CommentaarJustitie

Zwaardere straf voor doodslag is geen goed idee

Hoeveel jaar celstraf moet iemand krijgen die een ander doodslaat of vermoordt? De discussie over de maximumstraffen voor deze twee levensdelicten laat zien dat het klimaat van straffen in Nederland is verhard. De topman van het Openbaar Ministerie pleitte onlangs in deze krant voor een hogere maximumstraf op doodslag. Nu is dat vijftien jaar, terwijl op moord dertig jaar, of levenslang staat. Dit ‘strafgat’ is volgens de OM-topman te groot.

Maar hoe erg is dat? Juristen wijzen erop dat in de praktijk de maximumstraf op doodslag vaak niet geëist of opgelegd wordt. Er zijn dus weinig signalen dat de maximumstraf ‘knelt’ voor rechters, dat wil zeggen te laag is. Zelfs in de zaak over de dood van de 16-jarige Hümeyra, die de aanleiding vormde voor de oproep van de OM-topman, kreeg de dader geen maximumstraf opgelegd. Bij dit type misdaad kan bovendien nog extra straf opgelegd worden voor verboden wapenbezit, of omdat een verdachte al eerder is veroordeeld voor doodslag.

Voorbedachten rade 

Het grote verschil tussen doodslag en moord is bovendien de voorbedachten rade waarmee de dader te werk is gegaan. Doodslag is impulsief, er is geen moment geweest waarop iemand zich nog had kunnen bedenken. Moord is een geplande daad, er is opzet in het spel, en een voorbereiding waarbij iemand weloverwogen de keus maakt een ander van het leven te beroven. Niet voor niets heeft de Hoge Raad de criteria voor voorbedachten rade nog eens flink scherp neergezet. Dit grote verschil zal ook altijd tot uiting moeten komen in de straf. Gelijktrekking van de straf voor doodslag en moord, of een forse ophoging voor doodslag, zoals sommige politici bepleiten, is daarom geen goed idee.

Dit kabinet heeft al een aantal maatregelen ingevoerd voor strafverzwaring. Zo wordt straks de periode waarin een gevangene voorwaardelijk in vrijheid word gesteld, sterk bekort. Dat zal juist voor langgestraften betekenen dat ze veel langer moeten zitten. De grote nadruk op strenger straffen markeert een periode waarin meer aandacht is gekomen voor de positie van het slachtoffer, ook in de rechtbank. Dit is terecht, want slachtoffers waren lange tijd een ondergeschoven kindje in het strafrecht.

Maar de balans kan ook doorslaan. De rechten van verdachten mogen niet in de knel komen. Zelfs veroordeelden voor doodslag verdienen een tweede kans, die met decennialange maximumstraffen in de knel kan komen. Voor politici is het makkelijk te pleiten voor langere opsluiting van doodslagers en moordenaars, die toch al uitgekotst worden door de samenleving. Van politici vergt het moed om op te komen voor de rechten van degenen voor wie bijna niemand begrip heeft.'

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden