Opinie Vrijheid van onderwijs

Zo liberaal was Abraham Kuyper niet

‘Liberaler dan de liberalen zelf’ noemde Trouw-columnist Hans Goslinga de christelijke voorman Abraham Kuyper, in een analyse over de vrijheid van onderwijs. Volgens onderwijssocioloog Johan Goossens verdient Kuyper dat predicaat niet.

Met veel interesse las ik de column van Hans Goslinga over de liberale kant van Abraham Kuyper (Onderwijsvrijheid is de ziel van de natie, Trouw, 28 september). Goslinga voert de befaamde historicus Johan Huizinga op om aannemelijk te maken dat Abraham Kuyper in zekere zin ‘liberaler was dan de liberalen zelf’.

Ik plaats daar kanttekeningen bij. Kuyper was niet zomaar een antirevolutionair. Als oprichter van de ARP was hij een geharnast tegenstander van de centrale leus van de Franse revolutie ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’.

Neem broederschap. Nadat in 1903 de spoorwegstaking een groot succes werd (‘Heel dit raderwerk staat stil als uw machtige arm dit wil’), maakte Kuyper niet voor niks zijn zogenoemde worgwetten tegen het stakingsrecht. Ook al waren de sociale partners na de oorlog niet meer op ramkoers, toch hield dat verbod op stakingen voor overheidspersoneel stand tot 1980. Het kwam voort uit een diepe angst voor ‘misdadige (maatschappelijke) woelingen’.

Dan vrijheid. Kuyper was de grote voorvechter van soevereiniteit in eigen kring. Dat kun je vrijheid noemen, maar het is tot de dag van vandaag een vrijheid voor met name schoolbesturen om sociaal-culturele dwang uit te oefenen op leden van de ‘eigen kring’. Beter gezegd, de eigen zuil. Zo hoeven meisjes op streng gereformeerde scholen echt niet in korte rok of lange broek te verschijnen. Hetzelfde geldt voor jonge moslima’s zonder hoofddoek op islamitische scholen. Die vrijheid berust al sinds 1878 dus niet, zoals de confessionele koepels graag doen geloven, bij ouders, maar bij meer of minder professioneel opgezette schoolbesturen.

Tenslotte gelijkheid: soevereiniteit in eigen kring verschaft besturen en directies van bijzondere scholen de mogelijkheid ‘belijdende’ lhbt’ers te weren als leerkracht of student, niet vanwege dat ‘enkele feit’, maar vanuit de grondslag, geput uit de Bijbel of de Koran. Dat dat in strijd kan zijn met artikel 1 van de Grondwet brengt Lodewijk Asscher en Klaas Dijkhoff tot hun gevecht tegen grondwetsartikel 23 dat de onderwijsvrijheid regelt. Met beide heren deel ik overigens, zelf voorstander van openbaar onderwijs, niet de ambitie de schoolstrijd dunnetjes over te doen. Ook binnen de geldende constitutionele onderwijsregels is het prima mogelijk om de drempels voor gelijke behandeling te verlagen.

Daartoe hoeven we Kuyper niet eens op een ‘liberaal’ schild te hijsen.

Lees ook:

Koester de vrijheid van onderwijs, zij is de ziel van deze natie

Met dezelfde ijver waarmee de fractieleiders Dijkhoff (VVD) en Asscher (PvdA) de vrijheid van onderwijs nu willen beperken voor islamitische scholen, poogden volgens Hans Goslinga hun voorvaders protestantse en katholieke scholen in hun ontwikkeling te beknotten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden