Commentaar

Zie Oost-Europese seizoensarbeiders niet als probleem; ze zijn een oplossing

Roemeense seizoensarbeiders plukken aardbeien in het Noord-Brabantse Galder

Nederland kan niet zonder seizoensarbeiders. En nu de economie aantrekt, zal de vraag naar deze arbeidskrachten alleen maar toenemen.

Er werken hier op reguliere basis zo’n 400.000 voornamelijk Oost-Europeanen, in sectoren variërend van de tuinbouw, de detailhandel, de voedselindustrie, het transport, de bouw, et cetera. De vraag neemt niet af. Integendeel, de economie trekt aan, de schaarste in sommige sectoren is groot en het blijkt moeilijk om Nederlanders voor deze sectoren te interesseren.

Dat valt misschien te betreuren, bijvoorbeeld als die schaarste een gevolg is van het gebrek aan waardering voor vakmensen – en de te lage betaling die daaruit voortvloeit. En het is ook goed om te blijven proberen extra Nederlanders voor deze sectoren beschikbaar te krijgen. Maar de realiteit is dat de schaarste niet snel kan worden opgelost. Als dit al kan in een tijd waarin de Europese en zelfs wereldwijde arbeidsmarkt mensen steeds minder vastlegt op werk dat ze alleen in Nederland kunnen uitvoeren.

Minder goedwillende ondernemers

Huisvesting van deze seizoensarbeiders is een probleem, evenals de voortdurende pogingen van minder goedwillende ondernemers om misbruik van hen te maken. Door hen minder te betalen dan in Nederland de wettelijke norm is – onder meer via schijnconstructies – of door bij huisvesting (te) grote aantallen tegen (vaak te) hoge bedragen in (vaak te) kleine panden te stoppen. Een deel van de gemeenten die met dat laatste kampen, wil Oost-Europeanen nu weren uit sommige woonwijken, om die leefbaar te houden. Door een maximum aantal Oost-Europeanen per huis vast te stellen, of een maximum aantal ‘Polenwoningen’ per straat.

Vanuit het perspectief van leefbaarheid klinkt het niet onlogisch, maar het riekt naar discriminatie. Vooral omdat de geconstateerde overlast vaak voortkomt uit de aard van het flexwerk, met soms extreem onregelmatige werktijden en weinig worteling in de woonomgeving, waardoor verveling buiten werktijd op de loer ligt.

Buiten werktijd meedoen

In een land dat deze flexibele arbeiders zo nodig heeft, moet het mogelijk zijn daar betere oplossingen voor te vinden. Bijvoorbeeld door flexibele, tijdelijke woonomgevingen te realiseren, zoals sommige gemeenten óók al doen. En door meer inspanningen te doen om de Oost-Europeanen ook buiten werktijd te laten participeren in de samenleving. Inspanningen die zowel van gemeenten als van werkgevers kunnen komen.

Hoe dan ook moeten we voorkomen dat we de Oost-Europese seizoensarbeiders uitsluitend zien als een probleem. Ze zijn een oplossing, en de problemen die met hun komst gepaard gaan, zijn op zichzelf eveneens oplosbaar.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren. Lees hier eerdere commentaren.

Lees ook:

Een rem op Oost-Europese arbeiders is riskant, want in sommige streken zijn grote bedrijven van hen afhankelijk.

Gemeenten zetten een rem op de huisvesting van arbeidskrachten uit Oost-Europa om woonwijken leefbaar te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden