SITE artikel Sylvain Ephimenco Beeld Maartje Geels

Column Ephimenco

Zie hoe de bevrijde Nederlander zijn identiteit koestert!

Als het onderzoek ‘Denkend aan Nederland’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau het Einde van de Geschiedenis markeert, dan stam ik uit de prehistorie van dit nieuwe tijdperk. Vijfhonderd bladzijden, vijfduizend Nederlanders ondervraagd, twee jaar werken, zie hier het opus magnum van de Nederlandse identiteit, dat mij als een afrekening met het politbureau van de WegMetOns-partij (WMOP) in de oren klinkt. 

Tegelijk is Denkend aan Nederland buiten de logische liquidatie van een toch al wankelende erfenis ook een omwenteling en een ontmaskering. Eerste les van dit onderzoek: de Nederlander bestaat en de Nederlandse taal is zijn profeet. Volgens de onderzoekers van de SCP komt het nationale idioom op plek nummer één bij de Nederlanders als het gaat om verbondenheid met het land en zijn eigenheid. 

Zoals gezegd zette ik hier voet aan de grond in prehistorische tijden, waarin weldenkende elites de culturele knoet hanteerden en liefde voor de taal als een vorm van misplaatste onnozelheid gold. De Nederlandse taal? Dat was meer iets om je voor te schamen. Alsof bij iedere medeklinker een walm spruitjeslucht uit je mond ontsnapte (spruitjeslucht was de uitdrukking die je in die tijd diende te gebruiken om elke uiting van nationale eigenheid te neutraliseren).

Een airco defect

Illustratief hiervoor was het geestige bon mot van Matthijs van Heijningen een jaar of dertig geleden. De zelfvoldane en volgevreten filmproducent, die het bijna uitsluitend van Nederlands sprekende acteurs moest hebben om aan zijn centjes te komen, vertelde dat hij in internationaal gezelschap het Nederlands zorgvuldig vermeed: “Anders denken mensen dat er ergens een airco defect is”. 

Precies veertig jaar geleden koos schrijver Rudy Kousbroek het Franse dagblad Le Monde om de Nederlandse taal te ridiculiseren, wat altijd chiquer klinkt in het Frans. Het gebruik van de Nederlandse taal noemde hij ‘een verbale verlamming’ die alle culturele uitingen in zijn land blokkeerde “alsof de taal zich tegen het uitdrukken van gevoelens verzet die, zodra ze uitgesproken zijn vals, hol en penibel klinken”.

Deze kleine kliek van zelfgekroonde gidslanders wenste toen de wereld te showen hoe ze zich in Nederland van alle vaderlandse kenmerken hadden ontdaan. De nieuwe universele mens moest, met behulp van gekunstelde zelfhaat, uit een gemondialiseerde en zouteloze brij opstaan. Voor hen klonk vaderlandse liefde en traditie als bekrompen, chauvinistisch en gedateerd. ‘De Avonden’, zeg maar. 

Geen spruitjes in de lijst

Maar die prehistorische tijden zijn gelukkig vervlogen en zie nu hoe volgens het onderzoek de bevrijde Nederlander zijn identiteit koestert, buiten de taal in deze volgorde: Koningsdag, Sinterklaas, fietsen, Elfstedentocht, de vlag, Deltawerken, molens, Anne Frank, dijken, ‘de Nachtwacht’, grachten, oliebollen en appelflappen, oranjegekte, kleur oranje, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag, volkslied. Een dijk van een gevarieerde identiteit zou ik zeggen. Wrang voor de WMOP: geen spruitjes in die lijst. Maar ik mis wel de sjoelbak van mijn introductiejaren.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden