Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zo ver gaan vmbo-docenten om hun leerlingen door de examens te loodsen

Opinie

René Kneyber

René Kneyber © Maartje Geels
column

Gesjoemel, gemarchandeer en goedbedoeld wegkijken: bij de vmbo-examens gaan docenten veel te ver om te zorgen dat hun leerlingen slagen. Wat zijn de diploma's dan nog waard? Aan het begin van de zomervakantie lucht docent René Kneyber zijn hart in deze column.

Nu de zomervakantie voor velen gloort, zo niet al is begonnen, maar veel examenkandidaten van het VMBO Maastricht nog door moeten ploeteren, en de Inspectie van het Onderwijs naar aanleiding van het Maastrichtse gebeuren op zijn beurt weer geïnspecteerd wordt, kan het geen kwaad om nog eens stil te staan bij de eeuwoude wijsheid van minister-president Cort van der Linden, dat er voor het bewerkstelligen van goed onderwijs goede leraren en een goed toezicht noodzakelijk zijn.

Lees verder na de advertentie

Ik zal natuurlijk niet ontkennen dat hij gelijk had. Een goede leraar voor de klas is het fundament van ons decentrale onderwijssysteem. En waar die afwezig is, daar is de onderwijsinspectie broodnodig. Of zoals de twee weken geleden vertrokken plaatsvervangend inspecteur-generaal Arnold Jonk graag zei: ‘Je zal maar eens een kind op zo’n zwakke school zijn, dan wíl je dat onderwijsinspectie ingrijpt.’ Dus ja, goede leraren en een goede inspectie. Twee zaken die bij het VMBO Maastricht volgens Van der Lindens redenatie niet op orde waren.

Eerst maar eens over die leraren. Toen ik begon met lesgeven vijftien jaar geleden had ik een leidinggevende die bij ons aandrong op een klein en overzichtelijk Programma Toetsing en Afsluiting (PTA): ‘Je mag zelf bepalen hoeveel toetsen daarin komen, zolang ze de eindtermen maar dekken.’ Te veel onderdelen vond ze een probleem, ‘want leerlingen moeten zonder uitzondering alles maken.’ Zo eindigden we bij wiskunde met zes toetsen voor vmbo’ers. Twee in het derde jaar, en vier in het vierde jaar.

Ook als iemand elke dag stoned de klas inkomt, of vele uren spijbelt, het adagium blijft ‘kansen bieden’

Het afnemen van deze zes toetsen was al geen sinecure. Als een collega langdurig ziek was, moesten die toetsen toch gemaakt worden. Dan moest ik, of een andere vervanger, nog flink doorploeteren om de leerlingen na een periode van lesuitval nog voor te bereiden op de ontbrekende toets. De stress die we hierover als leraren, mentoren of als school voelden, ervoeren wij alleen aan onze kant. Ik houd van vmbo-leerlingen, maar de meesten ervaren pas examenstress als ze aan het examen beginnen. Soms zeggen ze letterlijk voordat ze aan hun examen beginnen: ‘Oh jee, meneer, had ik nu maar beter mijn best gedaan de afgelopen twee jaar.’ Boekverslagen inleveren, vijf kilometer hardlopen, het zevende uur een PTA-toets voor Engels maken. Het zijn wereldvreemde activiteiten, voor onduidelijke doeleinden, voor een diploma dat ver voorbij de horizon van de belevingswereld van deze kinderen ligt.

Het spoor bijster

Zo hadden wij aan het einde van de derde klas steevast plukjes met leerlingen die nog PTA-onderdelen moesten afronden voordat ze naar het examenjaar mochten, simpelweg omdat ze wegens onwil, onkunde of onmacht deze onderdelen nog niet hadden afgerond. Op andere scholen doen ze aan ‘overgaan onder voorwaarden’. Wat zoveel inhoudt als ‘je bent over, mits je deze en deze PTA-onderdelen volgend jaar nog afsluit’.

Er wordt in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties

Anders dan je bij een havo- of vwo-klas ziet, maakte ik regelmatig mee dat leerlingen het spoor in het PTA-woud volledig bijster raakten: ze herkansten de verkeerde toets, hadden voor de verkeerde toets geleerd, of ze waren totaal vergeten dat ze onderdelen van vier maanden nog moesten doen. Als vmbo-school konden we slechts beperkt leunen op de steun van ouders – omdat zij het ook niet altijd kunnen overzien – net zoals we niet konden leunen op het zelfsturend vermogen van de vmbo-kinderen zelf. Het vmbo-programma voor toetsing en afsluiting is voor scholen dan ook vooral kansen bieden, kansen bieden en kansen bieden. Ook als iemand elke dag stoned de klas inkomt, of vele uren spijbelt, het adagium blijft ‘kansen bieden’, want uiteindelijk is iedereen met een diploma beter af. Of tenminste, zo gaat het verhaal.

© Maartje Geels

Leerlingen helpen

Het zal voor u wellicht een wondere wereld zijn, maar sommige collega’s gaan daarin heel ver. Zo had ik ooit een collega die – uit angst dat een leerling niet op zijn examen zou verschijnen – hem ’s ochtends met zijn auto thuis ging ophalen. Als hij een leerling bij een herexamen had geholpen door antwoorden voor te zeggen, had ik ook niet vreemd opgekeken. Er wordt, zo schat ik in, in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties. Veel vmbo-scholen ontvangen begin april al de praktische examens (het CSPE) die inzichtelijk is voor leraren om het examen goed te kunnen organiseren, maar waarna in veel praktijklessen vervolgens toch ook heel ‘gerichte’ examentraining begint. Na afname worden de behaalde scores door scholen bovendien bekeken naast de strengst mogelijke normering, wie daarmee gezakt zou zijn kan al voor de bekendmaking van de beruchte N-term op voor een herkansing. Het mag niet – ik wees daar in een column van twee jaar geleden ook al op – maar veel scholen gebruiken voor dat praktische herexamen dan ook nog het eerder afgenomen examen dat ze dan ook weer steeds opnieuw afnemen, waarmee een hogere score natuurlijk gegarandeerd is. En ook tijdens zo’n praktische afname is er genoeg ruimte voor wat extra hulp aan een leerling. Het praktisch examen is daarmee voor de vmbo-school hét wapen tegen gezakte leerlingen, het biedt veel ruimte om te sjoemelen en het eindresultaat telt ook nog eens dubbel mee.

Ik ben helemaal voor kinderen helpen en ondersteunen, maar dat stopt wat mij betreft allemaal zodra je met exa­men­on­der­de­len bezig bent

Er wordt al met al, zo is mijn overtuiging, heel wat aangerommeld rond de examinering van vmbo’ers. Het meest opvallend aan het ontslag van de vier docenten uit Rijswijk die hun leerlingen hadden geholpen door ze de goede antwoorden over te laten schrijven, is dan ook de pijnlijke stilte uit onderwijsland. Onder het motto, ‘wie zonder zonde is werpe de eerste steen’ stond ik in NRC wel klaar om de eerste steen te werpen, ja, want ik erger me al jaren aan dit slappe gedrag van mijn collega’s in het land. Ik bedoel, ik ben helemaal voor kinderen helpen en ondersteunen, maar dat stopt wat mij betreft allemaal zodra je met examenonderdelen bezig bent. Een diploma moet tenslotte iets waard zijn, en dat is alleen maar iets waard als je kinderen op deze momenten aan hun lot over laat. Dat betekent: niet helpen bij de PTA-toetsen en examens en alles consequent volgens het boekje nakijken.

Het haalde NRC niet, maar mijn punt is hier bovendien dat door al dat geherkans, geknuffel en gemasseer, vmbo-diploma’s niet meer waard zijn wat ze ooit waard waren. In den beginne van het vmbo kon men nog met een kaderberoepsdiploma naar niveau-4 op het ROC. Inmiddels is dat niveau-2 en -3. Scholen gaan zelfs zo ver om de overstap van de Theoretische Leerweg naar de Havo te ontmoedigen dat de overheid actief gaat ingrijpen via de wet. Allemaal tekenen aan de wand dat de waarde van het vmbo-diploma afneemt, en dat er wellicht dingen gebeuren die niet in de haak zijn.

Voor leerlingen en voor hun eigen hachie hebben leraren veel over

Eigen hachie

Als docenten kijken wij de examens van onze eigen leerlingen na, en bepalen zo hun toekomst, maar ook die van de school, omdat de resultaten van het examen direct meewegen in het inspectieoordeel, en tegelijkertijd moeten we een bepaald diplomeringsniveau waarborgen. Met zoveel tegenstrijdige belangen worden er hoge eisen gesteld aan de professionaliteit van leraren. En die is helaas regelmatig tekortschietend. Voor leerlingen en voor hun eigen hachie hebben leraren veel over, en de waarde van het diploma is daaraan toch regelmatig ondergeschikt zoals we in de casus-Rijswijk konden zien.

Dit merkte ik regelmatig als tweede corrector van examens. Foute antwoorden werden toch goed gerekend, of te veel punten toegekend waar dat niet hoorde. Ellenlange telefoongesprekken werden dat, met zinloze discussies; mijn wiskunde-collega’s van andere scholen deden zich liever voor als onnozele hals dan als de gewiekste leraar die op zoek was naar wat extra punten.

Maar deze oeverloze gesprekken zijn al een paar jaar voorbij. Want bij het digitaal examen voor basis- en kaderberoeps is er geen tweede correctie meer. Gesjoemel, zoals we dat zagen in Rijswijk waarbij leerlingen letterlijk het antwoordenmodel overschreven, komt dan nooit aan het licht. Bij het nakijken van die digitale examens voelde ik me dan ook regelmatig te gast in een prisoner’s dilemma. Als ik het via het boekje nakijk, maar mijn collega’s niet, dan worden de examens ‘zogenaamd’ beter gemaakt en dan wordt de normering strenger, wist ik. En dan hebben mijn leerlingen en ik daar dus last van. Bij de papieren examens scoorde ik met mijn klassen steevast in de hoogste regionen – anderhalve punt boven het landelijke gemiddelde –, maar na de introductie van de digitale examens slechts nog gemiddeld. Rara, hoe kan dat?

Het is wellicht allemaal suggestief en anekdotisch en the smoking gun ontbreekt, dat besef ik terdege, maar de combinatie van digitale examens zonder tweede correctie, de vrije afname van het praktisch examen, de ondoorzichtigheid van menig PTA, de moeilijke doelgroep en de desalniettemin hoge slagingspercentages, duiden er allemaal dat de examenpraktijken in het vmbo niet kloppen. Wat ik bovendien bespeur is dat door de Maastrichtse situatie en de situatie in Rijswijk het bezorgde gefluister om mij heen toeneemt. Schoolbesturen laten alle gehaalde PTA-cijfers nog eens goed onderzoeken, zijn de gegeven 1’en ook echt 1’en, of gewoon niet gemaakte toetsen? Schoolleiders en besturen lijken ook weinig zicht te hebben wat er nou precies gebeurt. Zoals ik vorige week in een van mijn favoriete tv-series, Legion, hoorde: ‘Don’t lift the rock, if you don’t want to find out what’s underneath’.

Het was allemaal uitzonderlijk erg in Maastricht, dat wel. Waar wij zes toetsen hadden per vak, hadden zij er soms wel veertig(!). Na veel lesuitval was het probleem dan ook snel onoplosbaar, en dit leidde tot de door minister Slob genoemde duizenden tekortkomingen. De inspectie had naar aanleiding van de lesuitval natuurlijk ook moeten kijken naar het programma van toetsing en afsluiting, want problemen met het een leiden vanzelfsprekend tot problemen met het ander.

Ik had ooit een collega die, uit angst dat een leerling niet op zijn examen zou verschijnen, hem ’s ochtends met zijn auto thuis ging ophalen

Was kortom, met goede leraren en een goed toezicht dit niet gebeurt? Misschien was het minder heftig geweest, minder massaal, minder extreem. Maar dat er op meer vmbo-scholen dan alleen in Maastricht sprake is van sjoemeldiploma’s lijkt me geen uitgesloten zaak. En als dat volgend jaar naar aanleiding van de onvermijdelijke onderzoeken zo blijkt te zijn, zal dat inslaan als een bom, met alle politieke consequenties van dien.

Ik hoop het natuurlijk niet, maar ik begin niet met een gerust hart aan mijn vakantie.

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo.

Lees ook: Leraren de schuld geven van examendrama: je moet maar durven

Bij het diplomadrama in Maastricht ontwaarde René Kneyber een uitgekiende, duurbetaalde handen-wassen-in-onschuld-strategie van het bestuur: alle docenten wegzetten als onnozele halzen.

Deel dit artikel

Ook als iemand elke dag stoned de klas inkomt, of vele uren spijbelt, het adagium blijft ‘kansen bieden’

Er wordt in het vmbo heel wat gemasseerd, geholpen, zo niet gesjoemeld met de beste intenties

Ik ben helemaal voor kinderen helpen en ondersteunen, maar dat stopt wat mij betreft allemaal zodra je met exa­men­on­der­de­len bezig bent

Voor leerlingen en voor hun eigen hachie hebben leraren veel over

Ik had ooit een collega die, uit angst dat een leerling niet op zijn examen zou verschijnen, hem ’s ochtends met zijn auto thuis ging ophalen