De vraag van Monic Huisdieren

Zien we te veel onszelf terug in een huisdier?

In de slaapkamer van een mens kan een dier óf worden doodgeslagen óf opgegeten óf het kan lekker in bed komen liggen. Soms zelfs naast het baasje onder het dekbed.

Ordelijk als wij mensen kunnen zijn, maken we strikt onderscheid tussen plaagdieren als muggen, muizen of spinnen, naast huisdieren, en naast productiedieren, waarmee geld te verdienen is en die je kunt opeten. Denk bij dat laatste aan het plakje ham op een croissant, bij een ontbijt op bed bijvoorbeeld.

Bij dat maken van onderscheid schuwen we de uitersten niet. Tegen een van die uitersten, het vermenselijken van dieren, waarschuwde deze week de Raad voor Dieraangelegenheden, die onafhankelijk advies aan minister Schouten geeft, in een dik rapport. Jasjes en juwelen voor honden, strikjes en vlechtjes, het is vast bedoeld als verwennerij, maar het belemmert de hond om lekker buiten in de modder te rennen.

Vlak voor Dierendag leverde de adviesraad ook kritiek op de gewoonte om honden in bed toe te laten. Viervoeters horen niet in bed (Trouw, 30 september). Maar liefst 60 procent van de eigenaren laat een hond of kat in de slaapkamer. Een op de vijf honden en drie op de tien katten slaapt bij de eigenaar in bed.

Met een mens in bed liggen, is echt minder riskant dan met een dier

Dat is misschien wel gezellig en troostend voor het baasje, maar ook een risico, waarschuwt de Raad. Niet voor het dier, maar voor de mens. Dieren kunnen ziektes overbrengen. Dat kunnen mensen natuurlijk ook, maar met een mens in bed liggen, is echt minder riskant dan met een dier. Dit verschil wuiven honden- en kattenbaasjes al te gemakkelijk weg met een vertederde blik op hun viervoetige huisgenoot.

De dierenwinkel naast de slager, het is tekenend voor de manier waarop de mens met verschillende soorten dieren omgaat.

Vooral stadsmensen hebben de neiging aan een dier menselijke eigenschappen toe te kennen. Dat leidt tot vermakelijke misstanden. Krijst een mens, dan heeft ‘ie pijn of is ’ie in nood. Wie niet beter weet, kan denken dat dit bij varkens, die immers op mensen lijken, niet anders is. Ik zou zeggen: ga maar eens mee als varkens gevoerd worden. Neem vooral oordoppen mee.

Boeren hebben in de verhouding tot hun dieren wellicht een beter evenwicht gevonden. Ze hebben een band met hun dieren, kennen ze soms persoonlijk, maar blijven op gepaste afstand. In zijn column beschrijft Sylvain Ephimenco (Trouw, 3 oktober) in een notedop hoe dat werkt. Zijn grootmoeder was boerin en had een varken. Dat varken had een naam gekregen. Maar voor Fifine geen jasjes met borduursel of een verjaardagsfeest. Fifine eindigde in de pan. Maar ze is niet naamloos geëindigd, heeft zelfs dankzij Ephimenco postuum de eer gekregen die elk varken toekomt.

Die gepaste afstand tot het dier, vooral tot het huisdier, is tegenwoordig ver te zoeken.

Wat vindt u: gaan we te ver met het vermenselijken van huisdieren?

Stuur uw reactie van circa 150 woorden uiterlijk dinsdag 12 uur naar lezers@trouw.nl, voorzien van naam en adres. Een keuze uit de antwoorden verschijnt woensdag.

Monic Slingerland is chef opinie van Trouw. Elk weekend stelt ze een vraag aan de lezers, op woensdag verschijnt een selectie van de antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden