Column Stevo Akkerman

Zwijgen over burgerslachtoffers Hawija: onacceptabel en naïef

Als een minister de Tweede Kamer onjuist heeft voorgelicht dan wel heeft voorgelogen, valt vroeg of laat altijd de term ‘politieke doodzonde’. Maar als het gaat om een zaak waarbij 70 mensen daadwerkelijk het leven verloren, krijgt die kwalificatie een nogal bittere bijsmaak. Alles wat gezegd kan worden over het belang van transparantie in de politiek valt in het niet bij wat er in juni 2015 gebeurde toen een Nederlandse bom werd afgevuurd op de Iraakse stad Hawija – daar zijn geen woorden voor.

Als ik hier onvergelijkbare grootheden vergelijk, en ik geef toe dat ik dat doe, dan is het precies omdat de politieke afhandeling van dit drama zo haaks staat op de ernst ervan. Toenmalig minister van defensie Jeannine Hennis meldde wel dat er mogelijk iets aan de hand was – ze sprak daarover mondeling met Bert Koenders (buitenlandse zaken) en ‘vermoedelijk’ ook met premier Rutte. Maar ze deed dat ‘niet alarmerend’, aldus de brief die minister Ank Bijleveld naar de Kamer stuurde.

Rutte zegt zich niets te herinneren, en dat is niet per se ongeloofwaardig. Ook Koenders beweert van niets te weten, wat minder plausibel is, want hij was eerder al door een ambtenaar van zijn ministerie ingelicht. Hoe dan ook, de achteloze houding van Hennis zal niet hebben bijgedragen aan het geheugen van de heren. Hetzelfde geldt voor haar verzekering aan de Kamer – ná Hawija – dat bij de Nederlandse missies tegen IS geen sprake was van burgerslachtoffers, ‘voorzover op dit moment bekend’.

Ze wist toen dat er na het vallen van de bom een ‘secundaire’ explosie had plaatsgevonden, dat er mediaberichten waren over veel doden en dat de Amerikanen daar onderzoek naar deden, maar dat alles liet ze onvermeld.

Mogelijk dacht Hennis dat er gezwegen kon worden zolang er geen precieze aantallen slachtoffers waren vastgesteld – in de hoop dat het drama daarmee nooit publiek zou worden. Uit democratisch oogpunt was dat onacceptabel, uit politiek oogpunt naïef. Persbureau Reuters berichtte al op 4 juni, de dag na de aanval, dat er 70 burgerdoden waren gevallen, het Internationale Rode Kruis kwam in augustus met een lijst van onbevestigde aantallen burgerdoden, waarbij een getal van 170 werd genoemd, terwijl de organisatie Airwars het op 70 tot 150 hield, onder wie in elk geval 22 vrouwen en 26 kinderen. Dit waren geen officiële rapportages, maar ze moeten bij Defensie bekend zijn geweest. Wat was er logischer geweest dan dat Hennis de premier (nog eens) had aangeschoten om hem te waarschuwen dat er waarschijnlijk iets vreselijks was gebeurd?

In plaats daarvan bleef Defensie alles klein houden. ‘Recente navraag’ leert dat de Amerikanen hun onderzoek nooit officieel hebben afgerond, meldt Bijleveld, wat doet vermoeden dat men pas nu, na alle ophef, het Pentagon heeft gevraagd hoe het er eigenlijk mee staat. Terwijl het Amerikaanse commandocentrum Centcom al in december 2018 tegenover NRC bevestigde dat er 70 burgerslachtoffers waren gevallen. Je zou er doodziek van worden.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden