null Beeld

ColumnHans Goslinga

Aan wezenloosheid gaat de democratie ten onder

Wie in Nederland een ­coalitiekabinet wil leiden, moet de kunst verstaan van het depolitiseren. De liberaal Rutte verstaat die kunst als geen ­ander. Het lukte hem zelfs de val van zijn derde kabinet en de daaropvolgende Kamerverkiezingen van de politieke angel te ontdoen. Knap, maar er is ook een keerzijde.

Tijdens de verzuiling, de periode van de grote volkspartijen, was depolitisering een van de sleutels om het land regeerbaar te houden. Als je ­samen door één deur moest, was het zaak de scherpe kantjes van politiek omstreden zaken af te halen. Drees, Lubbers en Kok waren er meester in. Polemisch ingestelde politici als Den Uyl, Brinkman en Bolkestein werden er gek van.

Bolkestein riep na zijn aantreden als VVD-leider in 1990 de PvdA op: ‘PvdA, wees rood, niet roze!’ Hij sprak later onder het paarse bewind van Kok met afgrijzen over de ‘cultuur van schikken en plooien’, omdat al dat overleg het vrije spel van de economische krachten in de weg stond. Hij beschimpte het gepolder als hindermacht en ‘schuilkelder van de regering’.

Rutte als allemansvriend

Zet daar Rutte even tegen af, die ­vorig jaar in de Tweede Kamer zei dat hij zich als liberaal ‘zeer thuis’ voelde bij Nederland als ‘diep-Rijnlands en diep-socialistisch land’. De socialist Van Raak geloofde niets van een bekering. Hij beschouwde Rutte als ‘de meest ideologische premier’ in het naoorlogse Nederland, ‘de personificatie van het marktdenken’, en ‘een icoon van het neoliberalisme’, het tegendeel van een Rijnlander. Tegelijk onderkende hij diens vermogen als allemansvriend dingen voor elkaar te krijgen. ‘Hij is na Drees de meest invloedrijke premier’.

Je kon Ruttes uitspraken ook nog wat vileiner uitleggen: christendemocraten en socialisten hebben met hun politiek van overleg en herverdeling hun werk gedaan, nu is het de beurt aan de liberalen. De verkiezingsuitslag leverde van deze uitleg een harde ­bevestiging: winst voor VVD en D66, opnieuw achteruitgang van links en het CDA.

Rutte sprak als premier met de dauw op zijn tong, maar hij zei per saldo hetzelfde als zijn partijgenoot Dijkhoff bij het 70-jarig bestaan van de VVD in 2018: ‘We hebben strijd gevoerd. Nu zijn we de dominante stroming. We hebben gewonnen.’ Hij doelde daarmee op de ‘historische strijd ­tegen de socialisten en de bedilzucht van de kerk’.

Rechts van de VVD

Op deze uitspraken valt nogal wat af te dringen. Je kunt de twee liberale partijen al niet zomaar bij elkaar optellen, zoals blijkt uit hun verdeeldheid over de wenselijkste coalitie. De VVD is met 34 zetels ook niet dominant.

Het grote verschil met de VVD ­onder Bolkestein is sprekender: toen zat er rechts van de VVD niets, nu zitten er vier nieuwkomers met samen bijna dertig zetels, aan wie je de vrijheid en de democratie niet graag toevertrouwt.

Rutte is zonder twijfel de spil­figuur in op het Binnenhof, maar wil hij regeren, dan moet hij wel een beetje Rijnlander en socialistenvriend zijn en een beetje minder de Angelsaksische liberaal die het eerst aan de portefeuille van de aandeelhouders denkt. Tegenover Van Raak, net als hij historicus, ging hij in zijn rol van middelende premier zo ver dat hij zei: ‘Ik weet niet wat neoliberaal is’. Zoals de socialist Kok in 1994 bij zijn entree in het Torentje zei dat het zijn ambitie was ‘premier van alle Nederlanders’ te zijn.

In het midden lijd je kleurverlies

Gek blijft het, constateerde Joop van den Berg, de eminence grise onder de politieke waarnemers, al in 2005, deze ontkenning van de politiek door politici. ‘Hebben wij voor alle Nederlanders niet de koning(in), en hebben wij de premier niet voor de politieke keuzes?’ Ja, maar de wetmatigheid is dat wie vanuit het midden wil regeren, onverbiddelijk kleurverlies lijdt. Dat geldt zeker voor PvdA en VVD, vroeger de uitersten in het spectrum. Christendemocraten waren door hun lange verblijf in het midden aan kleurloosheid gewend. Zij zoeken nog steeds naar kleur.

Van den Berg wierp destijds de nog scherpere vraag op of depolitisering niet bijdraagt aan de weerzin tegen het politieke bedrijf onder de bevolking. Daarmee komt de keerzijde in beeld, de apolitieke kant van de coalitiecultuur, die het voor burgers moeilijk maakt zich bij het spel en de spelers betrokken te voelen. De politiek ontleent haar legitimiteit aan strijd, waarbij de inzet van de partijen voor iedereen zichtbaar is.

Naarmate de neiging tot neutraliseren van deze strijd toeneemt, neemt ook de wezenloosheid van de politiek toe en blijven over Oost-Indische doofheid van een coalitie en geschetter van de oppositie.

Tijdens de formatie wordt het beeld van politiek Den Haag nog zorgwekkender met een leeg toneel en vaag gestommel in de coulissen. Dan is het niet zo vreemd dat burgers zich afwenden.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden