Column

‘Ziezo, kinderen, hier komen we allemaal eens te liggen’

Beeld Trouw

Volgende maand is het een jaar geleden dat hij gestorven is. Het bezoek aan het kleine kerkhof van het Provençaalse dorp zal ik dan niet meer kunnen uitstellen. Ons familiegraf werd twintig jaar geleden aangelegd en bleef tot vorig jaar hol en onbezet. 

Ere wie ere toekomt, het werd de chef de famille, vaderlief, die het als eerste mocht betreden. Nou, betreden is niet het juiste woord. Ik zie nog hoe zijn kist gevaarlijk aan twee touwen in het gat bungelde, kort scheef hing en eindelijk veilig de betonnen vloer schuurde. Op de verschrikte gezichten, die een kroon van onrust om het geopende graf vormden, zag je een golf van opluchting. Kan een overledene alsnog verongelukken?

Vader had weinig op met de dood die hij meestal schouderophalend trotseerde: “Uiteindelijk zijn we er alleen voor de wormen”, placht hij te zeggen. Hij was altijd een ambtenaar in hart en nieren geweest die niets aan het toeval overliet en dus ook niet die ultieme fase. Op dit familiegraf, dat hij zonder ruchtbaarheid liet aanleggen, was hij best trots. Op een van onze kerstbezoeken schoof hij ooit ongevraagd het schermpje van zijn videocamera onder mijn neus. Daar lag hij dan. Van grijs graniet met een slank kruis erin gebeiteld.

Toen ik mijn eigen achternaam erop zag staan, voelde het nog niet ongemakkelijk. Dat gebeurde pas toen ik het commentaar van mijn filmende vader uit de camera hoorde sijpelen. Een stem met de trage dictie van graaf Dracula vermengd met de guitige ondertoon van Groucho Marx: “Ziezo, kinderen, hier komen we allemaal eens te liggen.”

Compact in een urn

Een stille gedachte flitste toen door mijn hoofd: mij niet gezien! Vanzelfsprekend heb ik hem die dag niet durven vertellen dat het idee om ooit compact in een urn te eindigen zo gek nog niet zou zijn. Een duurzame oplossing, op de extra CO2-emissie na. Maar laat ik nu tot het punt komen dat een bezoek aan het dorpskerkhof straks misschien onprettig kan maken.

De begrafenis van mijn bijna 90-jarige vader was allang in onze levens ingecalculeerd en werd een serene afsluiting. Maar op de weg terug viel mijn oog op een ander familiegraf met erop een naam die mij bekend voorkwam. Met de gebroeders L. heb ik jarenlang in het handbalteam van Aix-en-Provence gespeeld. Jonkie van 16 tussen mannen met baard en ervaring. De tweelingbroers waren onze vertrouwde keepers. En nu las ik de naam van een van hen op een marmeren steen, vlakbij mijn eigen familiegraf. Jean-Marie lag daar, sinds drie jaar al. Thuis heb ik een foto van onze ploeg, daterend uit 1973, tevoorschijn gehaald. Naar mijn weten zijn alle anderen mannen op die prent nog in leven. Jean-Marie zat gehurkt, helemaal rechts op de foto.

Pal achter hem stond ik, recht in de lens te turen, of misschien al bezig met mijn ogen de toekomst te bevragen. Jean-Marie had iets melancholisch in zijn blik. Het gekke is dat hij op die foto van alle spelers de enige was, die een colbert droeg en geen sport­tenue.

Drie keer per week schopt Sylvain Ephimenco in Trouw heilige huisjes omver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden