden, niet uit overtuiging. Tot op de dag van vandaag wordt er vanuit deze politieke stromingen aan de vrijheid gewrikt. Zelfs het hoofdbezwaar is onveranderd: beduchtheid voor een parallelle samenleving, nu dan van moslims en van orthodoxe protestanten die zich niet naar de Leitkultur van het moderne Nederland willen voegen. Liever ‘onverdeeld naar de openbare school’.

De conservatieve liberaal J.L. Heldring stelde acht jaar geleden in het NRC een vraag die hem uit het graf van Kuyper leek aangereikt. “Wat heeft de emancipatie van de mens van ‘hogere krachten’ opgeleverd?” Zijn antwoord stemde niet meteen vrolijk: “Anders dan de Verlichting wil, is de mens niet sterk, maar zwak. De irratio heeft op z’n minst evenveel vat op hem als de ratio, zo niet meer.” Alsof Heldring de complotdenkers al voor zijn geestesoog zag.

Met zijn bezwaren tegen staatsalmacht en volkswil kan Kuyper worden beschouwd als de eerste bestrijder van het populisme.

Lees ook: 

Johan Snel schreef een biografie over staatsman Abraham Kuyper: ‘Hij was de eerste echte democraat’

Abraham Kuyper was een radicaal democraat, schrijft historicus Johan Snel in zijn biografie over de gereformeerde staatsman, die een eeuw geleden overleed. ‘In een puur calvinistische samenleving zou hij zich diep ongelukkig hebben gevoeld.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden