Column Stevo Akkerman

Zo is het leven: je hebt een Ami, maar je wilt een Snoek

Het wachten duurde lang, maar toen ik negen of tien jaar oud was kregen we dan toch eindelijk een auto. Een donkergroene Citroen Ami 8, typisch een onderwijzersauto, maar dat deerde mij niet, ik vond ’m geweldig. We hadden de ‘break’-uitvoering, wat betekende dat onze auto beschikte over een kattenbak – ik herinner me lange ritten over de Afsluitdijk, veel sneller dan 90 kilometer per uur zullen we niet gegaan zijn, alles rammelde en schudde en trilde, heerlijk was het.

In de kattenbak, waar twee kinderen konden zitten, de benen gestrekt op een deken, waanden we ons gemakkelijk zelfstandige reizigers; ver weg van vader, de man met de handen aan het stuur, de autoriteit, het gezag. Of laat ik me nu te veel meeslepen door freudiaanse associaties? Dat zou kunnen, want ik was online dolend terechtgekomen bij een artikel over ‘Autorijden met Jacques Lacan’, en Lacan wordt wel de ‘meest controversiële psychoanalyticus sinds Freud’ genoemd.

Lacan, gestorven in 1981, was een groot liefhebber van de auto en hield er een roekeloze rijstijl op na. Stoplichten negeerde hij principieel en bij een dagje uit naar de kathedraal van Chartres joeg hij het echtpaar Heidegger eens de stuipen op het lijf door het gaspedaal almaar dieper in te drukken, mevrouw Heidegger kon gillen wat ze wilde. Lacans ideeën over de auto en het super-ego kon ik niet helemaal volgen, maar dat de automobiel een uitstekend vehikel is om grenzen te tarten, ook die van vriendschap en gezag, lijkt me onmiskenbaar.

Bij het stuk over Lacan stonden foto’s afgedrukt van de Citroen DS, ook wel Déesse of Godin, en voor ons de Snoek. We zien Valéry Giscard d’Estaing, zojuist gekozen als president van Frankrijk, wegrijdend in een zwart-glimmende DS, een en al macht en elegantie. Dat moet ongeveer in hetzelfde jaar geweest zijn dat wij onze Ami kregen. Ik had natuurlijk geen weet van Giscard, maar wel van de glorie van de DS. Wij hadden ook een Citroen, we hoorden bij de familie. Zo is het leven: je hebt een Ami, maar je wilt een Snoek. En wat ik toen misschien nog niet wist, is dat dit – als je niet oppast – altijd door blijft gaan.

Want ja, autorijden is best een goede metafoor voor het leven. De opwinding over de maximum snelheid onderstreept dat. We willen altijd meer, nooit minder. Sneller, nooit langzamer. Ik wil de Chevrolet terug waarmee ik jarenlang heel Oost-Europa doorkruiste, ik wil weer de Volvo die gromde als een tank, de Ford Scorpio die zonder moeite 190 kon. Maar ik heb een Batavus, en dat blijkt ook te kunnen. Als het nodig is, leen of huur ik een auto, en ik zal niet zeggen dat het me geen moeite kost, maar het gaat wat ver bij 100-rijden te spreken van ‘hoogverraad aan de automobilist’, zoals de PVV doet. Alsof de oorlog is uitgebroken. We gaan iets minder snel, dat is alles. Een pragmatische maatregel om schadelijke uitstoot te beperken.

‘VVD slaat linksaf’, kopte De Telegraaf verwijtend. Maar wie altijd alleen maar rechtsaf gaat, blijft steeds hetzelfde rondje rijden en komt nergens.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden