Column

Ziek in bed word ik getroost door Sifan

Marijn de Vries. Beeld Maartje Geels

Het licht piept helderder dan in weken, dan in maanden om de randen van de gordijnen heen. Ik lig in bed. Wat heb ik verlangd naar dit moment, naar deze dagen, naar dit licht. Ik hou de gordijnen dicht. De zonneschijn daarachter is geen vermoeden maar een zekerheid.

Niemand is een binnenmens, en ik al helemaal niet. Maar ik lig met mijn ogen half geloken, zelfs de kiertjes licht zijn me te fel. Juist op deze vroege voorjaarsdagen waar ik naar uitkeek ben ik ziek. Ik scroll door foto’s op mijn telefoon. Sneeuwklokjes. Krokussen. Terrassen. Mensen zonder jassen. Ik had me hier zo op verheugd. Ik wilde dat ik buiten was. Ik snuit mijn neus. Trek het dekbed stijf om me heen. Ik scroll door nieuwsberichten.

Mijn ogen blijven nauwelijks haken, mijn interesse is zo goed als afwezig. Tot ik de lach van Sifan Hassan zie. Als ik Sifan Hassan zie, denk ik aan het lampje van de koelkast. Dat is de zon in Nederland, zei ze ooit. Het lampje in de koelkast. De lach van Sifan maakt me altijd vrolijk. Ze liep het wereldrecord op de vijf kilometer aan flarden, lees ik, in de straten van Monaco. Vooruit: het wereldrecord op die afstand wordt pas sinds 2018 officieel geregistreerd, maar toch. Sifan liep een wereldtijd.

Met drie kilometer gedaan geloofde ze er niet meer in. Te langzaam ging het, vertelt ze. Ze rekende nergens meer op. Maar op de finishlijn blijkt het toch gelukt. Ze kijkt erbij alsof ze het nog steeds niet geloven kan, zoals na elk topresultaat: Sifan als koningin van de verbazing over haar eigen prestaties. En ook weer niet. Want ze verwacht alles van zichzelf.

Ik kijk diep in de kussens de documentaire van Wilfried de Jong over Sifan nog een keer. Die van het lampje in de koelkast. Van de kaas waar ze zo van houdt. En pindakaas, want dat is ook kaas. Haar trainer op dat moment, Honoré Hoedt, vertelt hoe hard Sifan voor zichzelf is: elke keer als ze verliest sterft er iets in haar.

Wegdromen

Verraderlijk ben jij Sifan, denk ik, en mijn ogen vallen langzaam dicht. Je lijkt te dansen als je loopt, je lijkt te spelen, met je voeten te zingen – terwijl niemand weet wat je echt denkt. Wat je in je leven als vluchteling hebt meegemaakt. Hoe boos je bent als je verliest. Je toont een stukje, maar houdt het meeste voor je.

Dat mag. Het maakt dat ik één brok onbevangenheid zie. Dat ik al vanaf de eerste keer dat je voorbij kwam een beetje van je hou. Het hardlopen heeft je gered, zeggen ze. Zonder lopen was je afgegleden. Het is nu jaren geleden – misschien is het wel niet goed dat ik daar telkens nog aan denk als ik je zie. Jij hebt het achter je gelaten. Denk ik. Dan zou ik dat ook moeten doen.

Mijn ogen gaan weer open. De slaapkamer lijkt lichter dan hij in maanden was. Je weet het niet en hoeft het niet te weten, maar Sifan, je troost me vandaag. Met je lach. Maar vooral: hoezeer het ook al lente lijkt, de zon is nog niet meer dan het lampje in de koelkast.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees meer van haar columns op trouw.nl/marijndevries.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden