Column

Zijn de feiten nog altijd heilig?

Hans GoslingaBeeld Trouw

Aan de liberaal Dirk Donker Curtius dankt de pers haar bijnaam 'Koningin der aarde'.

In een proces tegen de Arnhemsche Courant in 1839 schetste Curtius als advocaat in bloemrijke taal de betekenis van deze koningin: 'Zij alleen heeft het licht in de duisternis voor allen ontstoken en zal ook de nevelen, welke het aardrijk nog dekken, verdrijven'.

In dezelfde tijd liet de Franse politieke denker Alexis de Tocqueville zich over de pers, na onderzoek van haar rol in de jonge democratie in Amerika, een stuk prozaïscher uit: "Ik heb haar lief vanwege het kwaad dat zij voorkomt, niet zozeer vanwege het goede dat zij voortbrengt".

Het verschil is minder groot dan het lijkt. Beide zienswijzen verwijzen naar de rol van de pers als zoeker van waarheid. In de visie van Donker Curtius gaven nieuwe feiten en inzichten inhoud aan het ideaal van de Verlichting (durf te weten), in de ogen van Tocqueville noopten zij de macht steeds tot publieke verantwoording.

Feitenvrije politiek
Wat betekent het voor de moderne democratie, het staatkundig kind van de Verlichting, en voor de media als de feiten er minder of zelfs helemaal niet meer toe doen? In de democratische wereld rukt een verschijnsel op, dat wordt aangeduid als 'feitenvrije politiek'. Deze politiek, waarvan de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump bij uitstek de component is, blijkt een nieuw succesvol middel tot machtsvorming.

Daarmee is het een ernstige bedreiging van de democratie, waarvan immers het publieke debat op basis van onomstotelijke feiten, de ademtocht is. "Feiten zijn koppige dingen", zei John Adams als advocaat in een proces tegen Engelse soldaten die schietgraag zouden zijn opgetreden tegen een oproerige menigte in het Boston van 1770. "Onze verlangens, onze voorkeuren of de roep van onze hartstochten, welke dan ook, zijn niet bij machte aan de feiten en de bewijzen te tornen." Adams, enkele jaren later een van de krachtigste voorvechters van de onafhankelijkheid, ging met zijn verdediging dwars in tegen de publieke opinie, die de Engelsen wilde zien hangen.

Zijn feiten nog altijd heilig, zoals C.P. Scott, de hoofdredacteur van The Manchester Guardian, in 1921 schreef bij het honderdjarig bestaan van zijn krant? 'Comment is free, but facts are sacred'. Bij Trump doet het omgekeerde opgeld. In zijn retoriek zijn de feiten vogelvrij: Obama is stichter van IS, hij is geboren in Kenia, de vader van Ted Cruz was betrokken bij de moord op president Kennedy, et cetera.

Nieuw spanningsveld
Vooralsnog onttrekt deze feitenvrije politiek zich aan de zwaartekracht die de waarheidsliefde uitoefent in het publieke debat. Sterker nog, alleen al de pogingen van serieuze media de beweringen van Trump op hun waarheidsgehalte te checken worden door zijn aanhangers als vijandig ervaren. Eerbied voor waarheid, het eerste van de negen geboden voor de journalistiek, gevat in de Code van Bordeaux, is in zijn retoriek simpelweg een bewijs van politieke vooringenomenheid. Dit nieuwe spanningsveld is niet exclusief Amerikaans.

Naar aanleiding van de rechtszaak tegen hem zei Wilders in 2010 dat miljoenen Nederlanders terecht geen vertrouwen meer in de rechterlijke macht zouden hebben, indien hij werd veroordeeld. Daarmee maakte hij duidelijk dat niet de waarheidsvinding en het onafhankelijk oordeel het recht bepalen, maar de vraag of rechters voor of tegen hem zouden zijn. Deze houding past in de politieke theorie, verkondigd door de omstreden Duitse filosoof Carl Schmitt (1888-1985).

In diens visie wordt politiek uitsluitend bepaald door de tegenstelling vriend-vijand en is de rechtsstaat irrelevant. Politieke besluiten worden immers niet meer afgeleid uit het recht, maar scheppen zelf het recht. "De ware leider is altijd ook rechter", schreef Schmitt, daarmee terugkerend naar de predemocratische tijden van voor de Verlichting, toen er van een scheiding der machten nog geen sprake was.

Niets waard
Voor zover er een democratische rechtvaardiging wordt gezocht, is het dat 'het volk' moet worden beschermd. Daarmee is voor politici als Wilders, Trump en de Turkse president Erdogan de cirkel rond. Zij beschermen immers het volk tegen degenen die op zijn ondergang uit zijn, in het ene geval Marokkanen, in het andere moslims, Mexicanen of aanhangers van Gülen.

John Adams sloeg in het proces tegen de gehate Engelse soldaten het belang van de waarheid hoger aan dan zijn populariteit. Daarmee liet hij zien dat de democratie die hij voor ogen had, niets waard zou zijn zonder koppeling aan de rechtsstaat, met als de kern de waarheidsvinding. De betekenis daarvan zal de komende jaren nog aan kracht winnen, want ook als Trump de verkiezingen verliest, zal zijn feitenvrije politiek door het succes verleidelijk blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden