Brief van de hoofdredactieCees van der Laan

Zo vormt de columnist een tegenmacht

Macht verdient tegenmacht, zullen de door mij zeer gewaardeerde politieke columnisten Lex Oomkes en Hans Goslinga immer onderstrepen, net zoals, voor hen, de helaas te vroeg overleden Willem Breedveld dat deed. In deze coronatijden verdient het kabinet Rutte tegenwicht in het parlement, van de oppositie maar natuurlijk ook van de coalitiepartijen. De tegenmacht houdt de macht een spiegel voor, is kritisch en komt desgewenst met alternatieven.

Tegenmacht mag en moet ook de hoofdredactie van deze krant verwachten, van de redactie uiteraard via de redactieraad (een personeelsvertegenwoordiging van journalisten), van de ombudsman, van individuele redacteuren van wie de meesten beslist niet op hun mond zijn gevallen en uiteraard van u als lezer. Ik merk geregeld dat lezers zich geen knollen voor citroenen laten verkopen. Lezers zijn kritisch, leggen de vinger op de zere plek. Maken opmerkingen over de mensen die worden geïnterviewd, komen­­ met oplossingen voor problemen die we belichten of delen hun persoonlijke ervaringen. Dagelijks plaatsen we lezersbrieven in de krant, op de opiniepagina’s, die daarmee tot de best gelezen pagina’s van de krant behoren. De rubriek lezersbrieven is doorgaans het ventiel van het ongenoegen van onze lezers. Als lezers heel boos zijn kunnen ze hun abonnement opzeggen. Dat gebeurt niet vaak, maar het gebeurt wel.

Korte lontjes

Mijn voorzichtige indruk is dat lezers tegenwoordig bozer zijn dan voorheen, of sneller hoog in hun emotie zitten. Ook lezers hebben korte lontjes. De redacteuren van de opiniepagina’s en lezersrubriek kunnen er over meepraten. Ikzelf trouwens ook, want ik krijg dagelijks brieven van u, die ik doorgaans ook persoonlijk probeer te beantwoorden of doorgeleid naar de desbetreffende redacteur of specialist.

In dit licht vroeg ik mij af of ook de lezer niet een soort van tegenmacht verdient. Misschien een rare opmerking van een hoofdredacteur wiens salaris voornamelijk door de abonnees wordt opgebracht, maar ik stelde mijzelf die vraag naar aanleiding van de soms zeer felle reacties van lezers op de opvattingen van onze columnisten.

Recent lagen Sylvain Ephimenco en Babah Tarawally onder vuur vanwege de pittige columns die ze hadden geschreven – dat valt niet te ontkennen. Ephimenco schreef kritisch over de 4 mei-lezing van Arnon Grunberg, Babah Tarawally hoopte dat naast het nieuwe coronavirus ook ‘het haatvirus racisme’ zou verdwijnen als 5 december zou worden afgeschaft. Maar ook onze andere columnisten liggen regelmatig onder vuur.

Kritische blik

Columnisten zijn deels de tegenmacht van onze lezers. Ze houden hun een spiegel voor, ze komen met meningen die soms haaks op hun eigen opvattingen staan. Om die reden worden ze aangenomen, vanwege hun kritische blik. Ze helpen de lezers bij hun meningsvorming, juist door met andere opvattingen en inzichten te komen. Ze vertegenwoordigen niet, ik herhaal niet, de mening van de krant. Die staat namelijk in het hoofdredactioneel commentaar.

De mening van een columnist en die van de krant worden regelmatig door elkaar gehaald. En dat we een columnist niet de laan uitsturen, wordt wel eens gezien als het eens zijn met diens opvattingen, wat dus ook niet het geval is. Columnisten vertegenwoordigen alleen hun eigen mening, maar vaak ook een geluid dat in de samenleving kan worden gehoord. Met columnisten waar iedereen het mee eens is, krijgen we een saaie krant. En dat is het laatste wat we willen. 

Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden