Essay

Zo praat je geweld goed

Het geweldsmonopolie hoort volgens Achterhuis bij de overheid te liggen.Beeld ANP

Hans Achterhuis is het niet eens met Ruud Welten. Wie elk onrecht meteen 'geweld' noemt, maakt de weg vrij voor de slachtoffers om zelf gewelddadig te worden.

Wanneer ik het belang van 'tegendenken' moet uitleggen, neem ik graag het thema van het geweld als voorbeeld. In een ver verleden zijn mijn opvattingen over geweld dankzij twee 'tegendenkers' fundamenteel veranderd. De eerste was de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven. In 1975 verscheen mijn bundel 'Filosofen van de derde wereld', waarin ik de denkbeelden van Ernesto Che Guevara en Mao Zedong over geweld positief belichtte. Zowel de Cubaanse als de Chinese revolutionaire leider bepleitte een bevrijdingsoorlog om het gewelddadige juk van de westerse kapitalistische economie af te werpen. Geheel in de progressieve geest van die tijd werd mijn boek lovend ontvangen en beleefde het druk na druk.

Er klonk één dissonant: in het toenmalige weekblad De Tijd verweet Verhoeven mij dat ik te kritiekloos een gewelddadig activisme omarmde. Alle juichende recensies over mijn boek ben ik vergeten, maar de opmerkingen van Verhoeven droeg ik jaren met mij mee.

Ze hielpen mij op beslissende wijze om mijn opvattingen langzamerhand te veranderen.

Dat laatste gebeurde ook dankzij de kleine studie 'Over het geweld' van Hannah Arendt. Dit boek was vooral tegen mijn toenmalige idool Jean-Paul Sartre gericht. Omdat ik de gewoonte heb in de marge van de boeken die ik lees opmerkingen te krabbelen, kan ik mijn leesproces uit die tijd terughalen. "Interessant" en "scherpzinnig" staat er in de kantlijn. Maar ik stuit ook op boze opmerkingen, omdat ik mijn op Sartre gebaseerde visie niet zo snel wilde opgeven, al had ik geen goede argumenten om de kritiek van Arendt te weerleggen. Die werkte dan ook langzaam door, wat ten slotte resulteerde in mijn dikke studie 'Met alle geweld'.

In dit boek nam ik definitief afscheid van de mijns inziens gevaarlijke ideeën over structureel geweld dat onze wereld zou kenmerken. Die term danken we aan de Noorse polemoloog Johan Galtung. Geweld is volgens hem "de oorzaak van het verschil tussen het potentiële en het actuele, tussen wat zou kunnen zijn en wat is". Overal waar mensen in hun zelfontplooiing worden beknot, heerst volgens Galtung dus geweld. Alleen in een toekomstige, bevrijde samenleving kan dit geweld worden opgeheven.

Daar moet je dan ook de strijd voor aangaan.

Liever dan deze utopische definitie hanteer ik tegenwoordig een beperkte omschrijving. Geweld is "het min of meer met opzet toebrengen of dreigen toe te brengen van schade aan mensen of voorwerpen".

Wat is volgens mij het gevaar van een allesomvattende definitie van geweld? Allereerst is het meestal zo dat iemand die overal, los van menselijke intenties, geweld ontwaart, impliciet of expliciet oproept tot tegengeweld. Dat werd zichtbaar bij de Rote Armee Fraktion in Duitsland in de jaren zeventig en bij de vele revolutionaire en soms ronduit terroristische bewegingen die Sartre met zijn analyses ondersteunde.

Steeds zou de ander die men bestreed en vaak doodde - of dat nu om een christen-democratische politicus in Italië of een werkgeversvoorzitter in Duitsland ging - begonnen zijn met het geweld. Het eigen terroristisch geweld zou niet meer zijn dan een antwoord op het primaire geweld van de ander. En men meende het alomtegenwoordige structurele geweld te moeten bestrijden door het eigen, slechts secundaire tegengeweld. Op deze wijze interpreteerde de Franse filosoof Derrida nog de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon.

Een tweede bezwaar tegen deze visie op structureel geweld ligt voor mij in het gegeven dat in onze rechtsstaat het geweldsmonopolie bij de overheid hoort te liggen. Alleen de staat heeft het recht om gewelddadige overtredingen van de rechtsorde met tegengeweld te bestraffen en te bestrijden. Dit is een kostbare historische verworvenheid. Wanneer mensen menen dat hun ideeën over structureel geweld tot actie zouden moeten leiden, moeten ze de politiek ingaan om de overheid te overtuigen dat ze hiertegen dient op te treden.

In de derde plaats is geweld een zwaar en beladen woord dat je niet lichtvaardig moet gebruiken. Filosofisch hebben we het hier over een performatief begrip. Wie het woord 'geweld' uitspreekt, doet meestal geen neutrale constatering, maar roept op om er iets tegen te doen, er een eind aan te maken. Gelukkig beschikken wij over andere termen om uitdrukking te geven aan gevoelens over maatschappelijke zaken die ons niet aanstaan: onrechtvaardigheid, uitbuiting, discriminatie, onderdrukking, onverantwoordelijkheid. Dit soort woorden kunnen we beter gebruiken om onze verontwaardiging over maatschappelijke misstanden te formuleren dan door het begrip 'geweld' erop te plakken.

Een voorbeeld. Het feit dat een grootscheepse renovatie van 40.000 woningen in Rotterdam-Zuid niet doorgaat door financiële speculaties van de goed betaalde directeur van Vestia, de betrokken woningcorporatie, maakt mij boos. Tienduizenden mensen blijven in vaak erbarmelijke woonomstandigheden vastzitten, terwijl de hiervoor verantwoordelijke prinsheerlijk in zijn villa op Bonaire verblijft.

Voor mij is dit onrechtvaardig en ik meen dat het onverantwoordelijke handelen van zowel de directeur als de toezichthouders bestraft moet worden. Toch zal ik niet roepen dat het hier om geweld gaat. Wie dat doet, verschaft een boze Rotterdamse buurtbewoner een vrijbrief om naar Bonaire af te reizen om persoonlijk tegengeweld uit te oefenen.

Door deze bezwaren heb ik afstand genomen van het verleidelijke begrip van structureel geweld. Tegelijkertijd blijf ik twijfelen, omdat ik onderken dat er in bepaalde situaties, bijvoorbeeld in het vroegere Algerije of in de huidige door Israël bezette Palestijnse gebieden, wel degelijk sprake is van zoiets als structureel geweld. Juist vanwege dit soort aarzelingen blijf ik tegendenkers als Ruud Welten nodig hebben om mijn ideeën te onderzoeken en eventueel te veranderen.

Deze discussie tussen Hans Achterhuis en Ruud Welten werd gevoerd op 17 september en is terug te zien op www.sg.uu.nl/2012/09/17/geoorloofd-geweld

In de reeks 'Tegendenkers' kruisen wetenschappers de degens met Hans Achterhuis, filosoof en verkozen tot Denker des Vaderlands.

Het volgende debat is vrij toegankelijk en zal weer in Trouw worden gepubliceerd. Datum: 15 oktober Denker des Vaderlands Hans Achterhuis gaat in debat met Tegendenker Margo Trappenburg Thema: 'Gezondheidszorg, een gevaar voor de gezondheid' Tijdstip: 20.00-21.30 uur Plaats: Studium Generale Universiteit Utrecht, Aula van het Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht Reserveren: Niet mogelijk, dus wees op tijd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden